ECLI:NL:RBNHO:2026:3278
Luchtvaart. De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Dit is door de passagier niet weersproken. Daarnaast heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Het verweer slaagt en de vorderin...
Rechtbank Noord-Holland 9 July 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3278
text/xml
public
2026-07-09T08:32:33
2026-03-26
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-25
11680773 CV EXPL 25-2923
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:3278
text/html
public
2026-07-09T08:29:36
2026-07-09
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:3278 Rechtbank Noord-Holland , 25-03-2026 / 11680773 CV EXPL 25-2923
Luchtvaart. De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Dit is door de passagier niet weersproken. Daarnaast heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11680773 CV EXPL 25-2923
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Korean Air Lines Co Ltd. (Korean Air)
gevestigd te Seoel, Zuid-Korea
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. M. Lustenhouwer en mr. D.H.A. Delger (AKD N.V.)
De zaak in het kort
De passagier vordert compensatie van de vervoerder voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Dit is door de passagier niet weersproken. Daarnaast heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar en haar minderjarige kind op 12 en 13 juli 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Seoel, Zuid-Korea, naar Denpasar, Indonesië, met vluchtcombinatie KE926 en KE629.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht KE926 van Amsterdam naar Seoel (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier en haar kind hebben de aansluitende vlucht gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht en zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vertraagde aankomst van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
3.2.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat zij het eventuele vorderingsrecht van haar minderjarige kind aan zichzelf heeft overgedragen en dat de vervoerder haar daarom en vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert onder meer aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4De beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht de passagier en haar kind met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) vertraging door latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding en het via een langere route moeten vliegen door slechte weersomstandigheden. De passagier heeft dit niet weersproken. Daarmee staat vast dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.4.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt dat hij geen invloed had op de beperkingen van de luchtverkeersleiding en de weeromstandigheden maar dat hij de vertraging heeft kunnen bekorten door de andere route te vliegen. Na aankomst heeft hij de passagier en haar kind omgeboekt op het eerst beschikbare alternatief.
4.5.
De passagier betwist dit. Zij voert aan dat de vertraging van de vlucht in kwestie grotendeels het gevolg was van de vertraging van de voorgaande vlucht. Daarom wist de vervoerder al voor vertrek dat zij en haar kind de aansluitende vlucht zouden missen. De vervoerder had al haar bij voorbaat op een alternatieve vlucht(combinatie) moeten omboeken. Ter onderbouwing verwijst zij naar twee alternatieve vluchtcombinaties. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat er op de door de passagier genoemde vluchten geen plaats beschikbaar was.
4.6.
Het verweer slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij de passagier en haar kind heeft omgeboekt op het eerst beschikbare alternatief. Omdat de passagier niet heeft aangetoond dat er plaats voor haar en haar kind beschikbaar was op de door haar genoemde alternatieve vluchten, heeft zij dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Bovendien is het naar het oordeel van de kantonrechter te vergaand om luchtvaartmaatschappijen te verplichten passagiers al bij de verwachting van het missen van een overstap proactief om te boeken vanaf de luchthaven van vertrek. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. Daarom zal de vordering worden afgewezen.
4.7.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagier tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
artikel 5 lid 3 van de Verordening.