ECLI:NL:RBNHO:2025:16019
Gevolgen coronapandemie. De vervoerder heeft niet toegelicht waarom hij ervoor heeft gekozen om de gehele rotatie te annuleren, in plaats van het schema te wijzigen en de tussenstop in Hong Kong eruit te halen.
Rechtbank Noord-Holland 30 July 2026
ECLI:NL:RBNHO:2025:16019
text/xml
public
2026-07-30T08:24:52
2026-04-20
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-31
9895167
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16019
text/html
public
2026-07-30T08:23:54
2026-07-30
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2025:16019 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / 9895167
Gevolgen coronapandemie. De vervoerder heeft niet toegelicht waarom hij ervoor heeft gekozen om de gehele rotatie te annuleren, in plaats van het schema te wijzigen en de tussenstop in Hong Kong eruit te halen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9895167 CV EXPL 22-3015
Uitspraakdatum: 31 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],beiden wonende te [plaats 1],
3. [eiser 3],
4. [eiser 4],beiden wonende te [plaats 2] (België),
5. [eiser 5], wonende te [plaats 3],
6. [eiser 6], wonende te [plaats 4],
7. [eiser 7],
8. [eiser 8], beiden wonende te [plaats 5],
9. [eiser 9],
10. [eiser 10],beiden wonende te [plaats 6],
11. [eiser 11],
12. [eiser 12],beiden wonende te [plaats 7],
13. [eiser 13],
14. [eiser 14],beiden wonende te [plaats 8],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
FZE Free Zone Establishment Emirates
gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten)gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Feiten
2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 10 en 11 maart 2020 vervoeren van Amsterdam Schiphol via Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) naar Bangkok (Thailand), met vluchten EK148 en EK384.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht EK384 (Dubai naar Bangkok, hierna: de vlucht) geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 8.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2020; - € 875,00 dan wel € 847,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht onderdeel uitmaakt van de rotatie Dubai – Bangkok – Hong Kong – Bangkok – Dubai. In verband met de coronapandemie waren er volgens de vervoerder op de datum van de vlucht strenge beperkingen ingesteld voor vervoer tussen Hong Kong en Bangkok. Indien de bemanning na aankomst uit Hong Kong in Bangkok in quarantaine zou moeten, zouden zij de (terug)vlucht naar Dubai niet kunnen uitvoeren. Het uitvoeren van de rotatievlucht zoals gepland was daardoor niet langer mogelijk. De vervoerder heeft vervolgens de planning van de rotatie moeten wijzigen naar Dubai – Bangkok – Dubai. Daarvoor moesten echter wel de vliegtijden worden aangepast, aldus de vervoerder.
4.3.
De kantonrechter stelt vast dat niet alleen de vertrektijd van de vlucht is gewijzigd, maar ook het vluchtnummer. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarmee sprake van een omboeking naar een compleet andere vlucht. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de oorspronkelijke vlucht voor de passagiers als geannuleerd moet worden beschouwd. Het is niet gebleken dat er op de vluchtdatum met betrekking tot de onderhavige vlucht (van Dubai naar Bangkok) beperkende overheidsmaatregelen van kracht waren. Het was dan ook niet onmogelijk om de vlucht vanuit Dubai náár Bangkok uit te voeren. De vervoerder heeft niet toegelicht waarom hij ervoor heeft gekozen om de gehele rotatie te annuleren, in plaats van het schema te wijzigen en de tussenstop in Hong Kong eruit te halen. In dat geval had de vlucht in kwestie volgens schema (mogelijk met wat vertraging) kunnen worden uitgevoerd. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Passagiers mogen niet de dupe worden van de bedrijfseconomische keuzes die de vervoerder maakt. De conclusie is dat het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden faalt. De passagiers hebben daarom recht op compensatie.
4.4.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief (inclusief btw), zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De wettelijke rente worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
4.5.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
119,21
- griffierecht
€
244,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.176,21
5. De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 9.275,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 8.400,00 vanaf 11 maart 2023 en over € 875,00 vanaf 7 maart 2021 tot de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 1.176,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter