Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBNNE:2026:2092

Wahv. R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’. Gegrond beroep. Buurtbewoners hebben zelf belijning aangebracht waardoor de parkeerlocatie een parkeervak lijkt. Dit is het echter niet. De gemeente zou dit moeten verwijderen en in de gaten moeten houden. Het zorgt voor een verwarrende situatie en betrokkene krijgt voor deze keer het voordeel van de twijfel...

Rechtbank Noord-Nederland 4 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNNE:2026:2092 text/xml public 2026-06-04T09:01:36 2026-06-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-05-12 11836612 BU VERZ 25-1931 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2092 text/html public 2026-06-04T09:01:19 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:2092 Rechtbank Noord-Nederland , 12-05-2026 / 11836612 BU VERZ 25-1931
Wahv. R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’. Gegrond beroep. Buurtbewoners hebben zelf belijning aangebracht waardoor de parkeerlocatie een parkeervak lijkt. Dit is het echter niet. De gemeente zou dit moeten verwijderen en in de gaten moeten houden. Het zorgt voor een verwarrende situatie en betrokkene krijgt voor deze keer het voordeel van de twijfel. Boete naar nul.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 271768244

zaaknummer: 11836612 BU VERZ 25-1931

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 mei 2026

in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 17 januari 2025, om 21:31 uur, in [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F.F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter Standpunten
2. Betrokkene woont al meer dan twintig jaar in de straat. Hij heeft altijd zonder problemen kunnen parkeren, ook op de plek van de overtreding. Hij is verbaasd over de boete. Of de belijning officieel is of niet, heeft hij niets mee te maken. Als het niet officieel is, moet de gemeente het schoonmaken. Het suggereert dat het een parkeerhaven is. Tegenover betrokkenes huis is een gehandicaptenparkeerplaats waar een groot kruis op het wegdek geverfd is. Hoe moest betrokkene weten dat hij hier niet mocht parkeren, vraagt hij zich af.

3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. Uit het aanvullend proces-verbaal volgt dat de wijk opnieuw is ingericht, waarbij het parkeervak een andere bestemming heeft gekregen. Als betrokkene er al meer dan twintig jaar woont, was hij daarvan op de hoogte. De belijning is volgens de verbalisant door buurtbewoners aangebracht.

Beslissing

4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
De verbalisant heeft verklaard dat het voertuig van betrokkene in een parkeerverbodszone geparkeerd stond. Deze verklaring is aangevuld met een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, waarin de verbalisant heeft aangegeven dat betrokkene in een parkeerverbodszone heeft geparkeerd en dat sinds de herinrichting van de wijk, de plek waar betrokkene geparkeerd stond niet meer gezien wordt als parkeervak. Bewoners hebben zelf witte belijning aangebracht, waardoor het een parkeervak lijkt.
5.2.
Op basis van deze verklaringen stelt de kantonrechter vast dat een verkeersovertreding is begaan.

6. De kantonrechter ziet wel reden voor matiging van de boete. Er is belijning aangebracht, maar deze is niet officieel. De gemeente zou dit eigenlijk moeten verwijderen en in de gaten moeten houden of een buurtbewoner dit verft. Het zorgt voor een verwarrende situatie en de kantonrechter geeft betrokkene daarom, voor deze ene keer, het voordeel van de twijfel. Hij stelt de boete op nul.

Conclusie

De kantonrechter:

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;

wijzigt de beslissing van de officier van justitie en matigt de sanctie tot nul;

bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.



Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel delen