Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBNHO:2026:2327

Luchtvaart; rauwelijks dagvaarden

Rechtbank Noord-Holland 30 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:2327 text/xml public 2026-06-30T08:07:29 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-04 11521149 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2327 text/html public 2026-06-30T08:07:20 2026-06-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:2327 Rechtbank Noord-Holland , 04-03-2026 / 11521149
Luchtvaart; rauwelijks dagvaarden
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11521149 CV EXPL 25-659

Uitspraakdatum: 4 maart 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1]
2. [eiser 2]

beiden wonende te [plaats 1]
3. [eiser 3] 4. [eiser 4] 5. [eiser 5]
allen wonende te [plaats 2]
6. [eiser 6] 7. [eiser 7]
beiden wonende te [plaats 3]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Royal Air Maroc

gevestigd te Casablanca (Marokko)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke)
1Het procesverloop 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek, tevens vermindering van eis;

- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten 2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 10 juli 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Boukhalef Airport (Marokko), met vlucht AT1683 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
2.5.
Passagiers sub 1 en sub 2 hebben het vermeende vorderingsrecht van hun drie minderjarige kinderen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] aan zichzelf gecedeerd.
2.6.
Passagier sub 6 heeft het vermeende vorderingsrecht van haar minderjarige kind [minderjarige 4] aan zichzelf gecedeerd.
3Het geschil 3.1.
De passagiers vorderen – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 4.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 605,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4De beoordeling 4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat enkele handtekeningen op de volmachten afwijken van die op de identiteitsbewijzen van de passagiers. Desondanks hebben zij met het overleggen van de boekingsdocumenten, kopieën van de identiteitsbewijzen en de stukken getiteld ‘volmacht – akte van cessie’ voldoende onderbouwd dat zij Aviclaim hebben gemachtigd om namens hen te procederen.
4.3.
De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan, zodat de vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.
4.4.
De daarover gevorderde rente is toewijsbaar vanaf de vluchtdatum. Het verzuim treedt namelijk zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De werkwijze en proceshouding van de passagiers – waar hierna op in zal worden gegaan – maken dit niet anders.
4.5.
Resteert de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. Hij stelt in dit verband dat de passagiers e-mails hebben verstuurd naar een no-reply mailadres. De passagiers hebben dit onvoldoende gemotiveerd weersproken. Dat de aanmaning door de vervoerder niet is ontvangen, komt daarom voor rekening en risico van de passagiers. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om niet de vervoerder maar de passagiers conform het liquidatietarief te veroordelen in de proceskosten, nu zij deze kosten nodeloos hebben veroorzaakt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 4.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 576,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
5.3.
veroordeelt de passagiers tot betaling van € 144,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel 7 van de Verordening.

Artikel 6:74 lid 1 jo. 6:83 sub b BW.

Artikel delen