ECLI:NL:RBNHO:2026:2270
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie en terugbetaling van ticketkosten van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder betwist dat de passagiers daadwerkelijk het verzochte bedrag voor de tickets hebben betaald en voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een staking bij de Franse luchtverkeersleiding. Het verwee...
Rechtbank Noord-Holland 25 June 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:2270
text/xml
public
2026-06-25T14:50:44
2026-03-05
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-04
11920023 CV FORM 25-6914
Uitspraak
Beschikking
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2270
text/html
public
2026-06-25T14:50:18
2026-06-25
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:2270 Rechtbank Noord-Holland , 04-03-2026 / 11920023 CV FORM 25-6914
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie en terugbetaling van ticketkosten van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder betwist dat de passagiers daadwerkelijk het verzochte bedrag voor de tickets hebben betaald en voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een staking bij de Franse luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11920023 CV FORM 25-6914
Uitspraakdatum: 4 maart 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1
[verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats], Frankrijk
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Société Air France
gevestigd te Parijs, Frankrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie en terugbetaling van ticketkosten van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder betwist dat de passagiers daadwerkelijk het verzochte bedrag voor de tickets hebben betaald en voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een staking bij de Franse luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.
2De feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 13 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Marseille, Frankrijk, met vlucht KL3600 dan wel AF1875 (hierna: de vlucht)
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie en terugbetaling van ticketkosten van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.090,03, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 163,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. Daarnaast begrijpt de kantonrechter dat zij stellen dat de vervoerder hen de ticketkosten van de vlucht van € 590,03 moet terugbetalen.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder betwist het verzoek tot terugbetaling van de ticketkosten. Hij voert aan dat de passagiers twee afzonderlijke vervoersovereenkomsten hebben gesloten, waarbij uit de overgelegde boekingsbevestiging blijkt dat passagier sub 1 een bedrag van € 590,03 heeft betaald voor een retourvlucht Amsterdam naar Marseille en terug. Passagier sub 1 heeft echter al eerder gevraagd om terugbetaling van haar ticketkosten en die zijn haar ook al gerestitueerd. Dit geldt niet voor passagier sub 2, maar omdat de passagiers geen boekingsdocumenten van passagier sub 2 hebben overgelegd, blijkt nergens uit dat hij (ook) een bedrag van € 590,03 zou hebben betaald voor alleen de vlucht in kwestie.
4.3.
Het verweer slaagt. Gelet op de gemotiveerde betwisting door de vervoerder hebben de passagiers onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat zij een bedrag van € 590,03 hebben betaald voor de vliegtickets voor (alleen) de vlucht in kwestie en dat de vervoerder dit bedrag nog niet (al dan niet gedeeltelijk) aan hen heeft terugbetaald. Daarom zal dit gedeelte van de hoofdsom worden afgewezen.
4.4.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
4.5.
De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege een staking bij de Franse luchtverkeersleiding. Hierdoor werd het luchtverkeer boven Frankrijk sterk beperkt. Daarom kreeg de vlucht in kwestie een steeds latere vertrektijd opgelegd, tot uiteindelijk ruim drie uur na de geplande vertrektijd. Omdat er geen zicht was op verbetering heeft hij de vlucht moeten annuleren.
4.6.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Hij heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege steeds latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding het luchtverkeer beperkt of een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit toestel niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft hier ook geen invloed op. Daarmee was de annulering het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.7.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. Het Hof heeft geoordeeld dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een passagier een dag later dan gepland aankomt met een alternatieve vlucht die door de vervoerder zelf werd uitgevoerd. In dat geval is het aan de vervoerder om te onderbouwen dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht die door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij werd uitgevoerd.
4.8.
Vast staat dat de vervoerder de passagiers na de annulering alleen vluchten heeft aangeboden waarmee zij met een vertraging van meer dan een dag op de eindbestemming zouden aankomen, hetgeen, gelet op het voorgaande, in beginsel geen redelijke maatregel is. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder echter voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere vluchten beschikbaar waren. De passagiers hebben ook niet concreet aangevoerd dat dat wel het geval was. Vervolgens hebben de passagiers gekozen voor terugbetaling. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek zal worden afgewezen.
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van deze beschikking.
5De beslissingDe kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van deze beschikking;
5.3.
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 8 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.
HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.