Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBNHO:2026:8250

De consument heeft voldoende onderbouwd dat zij (een deel van) haar bestelling aan de webwinkel retour heeft gestuurd. Koop op afstand. Ambtshalve toetsing.

Rechtbank Noord-Holland 5 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:8250 text/xml public 2026-08-05T17:00:07 2026-07-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-07-29 K/4102/12106146 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8250 text/html public 2026-07-21T07:42:03 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:8250 Rechtbank Noord-Holland , 29-07-2026 / K/4102/12106146
De consument heeft voldoende onderbouwd dat zij (een deel van) haar bestelling aan de webwinkel retour heeft gestuurd. Koop op afstand. Ambtshalve toetsing.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 12106146 CV EXPL 26-998

Vonnis van 29 juli 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands rechtALEKTUM CAPITAL II AG,

te Zug, Zwitserland (Zwitserland),

eisende partij,

hierna te noemen: Alektum,

gemachtigde: [gemachtigde],

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;- het mondelinge antwoord;- de conclusie van repliek;- de mondelinge dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Het geschil 2.1.
Alektum vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 337,99 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft een koffiemachine (€ 248,00) en een elektrische deken (€ 89,00) gekocht via de website van Mediamarkt (hierna ook: de webwinkel), waarbij zij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat [gedaagde] de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. Klarna heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum.
2.3.
[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Zij voert aan dat zij de koffiemachine kort na ontvangst heeft geretourneerd en daarom niet hoeft te betalen.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3De beoordeling 3.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] op 13 december 2020 en 9 januari 2021 bestellingen heeft geplaatst bij Mediamarkt, en deze ook heeft ontvangen. Het uitgangspunt is dan ook dat [gedaagde] de koopprijs van de bestelde artikelen moet betalen.

Retourzending koffiemachine
3.2.
[gedaagde] verweert zich met de stelling dat zij ten tijde van de bestellingen onder bewind stond, en dat zij de koffiemachine in opdracht van haar bewindvoerder na ontvangst direct heeft teruggestuurd. [gedaagde] heeft ook een verzendbewijs overgelegd van PostNL waarop staat dat op 18-12-2020 een pakket is verstuurd aan Antwoordnummer 410, 4460 VB. Alektum betwist dat Mediamarkt de koffiemachine retour heeft ontvangen.
3.3.
De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 7:11 BW draagt de consument-koper het risico van het bestelde zodra hij dit ontvangen heeft. Op grond van artikel 6:230r lid 4 BW heeft de consument pas recht op terugbetaling (of, in dit geval, is zij pas bevrijd van haar betalingsverplichting) als de handelaar de zaken heeft ontvangen of de consument heeft aangetoond dat hij de zaken heeft teruggezonden. Dat betekent dat [gedaagde] verantwoordelijk is voor een goede retourzending. [gedaagde] heeft ter onderbouwing van haar retourzending een bevestiging van de aanmelding van een retouraanvraag bij Mediamarkt en een verzendbewijs ingebracht. Op dit verzendbewijs staat een code waarmee de zending via de website van PostNL en/of de PostNL app is te volgen. Ook blijkt uit het verzendbewijs dat het gaat om een verzending op 18 december 2020, dus een aantal dagen nadat [gedaagde] de koffiemachine heeft besteld en ontvangen. In het licht van deze onderbouwing van haar standpunt dat [gedaagde] de koffiemachine terug heeft gezonden, acht de kantonrechter de betwisting van Alektum onvoldoende gemotiveerd. De conclusie van Alektum dat het ervoor moet worden gehouden dat de koffiemachine niet is ontvangen door Mediamarkt, volgt de kantonrechter dan ook niet. [gedaagde] heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldaan aan de voorwaarde uit artikel 6:230r BW, namelijk dat zij moet aantonen dat zij de zaken terug heeft gezonden. Daarom is [gedaagde] bevrijdt van haar betalingsverplichting met betrekking tot de koffiemachine. De vordering van Alektum tot betaling van de koopsom van de koffiemachine wordt dan ook afgewezen.
3.4.
[gedaagde] moet nog wel de koopprijs van de elektrische deken aan Alektum betalen, behoudens het navolgende.

Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
3.5.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
3.6.
Alektum heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.
3.7.
Om te kunnen vaststellen dat ook is voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een bestelbevestiging worden overgelegd die voldoet aan de eisen van dat artikel. Alektum heeft enkel de door Klarna verzonden bestelbevestiging overgelegd. Dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie, omdat informatie over het ontbindingsrecht (artikel 6:230m lid 1 sub h BW) ontbreekt. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.

Welke sanctie hoort hierbij?
3.8.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.

Ambtshalve toetsing van de kredietovereenkomst
3.9.
[gedaagde] heeft gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkrediet (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW. Overeenkomsten als de onderhavige vallen in beginsel onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten) tenzij die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.10.
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.
3.11.
Vanwege de door [gedaagde] gekozen betalingswijze, waardoor de vordering van de webwinkel op [gedaagde] direct wordt gecedeerd aan Klarna, zijn de algemene voorwaarden van Klarna van toepassing op de kredietovereenkomst. Deze moeten dan ook ambtshalve worden getoetst.
3.12.
Alektum heeft de algemene voorwaarden van Klarna (Koop nu – Betaal later) van 29 maart 2021 overgelegd. Uit de factuur van de elektrische deken blijkt echter dat de overeenkomst is gesloten op 9 januari 2021. De overeenkomst is dus tot stand gekomen voordat de overgelegde algemene voorwaarden waren vastgesteld. De overgelegde algemene voorwaarden zijn dus niet de juiste voorwaarden.
3.13.
Vanwege de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde vergoeding van rente moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of Alektum in de toepasselijke algemene voorwaarden bedingen heeft opgenomen over incassokosten en rente, en zo ja, of die bedingen al dan niet oneerlijk zijn. Bij gebreke van (de juiste versie van) de algemene voorwaarden kan de kantonrechter de ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. Daarom worden deze vorderingen afgewezen (ook al zijn deze vergoedingen in de procedure gebaseerd op wettelijke bepalingen).

Conclusie
3.14.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 71,99 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 89,99 x 0.80).
3.15.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Alektum te betalen een bedrag van € 71,99,
4.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.

De griffier De kantonrechter

Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.

HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.

Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten (https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/richtlijn-sanctiemodel-informatieplichten.pdf), te vinden op rechtspraak.nl.

HvJ EU 17 oktober 2024, zaak C- 409/23, ECLI:EU:C:2024:895 (Riverty).

HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).

Artikel delen