Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBNHO:2025:10077

Luchtvaart. De passagiers hebben zich niet tijdig bij de gate van vertrek gemeld, zodat de gevorderde compensatie niet toewijsbaar is.

Rechtbank Noord-Holland 18 November 2025

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2025:10077 text/xml public 2025-11-18T11:52:35 2025-08-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-07-30 11155937 CV EXPL 24-3792 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10077 text/html public 2025-11-18T11:52:10 2025-11-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:10077 Rechtbank Noord-Holland , 30-07-2025 / 11155937 CV EXPL 24-3792
Luchtvaart. De passagiers hebben zich niet tijdig bij de gate van vertrek gemeld, zodat de gevorderde compensatie niet toewijsbaar is.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11155937 CV EXPL 24-3792

Uitspraakdatum: 30 juli 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2]

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R. Bos

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Emirates

gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd, omdat zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming. De vordering is niet toewijsbaar, omdat de vervoerder terecht aanvoert dat de passagiers zich niet tijdig bij de gate van vertrek hebben gemeld. De passagiers kunnen daarom geen beroep doen op de Verordening en de gevorderde compensatie is niet toewijsbaar. De vraag of de passagiers de aansluitende vlucht zouden hebben gehaald op het moment dat de vlucht volgens de geplande vertrektijd was vertrokken, is niet van belang.
1Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten 2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 20 juni 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol naar Kingsford Smith (Australië), via Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), met vluchtcombinatie: EK148 en EK414.
2.2.
Vlucht EK148 van Amsterdam naar Dubai, (hierna: de vlucht), is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers hun aansluitende vlucht hebben gemist. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil 3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vertraagde aankomst van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). Hij voert aan dat mede vanwege de coronapandemie en het tekort aan beveiligingspersoneel op de luchthaven van Schiphol het op Schiphol een chaos was en passagiers als gevolg van zeer lange rijen de gates niet tijdig konden bereiken. Daardoor hebben veel vluchten vertraging opgelopen, waaronder de vlucht in kwestie. Daarnaast hebben de vervoerders zich niet tijdig gemeld bij de balie van de vertrekkende gate, zodat de passagiers op grond van artikel 3 lid 2 van de Verordening geen beroep kan doen op de Verordening.
4De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter overweegt dat uit artikel 3 lid 2 van de Verordening volgt dat voor toepassing van de Verordening is vereist dat de passagiers beschikken over een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie en zich behalve in geval van annulering als bedoeld in artikel 5 - (tijdig) bij de incheckbalie hebben gemeld. De stelplicht en de bewijslast dat hiervan rusten op de passagiers.
4.3.
Niet in geschil is dat de vlucht gepland stond te vertrekken om 15:20 uur lokale tijd. De vervoerder voert aan dat ten tijde van het geplande vertrek er 179 passagiers misten, zodat de vervoerder heeft besloten om niet op de geplande vertrektijd te vertrekken en om op zoveel mogelijk van deze passagiers te wachten. Daarom heeft de vervoerder de passagiers alsnog kunnen vervoeren van Amsterdam naar Dubai. De passagiers waren zelf om 16:41 uur (lokale tijd) en dus niet tijdig bij de gate aanwezig, zodat de passagiers op grond van artikel 3 van de Verordening geen beroep op die Verordening toekomt, aldus de vervoerder. De kantonrechter oordeelt dat het de verantwoordelijkheid van de passagiers is om tijdig bij de gate te zijn, hetgeen zij hebben nagelaten. Daarmee hebben zij niet aan de voorwaarden voor toepassing van de Verordening voldaan. Het standpunt van de passagiers dat de vervoerder niet heeft aangetoond op welk moment de passagiers zich bij de gate hebben gemeld, leidt niet tot een ander oordeel. De gevorderde compensatie is niet toewijsbaar.
4.4.
De vraag of sprake is van een buitengewone omstandigheid kan, gelet op het voorgaande, onbesproken blijven.
4.5.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
5.3.
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.4.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel delen