ECLI:NL:RBNHO:2026:2329
Luchtvaart; gevoegde zaken
Rechtbank Noord-Holland 30 June 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:2329
text/xml
public
2026-06-30T08:11:34
2026-03-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-04
11336418
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2329
text/html
public
2026-06-30T08:11:23
2026-06-30
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:2329 Rechtbank Noord-Holland , 04-03-2026 / 11336418
Luchtvaart; gevoegde zaken
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11336418 CV EXPL 24-6991 en 11360914 CV EXPL 24-7432
Uitspraakdatum: 4 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs (LVH Advocaten)
1Het procesverloop
1.1.
Bij vonnissen in de afzonderlijke zaken van 5 maart 2025 zijn de zaken gevoegd. Voor het procesverloop voorafgaand aan deze vonnissen wordt naar die afzonderlijke vonnissen verwezen.
1.2.
De vervoerder heeft vervolgens schriftelijk geantwoord. AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[betrokkene 1] heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 2 juli 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Havalimani Airport (Turkije) naar Singapore Changi International Airport, met de vluchtcombinatie TK1952 en TK168.
2.2.
[betrokkene 2] heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 2 juli 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Havalimani Airport (Turkije) naar N’djili Airport (Congo-Kinshasa), met de vluchtcombinatie TK1952 en TK547.
2.3.
De vervoerder heeft vlucht TK1952 (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op hun respectievelijke eindbestemming.
2.4.
De passagiers hebben hun vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.5.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.6.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Tussen partijen is slechts in geschil of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen. De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Hij overweegt hiertoe als volgt.
4.3.
De passagiers zijn met een vertraging van minder dan 24 uur aangekomen op hun eindbestemming. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de aangeboden alternatieve vluchten geen redelijke maatregel vormen. Bovendien is niet komen vast te staan dat de passagiers sneller vervoerd hadden kunnen worden. AirHelp heeft namelijk nagelaten om aan te tonen dat er op de door haar genoemde vluchten SQ323 en KL835 nog plaatsen beschikbaar waren. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
4.4.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt AirHelp ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
In de zin van artikel 222 Rv.
Artikel 7 van de Verordening.
HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.