ECLI:NL:RBNNE:2026:2093
Wahv. R397D – ‘een voertuig parkeren op een parkeerplaats die uitsluitend bestemd is voor andere voertuigen’. Ongegrond beroep. Betrokkene stond pal voor het bord dat aangeeft dat de parkeerplaats is gereserveerd voor campers. Dat hij niet wist dat hij daar niet mocht parkeren, komt voor zijn rekening en risico. Dat geldt ook voor het parkeren omdat er al andere auto's stonden.
Rechtbank Noord-Nederland 4 June 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2093
text/xml
public
2026-06-04T09:02:08
2026-06-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Nederland
2026-05-12
11836609 BU VERZ 25-1930
Uitspraak
Mondelinge uitspraak
NL
Groningen
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2093
text/html
public
2026-06-04T09:01:53
2026-06-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNNE:2026:2093 Rechtbank Noord-Nederland , 12-05-2026 / 11836609 BU VERZ 25-1930
Wahv. R397D – ‘een voertuig parkeren op een parkeerplaats die uitsluitend bestemd is voor andere voertuigen’. Ongegrond beroep. Betrokkene stond pal voor het bord dat aangeeft dat de parkeerplaats is gereserveerd voor campers. Dat hij niet wist dat hij daar niet mocht parkeren, komt voor zijn rekening en risico. Dat geldt ook voor het parkeren omdat er al andere auto's stonden.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272294517
zaaknummer: 11836609 BU VERZ 25-1930
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 mei 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R397D – ‘een voertuig parkeren op een parkeerplaats die uitsluitend bestemd is voor andere voertuigen’, verricht op 19 februari 2025, om 15:29 uur, op de Bieskemaar in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. F.F. Buddingh aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene stelt dat niet duidelijk vermeld was dat ter plaatse niet geparkeerd mocht worden. Er stond een bord met parkeren voor campers en het was betrokkene niet duidelijk dat hij daar dan niet mag parkeren. Het was die dag heel druk bij Kardinge en alles was vol. Er stonden al andere auto’s, dus dacht betrokkene dat daar parkeren geen probleem zou zijn.
3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding in zoverre dat hij aanvoert dat onvoldoende duidelijk was dat hij niet mocht parkeren waar hij stond. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
De verbalisant heeft verklaard dat hij heeft geconstateerd dat het voertuig op een parkeergelegenheid geparkeerd stond terwijl het voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie, namelijk parkeerplekken voor kampeermiddelen.
5.2.
Deze verklaring is aangevuld met foto’s, waaruit blijkt dat er een bord stond dat de parkeerplaats reserveerde voor campers. Raadpleging van Google Street View wijst uit dat dit bord pal voor de plek waar betrokkene heeft geparkeerd staat. De situatie is voldoende duidelijk. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.
6. Dat betrokkene niet wist dat hij daar niet mocht parkeren terwijl er een bord staat dat de plaats reserveert voor campers, komt voor zijn rekening en risico. Hetzelfde geldt voor het parkeren omdat er al andere auto’s geparkeerd stonden. Betrokkene is zelf verantwoordelijk voor het op de hoogte zijn van de verkeersregels en het opletten of parkeren is toegestaan.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.