ECLI:NL:RBROT:2026:5540
text/xml
public
2026-06-03T08:53:44
2026-05-13
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Rotterdam
2026-05-13
C/10/694548 / HA ZA 25-157
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Rotterdam
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5540
text/html
public
2026-06-03T08:53:16
2026-06-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBROT:2026:5540 Rechtbank Rotterdam , 13-05-2026 / C/10/694548 / HA ZA 25-157
Betaling voor werkzaamheden als ontvangstexpediteur. Vertraging bij de import van goederen in de haven van Rotterdam. Importeur moet de door vertraging ontstane kosten voldoen. Expediteur heeft de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen en heeft voldoende informatie gegeven ter aflegging van rekening en verantwoording. Reconventionele schadevergoeding afgewezen.
RECHTBANK Rotterdam
Team Handel en Haven
Zaaknummer: C/10/694548 / HA ZA 25-157
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TRANSNORDIC SHIPPING & LOGISTICS B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Transnordic,
advocaat: mr. Z.F. Poortvliet te Rotterdam,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
DELINA GMBH,
gevestigd te Kempen (Duitsland),
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Delina,
advocaat: mr. W.E. Boonk te Rotterdam.
1De kern van het geschil
Transnordic wil betaald worden voor haar werkzaamheden als ontvangstexpediteur. Bij de import van voor Delina bestemde goederen zijn er vertragingen geweest in de haven van Rotterdam. Transnordic heeft daarover informatie aan Delina verschaft. Delina vraagt zich echter nog steeds af of die vertragingen aan Transnordic te verwijten zijn, wil nog meer informatie van Transnordic en vordert een schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt – kort gezegd – dat Delina Transnordic moet betalen voor de door Transnordic verrichte werkzaamheden. Transnordic heeft ook voldoende informatie gegeven aan Delina. De rechtbank wijst de schadevergoedingsvordering van Delina af omdat zij daarvoor onvoldoende (onderbouwd) heeft gesteld. De rechtbank legt dat hieronder uit.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding 12 december 2024, met producties 1 tot en met 20;- de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie van 23 juli 2025, met producties 1 tot en met 3;
- de brieven van de rechtbank van 5 augustus 2025, waarin mondelinge behandeling is bepaald;
- het bericht van de rechtbank van 5 november 2025, met daarin een zittingsagenda;
- de op 21 november 2025 ingekomen akte van Delina van 4 december 2025, met producties 4 tot en met 9;
- de op 23 november 2025 ingekomen conclusie van antwoord in reconventie tevens akte houdende wijziging van eis in conventie en overlegging producties in conventie van 4 december 2025, met producties 21 tot en met 28;
- de mondelinge behandeling van 4 december 2025, en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van mrs. Poortvliet en Boonk .
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
Delina is een handelsonderneming die actief is in de levensmiddelenindustrie. Zij importeert goederen van buiten de EU.
3.2.
Transnordic is een logistiek dienstverlener en treedt op als ontvangstexpediteur van Delina in de haven van Rotterdam. Dat houdt onder meer in dat zij binnenkomende containers van de zeevervoerder in ontvangst neemt en zorg draag voor het inklaren en (fytosanitaire) keuren van de goederen. Transnordic maakt daarbij gebruik van verschillende douane-agenten.
3.3.
Partijen hebben ruim 16 jaar samengewerkt. De meest recente offerte op basis waarvan partijen hebben samengewerkt is op 21 december 2022 aan Delina gestuurd per e-mail. Onderaan de e-mail heeft Transnordic de ‘Transnordic Warehousing Conditions version 2019’ van toepassing verklaard op ‘any warehousing activities’ en op alle andere activiteiten de ‘Transnordic Forwarding Conditions version 2018’ (hierna: TFC), met daarbij hyperlinks naar die voorwaarden.
3.4.
Sinds, althans vooral in het tweede kwartaal van 2024 is sprake van significante vertragingen tussen aankomst van de goederen in de haven van Rotterdam en het moment dat deze door de Douane en de NVWA zijn goedgekeurd voor verder transport. De hieraan verbonden extra kosten heeft Transnordic aan Delina doorbelast.
