Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBROT:2025:9188

Tussentijdse beëindiging afgewezen. De rechtbank verbindt geen consequenties aan de tekortkomingen in de inspanningsverplichtingen. De rechtbank heeft er voldoende vertrouwen in dat de tekortkoming in de afdrachtverplichting zal worden hersteld.

Rechtbank Rotterdam 30 July 2025

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2025:9188 text/xml public 2025-07-30T12:00:19 2025-07-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2025-07-25 FT EA 22-504 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Insolventierecht Faillissementswet 350 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:9188 text/html public 2025-07-25T15:48:15 2025-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2025:9188 Rechtbank Rotterdam , 25-07-2025 / FT EA 22-504
Tussentijdse beëindiging afgewezen. De rechtbank verbindt geen consequenties aan de tekortkomingen in de inspanningsverplichtingen. De rechtbank heeft er voldoende vertrouwen in dat de tekortkoming in de afdrachtverplichting zal worden hersteld.
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie

weigering tussentijdse beëindiging

[insolventienummer]

uitspraakdatum: 25 juli 2025

Bij vonnis van deze rechtbank van 10 augustus 2022 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenares] ,

[adres]

[postcode] [plaats] ,

schuldenares,

bewindvoerder: [persoon A] .
1De procedure
De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris op 8 mei 2025 verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 14 mei 2025 met dit verzoek ingestemd.

De bewindvoerder heeft op 18 juni 2025 aan de rechtbank een laatste stand van zaken gestuurd.

Ter zitting van 23 juni 2025 zijn verschenen en gehoord:

[schuldenares] , schuldenares;

mevrouw [persoon A] , bewindvoerder;

mevrouw N. Nguyen, beschermingsbewindvoerder.

Op 25 juni 2025 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen.

Op 2 juli 2025 heeft de bewindvoerder haar advies aan de rechtbank uitgebracht.

De uitspraak is bepaald op heden.
2De standpunten
Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de bewindvoerder en schuldenares verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting.
3De beoordeling
De rechtbank zal geen consequenties verbinden aan de tekortkomingen in de nakoming van de inspanningsverplichting. Schuldenares heeft vanaf aanvang van de regeling wel gewerkt, maar dit was nooit fulltime (36 uur per week). Schuldenares heeft aan de rechtbank stukken van de arbodienst overgelegd. Hieruit is gebleken dat schuldenares een medische aandoening heeft met objectiveerbare beperkingen, dat haar arbeidsintensiviteit langzaam dient te worden opgebouwd, dat zij bovendien is aangewezen op een gestructureerde werksituatie zonder veel storingen onder begeleiding van collega’s of leidinggevenden. De rechtbank acht op grond van de stukken van de arbodienst en gelet op het advies van de bewindvoerder aannemelijk, dat schuldenares zich gedurende de gehele periode van de schuldsanering maximaal heeft ingezet om aan haar inspanningsverplichting te voldoen. De rechtbank verbindt daarom geen consequenties aan de tekortkomingen in de nakoming van de inspanningsverplichting.

De rechtbank heeft er voorts voldoende vertrouwen in dat de tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting zal worden hersteld. Er is sprake van een boedelachterstand ter hoogte van € 1.045,20. Schuldenares zal een teruggave huurtoeslag 2024 ontvangen. De bewindvoerder heeft dit in haar boedeloverzicht verwerkt. Zodra de teruggave aan de boedel wordt overgemaakt, is de achterstand volledig ingelopen. De thans nog resterende tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting rechtvaardigen in het licht van het voorgaande op dit moment geen tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Voorts heeft de bewindvoerder in haar advies te kennen gegeven dat de werkgever van schuldenares heeft bevestigd de gelden over te zullen maken naar de beheerrekening van de beschermingsbewindvoerder. Ook blijkt uit het advies dat de werkgever van schuldenares heeft verklaard dat een collega van schuldenares de toezegging over de gelden van de laptop niet had mogen doen. De werkgever zal schuldenares hiervoor compenseren en maandelijks extra uren uit betalen.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Door de rechtbank wordt aan schuldenares thans een laatste kans geboden om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen. Alle uit de regeling voortvloeiende verplichtingen moeten in het vervolg door schuldenares stipt worden nagekomen, om een (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei te voorkomen.
4De beslissing
De rechtbank:

- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juli 2025.

Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

Artikel delen