ECLI:NL:RBROT:2026:5729
Onbetaalde energievoorschotten. Vordering toegewezen. Niet is gebleken dat gedaagde meer heeft betaald dan eiseres heeft aangegeven. Ook is niet gebleken dat er sprake is van gebreken aan de woning. Gedaagde maakt nog aanspraak op terugbetaling van de waarborgsom maar hierover is in deze procedure geen beslissing genomen omdat gedaagde geen tegeneis heeft ingesteld.
Rechtbank Rotterdam 3 June 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:5729
text/xml
public
2026-06-03T09:02:44
2026-05-19
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Rotterdam
2026-05-22
11694161 CV EXPL 25-11210
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Rotterdam
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5729
text/html
public
2026-06-03T09:02:02
2026-06-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBROT:2026:5729 Rechtbank Rotterdam , 22-05-2026 / 11694161 CV EXPL 25-11210
Onbetaalde energievoorschotten. Vordering toegewezen. Niet is gebleken dat gedaagde meer heeft betaald dan eiseres heeft aangegeven. Ook is niet gebleken dat er sprake is van gebreken aan de woning. Gedaagde maakt nog aanspraak op terugbetaling van de waarborgsom maar hierover is in deze procedure geen beslissing genomen omdat gedaagde geen tegeneis heeft ingesteld.
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11694161 CV EXPL 25-11210
datum uitspraak: 22 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
vestigingsplaats: Ridderkerk,
eiseres,
gemachtigde: Velthoven De Koning Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. A. Rhijnsburger.
Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 30 april 2025, met bijlagen;
het antwoord;
de akte van [eiseres] van 12 februari 2026, met bijlagen;
de akte van [eiseres] van 30 maart 2026, met bijlagen.
1.2.
Op 23 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [naam] namens [eiseres] en [gedaagde] met zijn gemachtigde.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] een betalingsachterstand in de energievoorschotten laten ontstaan. Het gaat daarbij tot en maart 2026 om € 1.327,30. [eiseres] eist nu dat [gedaagde] dat bedrag betaalt met de proceskosten. [gedaagde] is het daarmee niet eens. Hij stelt dat hij meer heeft betaald dan [eiseres] aangeeft en vindt het voorschot te hoog. Ook vindt hij dat hij recht heeft op compensatie vanwege een slecht werkende verwarming. Geoordeeld wordt dat de vordering wordt toegewezen. Hierna wordt deze beslissing uitgelegd.
Betalingsachterstand
2.2.
Tussen partijen staat vast dat zij een huurovereenkomst hebben gesloten die inmiddels per 31 maart 2026 is geëindigd. Ook staat vast dat [gedaagde] op grond van deze overeenkomst verplicht was maandelijks een voorschot voor de energiekosten te betalen.
[eiseres] heeft een specificatie van de openstaande bedragen overgelegd en daarmee voldoende onderbouwd dat sprake is van een betalingsachterstand van € 1.327,30 aan energievoorschotten tot en met maart 2026. [gedaagde] heeft de hoogte van deze achterstand betwist en gesteld dat hij meer betalingen heeft gedaan dan in de specificatie zijn verwerkt. Het lag vervolgens op zijn weg deze stelling nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door overlegging van betalingsbewijzen. Ondanks dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft hij dergelijke stukken niet overgelegd. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de door [eiseres] gestelde betalingsachterstand van € 1.327,30.
Gebreken en opschorting?
2.3.
[gedaagde] heeft voorts gesteld dat de leidingen en radiatoren in de woning gebreken vertonen waardoor er warmteverlies optreedt en de stookkosten onredelijk hoog zijn. Voor zover [gedaagde] hiermee een beroep doet op opschorting als bedoeld in artikel 6:262 van het Burgerlijk Wetboek (BW) overweegt de kantonrechter als volgt. Een geslaagd beroep op opschorting wegens gebreken aan de woning vereist dat de verhuurder ten aanzien van die gebreken in verzuim verkeert. Op zitting heeft [gedaagde] verklaard dat hij de gestelde gebreken nooit bij [eiseres] heeft gemeld. Omdat van een klacht of ingebrekestelling niet is gebleken, is [eiseres] niet in verzuim geraakt. Reeds daarom faalt het beroep op opschorting. Dat tussen partijen procedures bij de Huurcommissie hebben gelopen of mogelijk nog lopen over de kale huurprijs of het onderhoud van de woning betekent niet dat [gedaagde] daarom de verschuldigde energievoorschotten (voor een deel) niet hoeft te betalen.
Waarborgsom
2.4.
Omdat de huurovereenkomst per 31 maart 2026 is geëindigd, maakt [gedaagde] aanspraak op terugbetaling van de waarborgsom. Hierover kan echter niet worden beslist in deze procedure. [gedaagde] heeft namelijk geen tegenvordering (eis in reconventie) ingesteld. Bovendien staat de verschuldigdheid en opeisbaarheid van de waarborgsom nog niet vast. Partijen zullen de afwikkeling van de waarborgsom daarom buiten deze procedure verder moeten regelen.
Proceskosten
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die hij aan [eiseres] moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 174,- aan salaris voor de gemachtigde
(2 punten x € 87,-) en € 43,50 aan nakosten. Het griffierecht wordt vastgesteld op € 135,-, omdat het meerdere wordt aangemerkt als nodeloos gemaakte kosten en die komen daarom voor rekening van [eiseres] . [eiseres] heeft namelijk in de dagvaarding een te hoog bedrag gevorderd, terwijl zij had kunnen en moeten weten dat haar vordering voor een deel afgewezen zou worden, omdat in de huurvoorwaarden oneerlijke bepalingen staan over de buitengerechtelijke incassokosten en rente (artikel 237 lid 1 Rv). Het had dan ook [eiseres] van te voren duidelijk moeten zijn dat zij haar vordering te hoog heeft ingezet. Ook het gemachtigdensalaris is berekend op basis van het bedrag dat op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding toewijsbaar was. De proceskosten worden in totaal vastgesteld op € 498,64. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 1.327,30;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 498,64;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954