De nachtsluiting van Schiphol heeft niets te maken met de vlucht náár Glasgow. Het beroep op buitengewone omstandigheden faalt.
Rechtbank Noord-Holland 28 July 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:16008
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-04-2026
Datum publicatie
28-07-2026
Zaaknummer
11295303
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
ECLI:NL:RBNHO:2025:16008text/xmlpublic2026-07-28T18:05:192026-04-16Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Noord-Holland2025-12-1011295303UitspraakBodemzaakNLHaarlemCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16008text/htmlpublic2026-07-28T18:05:072026-07-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBNHO:2025:16008 Rechtbank Noord-Holland , 10-12-2025 / 11295303 De nachtsluiting van Schiphol heeft niets te maken met de vlucht náár Glasgow. Het beroep op buitengewone omstandigheden faalt.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie
Uitspraakdatum: 10 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited
gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas 1Het procesverloop1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eiser. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten2.1. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 9 juli 2023 vervoeren van Amsterdam naar Glasgow (Schotland), met vlucht EZY7835 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil3.1. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.2. Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening. 3.3. De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.4. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht in kwestie (Amsterdam naar Glasgow) vanwege de doorwerking van buitengewone omstandigheden ten aanzien van eerdere vluchten met hetzelfde toestel, dusdanig was vertraagd, dat het niet langer mogelijk was om de rotatie AMS-GLA-AMS (vertraagd) uit te voeren zonder daarbij met de retourvlucht de nachtsluiting van de luchthaven Schiphol te schenden. Echter, ook als dat het geval zou zijn (wat door de passagier gemotiveerd is betwist), is niet gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht náár Glasgow (vertraagd) uit te voeren. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het gunstigst waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Passagiers mogen niet de dupe worden van de bedrijfseconomische keuzes die de vervoerder maakt. Het verweer van de vervoerder dat bij het desondanks uitvoeren van de vlucht het risico zou bestaan dat de bemanning op een buitenstation zou stranden, treft dan ook geen doel. De conclusie is dat het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden faalt. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen. 4.3. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.4. De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 135,97 - griffierecht € 87,00 - salaris gemachtigde € 80,00 (2 punten × € 40,00) - nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 322,97 5. De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 juli 2023 tot de dag van de gehele betaling; 5.2. veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 322,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter