Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBNNE:2026:2065

Wahv. P061 - 'met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt'. Beroep niet-ontvankelijk wegens handelen in strijd met het beginsel van behoorlijke procesvoering. Betrokkene heeft onbehoorlijk taalgebruik en een bedreiging naar de verbalisant geuit in zijn beroepschrift. Van de kans om dit te herstellen heeft hij geen gebruik gemaakt en hij is ook nie...

Rechtbank Noord-Nederland 4 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNNE:2026:2065 text/xml public 2026-06-04T09:00:11 2026-06-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-05-12 11836622 BU VERZ 25-1932 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2065 text/html public 2026-06-04T09:00:04 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:2065 Rechtbank Noord-Nederland , 12-05-2026 / 11836622 BU VERZ 25-1932
Wahv. P061 - 'met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt'. Beroep niet-ontvankelijk wegens handelen in strijd met het beginsel van behoorlijke procesvoering. Betrokkene heeft onbehoorlijk taalgebruik en een bedreiging naar de verbalisant geuit in zijn beroepschrift. Van de kans om dit te herstellen heeft hij geen gebruik gemaakt en hij is ook niet op zitting verschenen.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 271108509

zaaknummer: 11836622 BU VERZ 25-1932

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 mei 2026

in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: P061 – ‘met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt’, verricht op 23 december 2024, om 14:30 uur, op de Rijksweg A7 bij Niebert, met een aanhanger (80km/h), met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. F.F. Buddingh aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter Standpunten
2. Betrokkene voert in het beroepschrift aan dat er geen sprake is van een overtreding en dat hij geen enkele schuld heeft aan de boete. Volgens hem moet degene die de trailer heeft gelost minimaal dezelfde boete krijgen. Het Openbaar Ministerie voert een hetze tegen betrokkene en andere chauffeurs en gebruikt hen als melkkoe. Betrokkene schrijft verder: “Als deze boete alsnog doorgedrukt gaat worden eis ik dat meneer [naam verbalisant] (de nazi agent) nooit van zijn leven meer een ui, aardappel of appels tot zich neemt. Want mij maakt chauffeurs het werk onmogelijk die minne hond. Ik weet dat deze hondekop al ruzie heeft met heel veel mensen en zijn adres is inmiddels ook bekend onder veel mensen dus de oplossing zal er wel komen.”

3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Beslissing

4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.

Overwegingen

5. De kantonrechter overweegt dat partijen in bestuursrechtelijke procedures gebonden zijn aan het beginsel van behoorlijke procesvoering. Dit houdt in dat partijen zowel schriftelijk als mondeling op een fatsoenlijke manier moeten communiceren, zonder daarbij gebruik te maken van ongepaste, beledigende en dreigende teksten en/of uitlatingen.

6. Naar oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene hieraan niet voldaan door schuttingtaal en een indirecte bedreiging van de verbalisant in zijn beroepschrift te schrijven.

7. In een brief van 16 april 2026 heeft de griffie van de rechtbank betrokkene gewezen op zijn proceshouding en hem de kans geboden om uiterlijk op de zitting van 12 mei 2026 een nieuw beroepschrift in te dienen zonder ongepaste uitlatingen. Hierbij is vermeld dat de kantonrechter het beroep anders niet-ontvankelijk kon verklaren. Betrokkene heeft niets ingediend en is ook niet op de zitting verschenen.

8. Daarom verklaart de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk wegens handelen in strijd met het beginsel van behoorlijke procesvoering.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1667.

Artikel delen