ECLI:NL:RBNHO:2026:2271
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde dan wel vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat sprake was van vertraging en dat deze vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Een voorgaande vlucht kreeg een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding en deze vertraging werkte door op d...
Rechtbank Noord-Holland 25 June 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:2271
text/xml
public
2026-06-25T14:47:13
2026-03-05
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-04
11938087 CV FORM 25-7221
Uitspraak
Beschikking
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2271
text/html
public
2026-06-25T14:46:53
2026-06-25
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:2271 Rechtbank Noord-Holland , 04-03-2026 / 11938087 CV FORM 25-7221
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde dan wel vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat sprake was van vertraging en dat deze vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Een voorgaande vlucht kreeg een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding en deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie. Daardoor misten de passagiers de aansluitende vlucht. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11938087 CV FORM 25-7221
Uitspraakdatum: 4 maart 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1
[verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air France
gevestigd te Parijs, Frankrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde dan wel vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat sprake was van vertraging en dat deze vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Een voorgaande vlucht kreeg een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding en deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie. Daardoor misten de passagiers de aansluitende vlucht. Het verweer slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.
2De feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen vervoeren van Antananarivo, Madagaskar, via Parijs, Frankrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie AF935 en AF1640.
2.2.
De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat zij zijn overeengekomen dat de vervoerder hen op 26 oktober 2023 moest vervoeren met de bovengenoemde vluchtcombinatie en dat vlucht AF1640 van Parijs naar Amsterdam is geannuleerd. Zij stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van vlucht AF1640 moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder betwist het verzoek. Hij voert dat de passagiers een boeking hadden voor vlucht AF1640 van Parijs naar Amsterdam op 27 oktober 2023. Vlucht AF1640 is ook niet geannuleerd. Wel heeft hij vlucht AF395 van Antananarivo naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. Daardoor hebben de passagiers de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. De passagiers hebben per abuis een annuleringsbericht ontvangen.
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat de passagiers vanwege de gemotiveerde betwisting door de vervoerder onvoldoende concreet hebben gesteld en onderbouwd dat vlucht AF1640 van Parijs naar Amsterdam is geannuleerd, zodat zij op deze grondslag geen aanspraak kunnen maken op compensatie. Voor zover het verzoek van de passagiers zo gelezen moet worden dat zij (ook) compensatie verzoeken vanwege de vertraging waarmee zij op de eindbestemming zijn aangekomen, overweegt de kantonrechter als volgt.
4.4.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
4.5.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Parijs – Antananarivo – Parijs. De voorgaande vlucht van Parijs naar Antananarivo werd vertraagd uitgevoerd omdat de luchtverkeersleiding latere vertrektijden oplegde. Deze vertraging werkte voor een aanzienlijk gedeelte door op de vlucht in kwestie. Uiteindelijk heeft de vlucht in kwestie hierdoor 44 minuten vertraging opgelopen, waardoor de passagiers de aansluitende vlucht misten. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen.
4.6.
Het verweer van de vervoerder slaagt. Hij heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vlucht, en daarmee het missen van de aansluitende vlucht, het gevolg was van (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarmee was de vertraging van de vlucht het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.7.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de vertraging niet kon voorkomen en dat hij de vlucht zo snel mogelijk heeft uitgevoerd. Na aankomst zijn de passagiers omgeboekt op de snelst beschikbare alternatieve vlucht naar de bestemming.
4.8.
Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek zal worden afgewezen.
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking.
5De beslissingDe kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking;
5.3.
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.