3.5.
In de periode van augustus 2024 tot en met december 2024 heeft Transnordic 59 facturen verstuurd, welke Delina aanvankelijk niet heeft betaald. Het daarmee in totaal gefactureerde bedrag bedraagt € 127.006,44.
3.6.
Op 28 oktober 2024 stelt Delina Transnordic formeel aansprakelijk voor de door haar geleden schade door de vertragingen en schorst zij betaling van de nog openstaande facturen op. Delina voegt daarbij een excel-overzicht van de vertraagde vrachten en verzoekt Transnordic om dat overzicht aan te vullen met haar gegevens, om te achterhalen hoe en waar de vertragingen werkelijk zijn ontstaan.
3.7.
Op 31 oktober 2024 heeft Transnordic aan Delina geschreven dat opschorting volgens haar ongegrond is en contractueel niet is toegelaten. Het excel-overzicht heeft Transnordic aangevuld en gelijktijdig aan Delina toegezonden. Transnordic maant Delina daarbij aan tot betaling van de facturen en buitengerechtelijke kosten over de facturen waarvan de vervaldatum op dat moment is verstreken.
3.8.
Op 6 november 2024 vraagt Delina aan Transnordic ook om alle onderliggende documenten dan wel ander beschikbaar bewijs van de door Transnordic ingevulde data.
3.9.
Op 14 november 2024 reageert Transnordic dat zij dat een onnodig en disproportioneel aanvullend verzoek acht, en maant zij opnieuw aan tot betaling van de facturen en buitengerechtelijke kosten over de facturen waarvan de vervaldatum op dat moment is verstreken.
3.10.
Op 20 november 2024, nadat partijen intussen enkele berichten hebben gewisseld, stelt Delina voor dat zij € 81.753,44 – volgens Delina de kosten exclusief demurrage (productie 18 bij dagvaarding) – van de openstaande facturen zal betalen, en dat Transnordic daarna de genoemde documenten zal toesturen.
3.11.
Op 26 november 2024 heeft Delina € 66.795,74 aan Transnordic betaald, en op 4 december 2024 € 15.600,17. In beide gevallen heeft Delina daarbij gespecificeerd op welke facturen deze betalingen zien.
3.12.
Op 18 april 2025 heeft Transnordic inzage gegeven in onderliggende documenten (die zij in de tussentijd al had verzameld) aan de advocaat van Delina. In mei heeft Delina ook zelf (technisch) toegang gekregen tot die documenten.
3.13.
Op 8 juli 2025 heeft Delina inhoudelijk commentaar geleverd op de aangeleverde documenten, met nadere vragen.
3.14.
Op 15 juli 2025 heeft Transnordic aangegeven geen nadere informatie meer te willen verstrekken.
3.15.
Na het uitbrengen van dagvaarding heeft Transnordic van rederijen nog kosten doorbelast gekregen die ten behoeve van Delina zijn gemaakt. Op 24 januari 2025, 28 januari 2025, 25 februari 2025 respectievelijk 5 augustus 2025 heeft Transnordic die kosten doorbelast aan Delina met een negental facturen. Deze facturen bedragen gezamenlijk € 1.180,00. Delina heeft deze facturen niet betaald.
4Het geschil
in conventie
4.1.
Transnordic vordert, na wijziging van eis, – samengevat – de rechtbank om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Delina te veroordelen om aan haar te betalen € 43.790,53 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW over het per factuur openstaande bedrag van oorspronkelijk € 125.006,44 vanaf de vervaldatum van iedere factuur, met in achtneming van het bepaalde in artikel 6:44 BW ten aanzien van de tussentijds gedane betalingen;
II. Delina te veroordelen aan haar te betalen € 12.465,64 aan buitengerechtelijke incassokosten;
III. Voor recht te verklaren dat Delina op grond van de toepasselijke Transnordic Condities gehouden is alle huidige en toekomstige kosten verband houdende met de onderhavige zendingen aan Transnordic te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de vervaldata tot aan de dag van algehele voldoening;
IV. Delina te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf zeven dagen na dit vonnis.
4.2.
