Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBNHO:2025:13807

Gedraging is komen vast te staan, maar gelet op de omstandigheden van het geval matigt de kantonrechter de boete naar € 55,00 (met handhaving van de administratiekosten).

Rechtbank Noord-Holland 26 November 2025

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2025:13807 text/xml public 2025-11-26T17:24:17 2025-11-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-02-26 11314161 WM VERZ 24-1412 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13807 text/html public 2025-11-26T17:23:03 2025-11-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:13807 Rechtbank Noord-Holland , 26-02-2025 / 11314161 WM VERZ 24-1412
Gedraging is komen vast te staan, maar gelet op de omstandigheden van het geval matigt de kantonrechter de boete naar € 55,00 (met handhaving van de administratiekosten).
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11314161 WM VERZ 24-1412

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 26 februari 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen, samen met haar echtgenoot. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet is ingegaan op het feit dat geen sprake is van een voetpad/trottoir. Volgens Van Dale is een trottoir een “verhoogd en bestraat voetpad langs de straat” en een voetpad een “pad voor voetgangers”. Er is geen sprake van een pad of voetpad langs de straat maar slechts van een verhoogd einde van de parkeerplaatsen. Uit het feit dat er onlangs een bord is geplaatst dat parkeren alleen in de vakken is toegestaan, blijkt dat het onduidelijk was. Het parkeren op het verhoogde einde levert geen enkele hinder of gevaar op voor voetgangers omdat hier geen voetgangers lopen. De dochter van betrokkene moest naar college, op een regenachtige dag waarop het streekvervoer staakte.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat er is geparkeerd op een trottoir, en dat de boete terecht is opgelegd. Wegens de door betrokkene aangevoerde omstandigheden heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie verzocht de boete te matigen met 50%, en het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Het wegdeel waar is geparkeerd is evident een trottoir, waarbij niet van belang is of het ergens heen leidt en of het al dan niet door voetgangers wordt gebruikt. De gedraging is begaan en de boete is terecht opgelegd. Wegens de omstandigheden van het geval zal de kantonrechter de boete,in lijn met het verzoek van de vertegenwoordiger van de officier van justitie, matigen tot € 55,00.
De uitspraak
De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 55,00 (met handhaving van de administratiekosten);

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Artikel delen