ECLI:NL:RBROT:2026:10361
text/xml
public
2026-08-20T14:55:35
2026-08-20
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Rotterdam
2026-07-27
71-100546-24
Uitspraak
Eerste aanleg - meervoudig
NL
Dordrecht
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10361
text/html
public
2026-08-20T14:54:12
2026-08-20
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBROT:2026:10361 Rechtbank Rotterdam , 27-07-2026 / 71-100546-24
Veroordeling voor het medeplegen van het overdragen en voorhanden hebben van drie vuurwapens, drie patroonhouders en 153 kogelpatronen en voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, een patroonhouder en 34 kogelpatronen tot een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 71-100546-24
Datum uitspraak: 27 juli 2026
Datum zitting: 13 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres:
[adres] ,
[postcode] [plaats] ( [land] )
Advocaat van de verdachte: mr. P.M. Breukink
Officier van justitie: mr. M. van Nes.
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het overdragen en voorhanden hebben van drie vuurwapens, drie patroonhouders en 153 kogelpatronen en voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, een patroonhouder en 34 kogelpatronen. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.
1Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - tezamen en in vereniging wapens, patroonhouders en munitie heeft overgedragen en voorhanden heeft gehad (feit 1) en tezamen en in vereniging een wapen, patroonhouder en munitie voorhanden heeft gehad (feit 2).
De volledige tenlastelegging houdt in dat
1.
hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) (vuur)wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30;
- een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30;
- een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; en/of
- 3 patroonmagazijn(en) als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie; en/of
- 153 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad;
2.
hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; en/of
- een patroonmagazijn als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel
1. onder 3 van de Wet wapens en munitie; en/of
- 34 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad.
2Bewijs
2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van beide feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte wapens, patroonhouders en munitie heeft overgedragen en voorhanden heeft gehad (feit 1) en een wapen, patroonhouder en munitie voorhanden heeft gehad (feit 2). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie
3. Proces-verbaal van politie, forensisch onderzoek Maserati
4. Proces-verbaal van politie, onderzoek wapen
5. Proces-verbaal van politie, forensisch onderzoek aan woning
6. Proces-verbaal van politie, dactyloscopisch en DNA vooronderzoek aan vuurwapen
2.3.2.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1.
hij op 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, vuurwapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30;
- een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30;
- een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; en
- 3 patroonmagazijnen als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie; en
- 153 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, heeft overgedragen en voorhanden heeft gehad;
2.
hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Noord-Scharwoude (gemeente Dijk en Waard), althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een (vuur)wapen van het merk Heckler & Koch P30; en
- een patroonmagazijn als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel
1. onder 3 van de Wet wapens en munitie;
- 34 kogelpatronen, kaliber 9 mm, zijnde munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad.
3Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
1.
de voortgezette handeling van het medeplegen van
‘de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd,
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd,’
en
‘het medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.’
2.
de eendaadse samenloop van het medeplegen van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4Straf
4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat een maximale taakstraf en een forse voorwaardelijke gevangenisstraf een passende straf is, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan het overdragen en voorhanden hebben van vuurwapens, patroonmagazijnen en munitie. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Wapens worden niet zelden gebruikt bij het begaan van strafbare feiten en circuleren veelvuldig in het criminele circuit. Het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens, patroonhouders en munitie maakt dan ook een ernstige inbreuk op de rechtsorde en brengt een onaanvaardbaar risico met zich voor de veiligheid van de maatschappij.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 13 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
4.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 24 juni 2025, omdat de verdachte op die datum is gedagvaard. Tot aan dit vonnis is een periode van ruim één jaar verstreken. Omdat er geen bijzondere omstandigheden spelen, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dit betekent dat de redelijke termijn formeel niet is geschonden. Wel houdt de rechtbank rekening met de ouderdom van de zaak.
4.3.4.
Oplegging gevangenisstraf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook gekeken naar de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 10 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
5Voorlopige hechtenis
De officier van justitie heeft gevangenneming gevorderd vanaf het moment van de uitspraak. Gelet op het feit dat de verdachte vanuit Spanje, zonder dwangmiddel, naar Nederland is gekomen om aanwezig te zijn voor de zitting, dat hij een bekennende verklaring heeft afgelegd én heeft aangegeven de consequenties van zijn handelen te willen ondergaan, ziet de rechtbank geen aanleiding tot gevangenneming.
6Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 55, 56, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 31 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.
7Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 10 (tien) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
wijst af de vordering tot gevangenneming van de verdachte.
8Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.M. Turfboer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 juli 2026.
Mrs. P.C. Tuinenburg en C.M. Turfboer zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
Verklaard tijdens de zitting van 13 juli 2026.
Zaakdossier [dossiernaam] , proces-verbaal, [nummer proces-verbaal 1] (p. 228 e.v.).
Zaakdossier [dossiernaam] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 2] (pagina 86 e.v.).
Zaakdossier [dossiernaam] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 3] (pagina 147 e.v.).
Zaakdossier [dossiernaam] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 4] (p. 99 e.v.).
Zaakdossier [dossiernaam] , proces-verbaal [nummer proces-verbaal 5] (p. 118 e.v.).