Delina voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Transnordic, met veroordeling van Transnordic in de kosten van deze procedure, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
in reconventie
4.3.
Delina vordert – samengevat – de rechtbank om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Transnordic te veroordelen:
I. aan haar te betalen € 118.100,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 23 juli 2025 (de datum van de conclusie van eis in reconventie); en
II. in de proceskosten.
4.4.
Transnordic voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Delina, met veroordeling van Transnordic in de kosten van deze procedure, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
5De beoordeling
in conventie en reconventie
De rechtbank Rotterdam is (internationaal) bevoegd
5.1.
De zaak heeft een internationaal karakter omdat Delina buiten Nederland is gevestigd. De rechtbank beoordeelt daarom ambtshalve of zij internationaal bevoegd is en, zo ja, welk recht van toepassing is.
5.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat de TFC van toepassing zijn. In artikel 21 lid 3 TFC is bepaald dat, onder meer, de rechtbank Rotterdam bevoegd is kennis te nemen van geschillen verbonden aan overeenkomsten waarop de TFC van toepassing zijn. De rechtbank Rotterdam is daarom bevoegd kennis te nemen van dit geschil (artikel 25 Brussel I-bis).
5.3.
In artikel 21 lid 1 TFC is voorts bepaald dat Nederlands recht van toepassing is op overeenkomsten waarop de TFC van toepassing zijn. Nederlands recht is zodoende van toepassing op dit geschil (artikel 3 Rome I).
in conventie
De gevorderde openstaande factuurbedragen zijn toewijsbaar
5.4.
Transnordic vordert aan hoofdsom € 43.790,53 aan onbetaald gebleven facturen. Zij stelt dat Transnordic de overeengekomen logistieke diensten heeft verleend. Daarnaast komen extra kosten wegens langere laad- en lostijden, waaronder demurrage en wachttijd, voor rekening van Delina, gelet op artikel 6 lid 6 TFC:
“Article 6. Remunerations
(…)
6. Other than in cases of intent or deliberate recklessness on the part of the Freight Forwarder, in the event of the loading and/or unloading time being inadequate, all costs resulting therefrom, such as demurrage, waiting times, etc. shall be borne by the Client, even when the Freight Forwarder has accepted the bill of lading and/or the charter party from which the additional costs arise without protestation. The Freight Forwarder must make every effort to avoid these costs.”
Delina is daarom verplicht om Transnordic de nog openstaande factuurbedragen te betalen op grond van artikel 15 lid 1 TFC. Opschorting daarvan is contractueel uitgesloten in artikel 15 lid 10 TFC, aldus Transnordic:
“Article 15. Payment conditions
1. The Client shall pay to the Freight Forwarder the agreed remunerations and other costs, freights, duties, etc. ensuing from the Agreement upon commencement of the Services, unless agreed otherwise.
(…)
10. It shall not be permissible for claims receivable to be set off against payment of remunerations arising from the Agreement on any other account in respect of the Services owed by the Client or of other costs chargeable against the Goods with claims of the Client or suspension of the aforementioned claims by the Client.”
5.5.
Delina voert aan dat zij niet gehouden is te betalen voor diensten die niet deugdelijk zijn verleend. Als de vertragingen die zijn opgelopen in het traject bij de Douane en de NVWA aan Transnordic te verwijten zijn, dan heeft Transnordic haar werk niet goed gedaan. Delina voert aan dat zij nog steeds niet over de volledige benodigde informatie beschikt. Of Transnordic haar werk goed heeft gedaan, is voor Delina tot op heden nog niet te beoordelen geweest. Delina voert aan daarom nog niet verplicht te zijn de facturen te betalen en dat zij de betaling van de facturen daarom heeft opgeschort.
5.6.
Daarnaast voert Delina aan dat als Transnordic haar werk niet goed heeft gedaan, Delina dan een schadevordering heeft op Transnordic, waardoor zij eveneens kan opschorten en verrekenen.
5.7.
