Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:5033

ontruiming huur achterstand

Rechtbank Midden-Nederland 3 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:5033 text/xml public 2026-08-03T16:05:12 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-08-03 12260659 LV EXPL 26-20 D/1403 Uitspraak Kort geding NL Lelystad Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5033 text/html public 2026-07-31T12:35:14 2026-08-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:5033 Rechtbank Midden-Nederland , 03-08-2026 / 12260659 LV EXPL 26-20 D/1403
ontruiming huur achterstand

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: 12260659 LV EXPL 26-20 D/1403

Vonnis in kort geding van 3 augustus 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

woonplaats kiezend in [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. M.J.M. Groen,

tegen
1 [gedaagde sub 1] , 2. [gedaagde sub 2] ,
wonend in [plaats 2] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] c.s.,

niet verschenen.
1Het verloop van de procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 juni 2026 met producties 1 tot en met 17;

- de mondelinge behandeling van 20 juli 2026 in Almere, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
2De kern van de zaak 2.1.
[eiseres] verhuurt aan [gedaagde sub 1] c.s. een woning, gelegen aan het adres [adres] in [plaats 2] , voor een huurprijs van € 2.650,00 per maand. [gedaagde sub 1] c.s. heeft een huurachterstand laten ontstaan en [eiseres] heeft bij de gemeente de melding Vroegsignalering huurachterstand gedaan. [gedaagde sub 1] c.s. heeft laten weten niet tot betaling over te zullen gaan en ook geen hulp te aanvaarden. [eiseres] vordert daarom dat [gedaagde sub 1] c.s. de woning ontruimt en de huurachterstand en lopende huur betaalt, vermeerderd met rente en kosten. De kantonrechter zal de vorderingen toewijzen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dat oordeel komt.
3De beoordeling
Tegen [gedaagde sub 1] c.s. wordt verstek verleend
3.1.
[gedaagde sub 1] c.s. is op 20 juli 2026 niet op de mondelinge behandeling verschenen en de gemachtigde van [eiseres] heeft een e-mailbericht van [gedaagde sub 1] c.s. overhandigd, waaruit ook volgt dat hij niet op de zitting zal verschijnen. Uit de dagvaarding blijkt dat [gedaagde sub 1] c.s. correct voor de zitting is opgeroepen. Tegen hem is daarom verstek verleend. Dit betekent dat de vorderingen tegen hem worden toegewezen, tenzij de kantonrechter vindt dat deze onrechtmatig of ongegrond zijn.

[eiseres] heeft een spoedeisend belang
3.2.
Van een spoedeisend belang van [eiseres] bij haar vorderingen is voldoende gebleken, omdat onweersproken vast staat dat er een huurachterstand van (ruim) meer dan drie maanden is ontstaan. De huurachterstand loopt bovendien steeds verder op, zo heeft [eiseres] op de mondelinge behandeling verteld. [gedaagde sub 1] c.s. betaalt niets meer en heeft ook te kennen gegeven niet te zullen betalen.

[gedaagde sub 1] c.s. moet de huurachterstand betalen
3.3.
[eiseres] heeft de betaling van een achterstand van € 17.879,09 gevorderd, berekend tot en met de maand juni 2026, en een veroordeling tot betaling van de verdere maandelijkse huurtermijnen. Ook vordert zij betaling van de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van verzuim. Deze vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen daarom worden toegewezen.

[gedaagde sub 1] c.s. moet de woning ontruimen
3.4.
De door [eiseres] gevorderde ontruiming van de woning komt de kantonrechter, gelet op de hoogte van de huurachterstand, niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen. De ontruimingstermijn wordt echter gesteld op veertien dagen na de betekening van dit vonnis, in afwijking van wat is gevorderd.

De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen
3.5.
[eiseres] maakt aanspraak op een vergoeding van € 1.047,29 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De kantonrechter kan niet vaststellen dat [eiseres] aan [gedaagde sub 1] c.s. een sommatiebrief heeft gestuurd, die voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.

[gedaagde sub 1] c.s. moet de proceskosten betalen
3.6.
[gedaagde sub 1] c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



153,77

- griffierecht



753,00

- salaris gemachtigde



577,00

- nakosten



132,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



1.615,77
4De beslissing
De kantonrechter, rechtdoende in kort geding
4.1.
veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis aan [eiseres] te betalen € 17.879,09, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van verzuim tot de dag waarop dit bedrag volledig is betaald;
4.2.
veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. tot betaling van € 2.650,00 per maand vanaf de maand juli 2026 totdat [gedaagde sub 1] c.s. de woning heeft ontruimd en verlaten;
4.3.
veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. om de woning aan de [adres] in [plaats 2] binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan hem toebehoren, en om deze woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van [eiseres] te stellen;
4.4.
veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. in de proceskosten van € 1.615,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening, als [gedaagde sub 1] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.5.
veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten, als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2026.

Artikel delen