Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBNHO:2025:13809

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

Rechtbank Noord-Holland 26 November 2025

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2025:13809 text/xml public 2025-11-26T17:29:17 2025-11-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-02-26 11314165 WM VERZ 24-1414 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13809 text/html public 2025-11-26T17:28:28 2025-11-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:13809 Rechtbank Noord-Holland , 26-02-2025 / 11314165 WM VERZ 24-1414
Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11314165 WM VERZ 24-1414

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 26 februari 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft hetberoep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. Betrokkene heeft zich in de gronden op het standpunt gesteld dat hij een zaak heeft bij parkeerterrein Vale Hen maar dat hij daar vanwege kermis niet kon parkeren. Elk jaar parkeert betrokkene op de ['straat'] Betrokkene stelt dat hij daar toestemming voor heeft van de gemeente. Betrokkene heeft dit jaar een aantal boetes gehad en is het daar dan ook niet mee eens. Betrokkene vindt dat hij moet kunnen vertrouwen op toezeggingen van medewerkers van de gemeente.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.

Betrokkene stelt dat hij beschikt over een parkeervergunning voor parkeerplaats Vale Hen, maar dat de kermis op het parkeerterrein stond. Betrokkene zegt toestemming van de gemeente te hebben om op de pleeglocatie te parkeren tijdens de kermis. De enkele stelling dat betrokkene toestemming heeft van de gemeente is ontoereikend. Het ligt op de weg van de betrokkene om ter onderbouwing van het verweer concrete bewijzen over te leggen, die de stelling dat betrokkene toestemming heeft om daar te parkeren, aannemelijk maken. Dat heeft betrokkene niet gedaan.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.

De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Artikel delen