De rechtbank oordeelt dat in artikel 15 lid 1 TFC is bepaald dat Transnordic de aan haar verschuldigde bedragen voor door haar verleende diensten direct opeisbaar zijn vanaf het moment dat die betreffende diensten zijn verleend. Daaronder vallen ook de extra kosten (artikel 6 lid 6 TFC). Of Transnordic al dan niet deugdelijk heeft gepresteerd doet daaraan niet af. Op grond van artikel 15 lid 10 TFC is Delina namelijk niet bevoegd deze betalingsverplichtingen op te schorten. Vaststaat dat er aanvankelijk € 128.186,44 onbetaald is gebleven en dat Delina daarvan intussen € 82.395,91 heeft voldaan (zie 3.5, 3.11 en 3.15). Dat betekent dat er in ieder geval nog een bedrag van € 45.790,53 aan factuurbedragen openstaat. De door Transnordic gevorderde hoofdsom van € 43.790,53 is daarom toewijsbaar.
Transnordic vordert wettelijke handelsrente over € 125.006,44
5.8.
Bij dagvaarding heeft Transnordic gevorderd “Delina te veroordelen om aan Transnordic te betalen een hoofdsom van EUR 125.006,44, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over het openstaande bedrag vanaf de vervaldatum van iedere factuur (…), alsmede te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten (…)”, waarna het totaal moet “worden verminderd met het reeds door Delina betaalde bedrag (…), waarbij betalingen worden toegerekend conform artikel 6:44 BW”. Daarbij heeft Transnordic toegelicht dat de intussen door Delina gedane betalingen op grond van artikel 6:44 BW eerst in mindering op de reeds verlopen rente en buitengerechtelijke kosten moeten worden gebracht en daarna pas op de hoofdsom.
5.9.
Bij wijziging van eis heeft Transnordic gevorderd “Delina te veroordelen om aan Transnordic te betalen een hoofdsom van EUR 43.790,53, waarbij de betalingen worden toegerekend conform artikel 6:44 BW, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over het openstaande bedrag vanaf de vervaldatum van iedere factuur (…), alsmede te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten (…)”.
5.10.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Transnordic, op vragen van de rechtbank, toegelicht dat zij nog steeds de wettelijke handelsrente vordert over het bedrag van € 125.006,44, waarbij ten aanzien van de tussentijdse betaling van Delina rekening moet worden gehouden met hetgeen in artikel 6:44 BW is bepaald.
5.11.
De rechtbank begrijpt de vordering van Transnordic zo dat zij nog steeds de wettelijke handelsrente over € 125.006,44 vordert. Transnordic heeft namelijk herhaaldelijk gewezen op de systematiek van artikel 6:44 BW, waaronder in de letterlijke tekst van haar eisvermindering. Bij het vorderen van de wettelijke handelsrente over € 43.790,53 zou dat artikel niet meer van belang zijn geweest. De rechtbank begrijpt uit die verwijzing dat Transnordic haar eis niet heeft willen wijzigen ten aanzien van de gevorderde wettelijke handelsrente en dat dat ook voor Delina duidelijk moet zijn geweest.
De gevorderde wettelijke handelsrente is toewijsbaar
5.12. Transnordic hanteert, anders dan uit de directe opeisbaarheid van artikel 15 lid 1 TFC volgt, in haar facturen een vervaltermijn van 30 dagen. Met het uitblijven van betaling van de betreffende facturen binnen de daarin gestelde vervaltermijnen is sprake van verzuim aan de zijde van Delina vanaf die vervaltermijnen (artikel 6:83 aanhef en onder a BW).
5.13.
De gevorderde wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW is daarom toewijsbaar over € 125.006,44, zijnde het totaal van de bij dagvaarding gevorderde factuurbedragen, vanaf de vervaldata van die facturen, een en ander met in achtneming van artikel 6:44 BW en de tussentijds door Delina ten aanzien van die facturen gedane betalingen.
De gevorderde BIK is toewijsbaar na matiging
5.14.
