Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBNHO:2025:16006

De plotselinge afwezigheid van één of meer bemanningsleden levert géén buitengewone omstandigheid op. Dat geldt ook als het verzuim het gevolg was van een unruly passenger.

Rechtbank Noord-Holland 28 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2025:16006 text/xml public 2026-07-28T17:39:49 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-10 11574270 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16006 text/html public 2026-07-28T17:39:31 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:16006 Rechtbank Noord-Holland , 10-12-2025 / 11574270
De plotselinge afwezigheid van één of meer bemanningsleden levert géén buitengewone omstandigheid op. Dat geldt ook als het verzuim het gevolg was van een unruly passenger.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11574270 CV EXPL 25-1466

Uitspraakdatum: 10 december 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1],
2. [eiser 2],beiden wonende te [plaats 1],

3. [eiser 3], wonende te [plaats 2],eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Easyjet Airline Company Limited

gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J. Kumar
1Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Feiten 2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 11 december 2022 vervoeren van Amsterdam naar Kopenhagen (Denemarken), met vlucht U2 7923 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers [eiser 1] en [eiser 2] zijn omgeboekt naar vlucht KL1125 van 12 december 2022, waarmee zij 13 uur en 48 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Kopenhagen zijn aangekomen. De passagier [eiser 3] is omgeboekt naar vlucht KL 1139 van 11 december, waarmee hij 3 uur later dan oorspronkelijk gepland in Kopenhagen is aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil 3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 136,13 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vaststaat dat de vlucht niet op 11 december 2022 is uitgevoerd en dat de passagiers zijn omgeboekt naar andere vluchten. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de oorspronkelijke vlucht voor de passagiers als geannuleerd moet worden beschouwd. Nu gesteld, noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c van de Verordening, rust op de vervoerder in beginsel een compensatieplicht.
4.3.
De vervoerder heeft aangevoerd dat sprake was van een onhandelbare passagier aan boord van het toestel tijdens de voorafgaande vlucht van Nice naar Amsterdam. Deze passagier is bij aankomst in Amsterdam op verzoek van de vervoerder door de politie van boord geëscorteerd. De cabin manager was door het incident dusdanig ontdaan, dat zij niet fit to fly werd beschouwd. Vanwege het ontbreken van voldoende bemanningspersoneel kon de vlucht in kwestie vervolgens geen doorgang vinden en heeft de vervoerder deze geannuleerd. Volgens de vervoerder is hierdoor sprake van een buitengewone omstandigheid die maakt dat zij geen compensatie verschuldigd is. De passagiers hebben betwist dat sprake was van een onhandelbare passagier die maakte dat de volgende vlucht geannuleerd moest worden.
4.4.
Of inderdaad sprake was van een onhandelbare passagier en hoe de vervoerder daarmee is omgegaan, hoeft hier niet te worden beoordeeld. Immers, wat daarvan ook zij, de onverwachte afwezigheid van één of meerdere bemanningsleden wegens ziekte of overlijden levert in beginsel geen buitengewone omstandigheid op. Dat geldt ook als het verzuim het gevolg was van een unruly passenger. Het is immers de afwezigheid van een of meer bemanningsleden (en dus niet de precieze al dan niet medische oorzaak van deze afwezigheid) die inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de vervoerder. Het ligt op de weg van de vervoerder om daarmee bij haar planning rekening te houden. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden faalt.
4.5.
Daarmee kan de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de (vertraging als gevolg van de) annulering te voorkomen, onbeantwoord blijven. De gevorderde hoofdsom is toewijsbaar.
4.6.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de dag der dagvaarding.
4.7.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



135,97

- griffierecht



226,00

- salaris gemachtigde



270,00

(2 punten × € 135,00)

- nakosten



67,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



699,47

5. De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 886,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 11 december 2022, en over € 136,13 vanaf 26 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 699,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel delen