ECLI:NL:RBOVE:2026:4881
Ontbinding arbeidsovereenkomst; g-grond
Rechtbank Overijssel 11 August 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4881
text/xml
public
2026-08-11T11:48:34
2026-08-08
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Overijssel
2026-07-28
12285877 EJ VERZ 26-198
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Zwolle
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4881
text/html
public
2026-08-11T11:48:10
2026-08-11
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBOVE:2026:4881 Rechtbank Overijssel , 28-07-2026 / 12285877 EJ VERZ 26-198
Ontbinding arbeidsovereenkomst; g-grond
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 12285877 EJ VERZ 26-198
Beschikking van 28 juli 2026
in de zaak van
STICHTING ORTHOPEDAGOGISCH INSTITUUT DEVENTER,
te Deventer,
verzoekende partij,
hierna te noemen: SOI,
gemachtigde: mr. S.M.C. Verheyden,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. P. Hulsegge.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 27 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De beoordeling
2.1
Aan het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden legt SOI ten grondslag dat de arbeidsverhouding duurzaam en onherstelbaar is verstoord en dat herplaatsing van [gedaagde] niet meer mogelijk is.
2.2
[gedaagde] erkent dat de arbeidsverhouding inmiddels zodanig is verstoord dat van SOI in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook [gedaagde] ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing. [gedaagde] ziet af van de eerder (subsidiair) door haar verzochte billijke vergoeding.
2.3
De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen bestaat een redelijke grond voor ontbinding, namelijk een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van SOI in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van [gedaagde]. Het eindigen van de arbeidsovereenkomst is niet aan [gedaagde] te wijten.
2.4
Er is geen opzegverbod dat in de weg staat aan ontbinding.
2.5
De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met ingang van 1 december 2026. Daarbij is rekening gehouden met de opzegtermijn, de duur van deze procedure en hetgeen door partijen is verzocht.
2.6
Partijen zijn het er ook over eens dat [gedaagde] aanspraak heeft op een transitievergoeding van € 24.639,00 bruto. SOI zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding.
2.7
SOI heeft op de zitting verklaard dat geen gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid om het verzoek in te trekken. SOI hoeft daarom ook geen gelegenheid te krijgen voor intrekking.
2.8
Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2026,
3.2
veroordeelt SOI om aan [gedaagde] een transitievergoeding te betalen van € 24.639,00 bruto,
3.3
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
3.4
verklaart deze beschikking tot uitvoerbaar bij voorraad,
3.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.O. Frentrop en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026. (ap)