Transnordic stelt dat tot het moment van dagvaarden Delina in verzuim is geraakt met de betaling van 55 facturen, met een totaal factuurbedrag van € 124.656,44. Uit het bepaalde in artikel 16 lid 2 TFC volgt dat Delina daardoor 10% van dat bedrag aan Transnordic verschuldigd is als buitengerechtelijke kosten, te weten € 12.465,64:
“Article 16. Allocation of payments and judicial and extrajudicial costs
(…)
2. The Freight Forwarder shall be entitled to charge to the Client extrajudicial and judicial costs for collection of the claim. The extrajudicial collection costs are owed as from the time at which the Client is in default and these amount to 10% of the claim, with a minimum of € 100.00.”
De advocaat van Transnordic is anderhalve week bezig geweest met het invullen van het overzicht van Delina en het verzamelen van alle onderliggende documenten, met als doel buiten rechte tot een oplossing te komen. Van een boetebeding is geen sprake omdat het gaat om een beding over buitengerechtelijke kosten. Onaanvaardbaar is het beding niet, omdat het al 16 jaar tussen partijen geldt en het een gebruikelijk beding is in de branche, aldus Transnordic.
5.15.
Delina betwist dat zij dit bedrag verschuldigd is. Direct vanaf de eerste brief werd aangemaand tot het betalen van € 8.763,85 aan buitengerechtelijke kosten. Het kan niet zo zijn dat deze buitengerechtelijke kosten werkelijk zijn gemaakt. De gevorderde buitengerechtelijke kosten staan ook niet in verhouding tot de in deze procedure resterende hoofdsom. Delina verzoekt de rechtbank daarom de buitengerechtelijke kosten te matigen.
5.16.
Betreffende het beroep van Transnordic op artikel 16 lid 2 TFC voert Delina aan dat dit een boetebeding in de zin van artikel 6:91 BW is. Daarom kan Transnordic niet én nakoming én betaling van de boete vorderen (artikel 6:92 lid 1 BW), waarbij de boete dan ook in de plaats treedt van de gevorderde wettelijke rente (artikel 6:92 lid 2 BW).
5.17.
Ten slotte voert Delina het verweer dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Transnordic aanspraak maakt op vergoeding van niet-gemaakte kosten, terwijl zij weigert om werkelijk inzicht te geven in de wijze waarop zij haar dienstverlening heeft verricht.
5.18.
De rechtbank oordeelt als volgt. Transnordic vordert in deze procedure de buitengerechtelijke kosten over € 124.656,44 aan te laat betaalde facturen, zoals deze kosten, samen met de gerechtelijke kosten, contractueel zijn bedongen in artikel 16 lid 2 TFC. Dit artikel betreft een boetebeding. Echter, anders dan Delina betoogt, is artikel 6:92 lid 1 BW hier niet van toepassing. Het boetebeding ziet hier namelijk alleen op de buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten (artikel 16 lid 2 TFC). Artikel 6:92 lid 2 BW is daarom wel van toepassing en houdt, zoals Delina wel terecht aanvoert, niets anders in dan dat naast de contractuele buitengerechtelijke kosten niet ook de wettelijke buitengerechtelijke kosten kunnen worden gevorderd. Aangezien de wettelijke buitengerechtelijke kosten niet ook worden gevorderd, heeft artikel 6:92 lid 2 BW hier geen verdere betekenis.
5.19.
Op grond van artikel 242 Rv kan de rechter bedragen die geacht kunnen worden te zijn bedongen ter vergoeding van proceskosten of van buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b en c BW ambtshalve matigen tot de krachtens de wet te begroten proceskosten dan wel buitengerechtelijke kosten.
5.20.
Zoals al geconstateerd is, vordert Transnordic alleen buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 16 lid 2 TFC. De gerechtelijke kosten vordert zij immers afzonderlijk zonder een beroep op deze contractuele bepaling. De door Transnordic van meet af aan gesommeerde buitengerechtelijke kosten komen de rechtbank over als in ieder geval op dat moment nog buitensporige kosten. Voor zover in deze procedure is gebleken en vaststaat, betroffen de buitengerechtelijke handelingen van Transnordic tot dan toe nog slechts één sommatiebrief en, voor zover dat niet eigenlijk bij het uitvoeren van de informatieplicht van de opdrachtnemer hoort, het aanvullen van het door Delina aangeleverde excel-overzicht. Het toesturen van de onderbouwende stukken heeft Transnordic eerst gedaan nadat Delina daartoe concrete gerechtelijke stappen had voorbereid en aangezegd aan Transnordic. Delina had op dat moment ook al een groot deel van de nog openstaande facturen betaald. Het voorgaande neemt gelijktijdig niet weg dat het verzamelen van die onderbouwende stukken uiteindelijk wel buiten rechte is geweest en dat dit Transnordic veel tijd heeft gekost. Transnordic heeft met die onderbouwende stukken, naast de communicatie tijdens het uitvoeren van de opdrachten en alle eerder gegeven toelichtingen daarover, voldoende inzicht gegeven in de wijze waarop zij haar dienstverlening heeft verricht.
5.21.
De volgens de wet conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten te begroten buitengerechtelijke kosten over € 124.656,44 bedragen € 2.446,09 inclusief btw. Gelet op het voorgaande matigt de rechtbank de gevorderde buitengerechtelijke kosten tot 50% van het gevorderde bedrag, te weten € 6.232,82. Dit is toewijsbaar, een en ander met in achtneming van artikel 6:44 BW en de tussentijds door Delina gedane betalingen. Toekenning van de gevorderde € 12.465,64 als toepassing van een boetebeding zou in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leiden.
De gevolgen van de eiswijziging in het licht van artikel 6:44 BW
5.22.
Wellicht ten overvloede overweegt de rechtbank dat gelet op de systematiek van artikel 6:44 BW moeten de door Delina tussentijds gedane betalingen eerst in mindering worden gebracht op de op dat moment reeds verlopen rente en de buitengerechtelijke kosten. Vermoedelijk resteert daarna een groter bedrag aan openstaande facturen dan waarvan is uitgegaan in overweging 5.7. De eiswijziging in deze procedure biedt de rechtbank geen ruimte voor toewijzing van dat meerdere.
Transnordic heeft gedeeltelijk belang bij de gevorderde verklaring voor recht
5.23.
De door Transnordic gevorderde verklaring voor recht dat Delina alle huidige en toekomstige kosten verband houdende met de onderhavige zendingen aan Transnordic moet vergoeden, is toewijsbaar voor zover het alle huidige kosten betreft. In de overwegingen 5.7 en 5.22 is reeds overwogen dat de door Transnordic in deze procedure gevorderde betalingen niet dekkend zijn voor ‘alle huidige kosten verband houdende met de onderhavige zendingen aan Transnordic’. Daarbij is eveneens gebleken dat Transnordic wel recht heeft op betaling daarvan.
5.24.
De door Transnordic gevorderde verklaring voor recht wordt echter afgewezen voor zover het toekomstige kosten betreft omdat Transnordic daarbij onvoldoende belang heeft (artikel 3:303 BW). Deze procedure ziet al op alle huidige kosten, met inbegrip van het toewijsbare deel van de gevorderde verklaring voor recht. Transnordic heeft verder niet kunnen toelichten dat en waarom er nog toekomstige kosten te verwachten zijn, anders dan dat rederijen soms erg laat factureren. Het gaat hier echter over zendingen tot in 2024, waarbij de als laatste aan Delina doorbelaste kosten in januari, februari en vervolgens pas augustus 2025 zijn gefactureerd. Een redelijke verwachting dat er nog toekomstige kosten te verwachten zijn, is er niet.
5.25.
De rechtbank verklaart zodoende voor recht dat Delina op grond van de toepasselijke Transnordic Condities gehouden is alle huidige kosten verband houdende met de onderhavige zendingen aan Transnordic te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de vervaldata van de daartoe aan Delina toegezonden facturen tot aan de dag van algehele voldoening.
in reconventie
De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen
5.26.
Delina vordert € 118.100,00 aan schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover. De schade bestaat uit kosten die zij wegens vertraging heeft moeten betalen. Het totaalbedrag dat Delina heeft moeten betalen voor de vertraagde zendingen waarover Transnordic geen openheid van zaken heeft wil geven bedraagt € 118.100,00. Voor al die zendingen heeft Delina, ook met de in april respectievelijk mei 2025 ontvangen informatie, niet kunnen vaststellen dat Transnordic zich als goed opdrachtnemer heeft gekweten van haar taken. Daarom gaat Delina ervan uit dat bij die zendingen ten minste een groot deel van de vertraging te wijten is aan handelen of nalaten van Transnordic in strijd met hetgeen Delina onder de overeenkomst van haar mocht verwachten.
5.27.
Transnordic betwist de vordering van Delina. Transnordic voert, onder meer, aan dat zij niet toerekenbaar tekort is geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, dat zij wel inzichtelijk heeft gemaakt en onderbouwd, voor zover mogelijk, waardoor er vertraging is ontstaan, dat die vertraging niet aan haar te verwijten is. Voorts betwist Transnordic dat Delina schade heeft geleden en de hoogte van de door Delina gestelde schade.
5.28.
Naar het oordeel van de rechtbank moet de vordering van Delina worden afgewezen als onvoldoende onderbouwd gesteld.
5.29.
Transnordic is als opdrachtnemer verplicht om bij haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen (artikel 7:401 BW). Daarbij moet worden beoordeeld of zij heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan.
5.30.
Daarnaast is Transnordic verplicht aan de opdrachtgever rekening en verantwoording af te leggen van de wijze waarop zij zich van de opdracht heeft gekweten (artikel 7:403 lid 2 eerste zin BW). In hoeverre verantwoording is verschuldigd, hangt af van de aard en inhoud van de opdracht en de verhouding tussen partijen.
5.31.
Allereerst, Transnordic heeft de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen.
5.32.
Al tijdens de uitvoering van de vertraagde opdrachten heeft Transnordic daarover gecommuniceerd en heeft zij meegedacht om de vertragingen te beperken. Transnordic heeft aangeboden om van douane-agent te wisselen en heeft dat ook gedaan. Dat sorteerde op de langere termijn echter geen effect. Transnordic heeft ook voorgesteld via de haven van Antwerpen te verschepen in plaats van de haven van Rotterdam, omdat in Antwerpen al invoercontroles kunnen worden uitgevoerd voordat de goederen zijn aangekomen.
5.33.
Delina heeft bij haar conclusie van eis in reconventie voor een aantal specifieke zendingen uitgelicht waarom de opgelopen vertragingen aan Transnordic te verwijten zouden zijn. Bij conclusie van antwoord in reconventie heeft Transnordic die voorbeelden weerlegt, in die zin dat de bij die zendingen opgelopen vertragingen niet aan haar kunnen worden verweten, maar dat deze (grotendeels) aan de Douane en/of de NVWA te verwijten zijn. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Delina die weerleggingen niet bestreden en waren partijen het er wel over eens dat ten minste een groot deel van de vertragingen is ontstaan door toedoen van de NVWA en/of de Douane. Dat is niet aan Transnordic te verwijten.
5.34.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn door Delina wederom zeer specifieke stellingen ingenomen ten aanzien van een aantal andere vertraagde zendingen. Deze stellingen zijn door haar echter te laat ingenomen om Transnordic voldoende gelegenheid te geven daarop nog te kunnen reageren. Deze voorbeelden moeten daarom buiten beschouwing worden gelaten (artikel 19 Rv).
5.35.
Delina heeft (verder) niet concreet gesteld welke (verwijtbare) fouten door Transnordic zouden zijn gemaakt en welk causaal verband er zou bestaan tussen het handelen van Transnordic en de (al dan niet) door Delina geleden schade. Die schade is bovendien ook slechts genoemd, maar geenszins door Delina inzichtelijk gemaakt. Onder meer over wat voor schade het betreft heeft Delina niets gesteld. Daarbij vordert Delina bijna € 120.000 aan schadevergoeding, terwijl zij eerder zelf aan Transnordic heeft geschreven dat zij slechts ruim € 40.000 aan factuurbedragen onbetaald heeft gelaten omdat die bedragen zagen op door Transnordic gefactureerde extra kosten wegens vertraging.
5.36.
Ten tweede, betreffende het afleggen van rekening en verantwoording aan Delina treft Transnordic eveneens geen blaam. Het excel-overzicht van Delina heeft zij in drie dagen ingevuld en aan Delina retour gestuurd.
5.37.
Ook nadien heeft Transnordic adequaat verantwoording afgelegd. De onderliggende stukken heeft Transnordic uiteindelijk ook aan Delina toegestuurd. Daarover is door Transnordic gesteld en door Delina niet betwist dat het verzamelen en toesturen van alle onderliggende stukken ongebruikelijk is in de branche, zeker nu dit niet tevoren is overeengekomen en daaraan dus ook niet een hogere vergoeding is verbonden voor Transnordic.
5.38.
Bij het weerleggen van de specifieke voorbeelden van Delina heeft Transnordic bij conclusie van antwoord in reconventie nog stukken in het geding gebracht. Delina stelt dat daaruit blijkt dat Transnordic haar niet volledig heeft geïnformeerd. Echter, naar het oordeel van de rechtbank past dit juist in het beeld dat het niet nodig is om altijd alle stukken te achterhalen, onder meer bij derden als de douane-agent, maar dat het wel nodig is om bij concrete vragen daar achteraan te gaan.
5.39.
Op een gegeven moment kan dat laatste ook weer anders liggen - zoals bij de nieuwe specifieke voorbeelden en daaraan verbonden vragen in de spreekaantekeningen van mr. Boonk - mede gelet op het gegeven dat verzamelen en toesturen van onderliggende stukken in deze situatie ongebruikelijk is en de eerdere concrete voorbeelden respectievelijk (impliciete) vragen ook niets hebben opgeleverd.
5.40.
Zodoende oordeelt de rechtbank dat Transnordic niet is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen als opdrachtnemer (artikel 6:74, 7:401 en 7:403 BW). Gelet op het voorgaande is eveneens geen sprake van onrechtmatig handelen van Transnordic jegens Delina in de zin van artikel 6:162 BW. De vorderingen van Delina worden daarom afgewezen.
in conventie en reconventie
Delina wordt in de proceskosten veroordeeld
5.41.
Delina wordt grotendeels in het ongelijk gesteld. Delina wordt daarom veroordeeld in de proceskosten (artikel 237 Rv). De proceskosten van Transnordic worden begroot op:
- dagvaarding € 135,97
- griffierecht € 2.995,00
- salaris advocaat conv. € 2.580,00 (2 x 1 punt × tarief IV € 1.290,00)
- salaris advocaat reconv. € 2.051,00 (2 x 0,5 punt x tarief V € 2.051,00)
- nakosten € 296,00 (plus de verhoging vermeld in de beslissing)
Totaal € 8.057,97
Uitvoerbaar bij voorraad
5.42.
De rechtbank verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad (artikel 233 Rv).
6De beslissing
De rechtbank
in conventie
6.1.
veroordeelt Delina aan Transnordic te betalen € 43.790,53;
6.2.
veroordeelt Delina aan Transnordic te betalen de wettelijke handelsrente over € 125.006,44 vanaf de vervaldata van de onderliggende factuurbedragen en € 6.228,32 aan buitengerechtelijke kosten, een en ander met in achtneming van artikel 6:44 BW en de tussentijds door Delina gedane betalingen;
6.3.
verklaart voor recht dat Delina op grond van de toepasselijke Transnordic Condities gehouden is alle huidige kosten verband houdende met de onderhavige zendingen aan Transnordic te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de vervaldata van de daartoe aan Delina toegezonden facturen tot aan de dag van algehele voldoening;
in reconventie
6.4. wijst de vorderingen van Delina af;
in conventie en reconventie
6.5.
veroordeelt Delina in de proceskosten van € 8.057,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
6.6.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.3718/32
Zoals hierna verder toegelicht onder 5.8 t/m 5.11.
Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
HR 9 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6159.