Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBROT:2026:7338

Art. 7:22 BW, art. 7:24 BW, art. 6:265 BW. Consument koopt voor een bedrag van € 130.000 een tweedehands auto. Na levering blijkt dat het navigatiesysteem van de auto niet functioneert. De verkoper laat het probleem onderzoeken en het navigatiesysteem reperareren. Reparatie neemt twee maanden in beslag. Koper ontbindt in deze periode de koopovereenkomst wegens non-conformiteit. Het gebrek aan ...

Rechtbank Rotterdam 1 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:7338 text/xml public 2026-07-01T15:31:08 2026-06-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-05-22 12206606CV EXPL 26-11086 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7338 text/html public 2026-07-01T14:50:54 2026-07-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:7338 Rechtbank Rotterdam , 22-05-2026 / 12206606CV EXPL 26-11086
Art. 7:22 BW, art. 7:24 BW, art. 6:265 BW. Consument koopt voor een bedrag van € 130.000 een tweedehands auto. Na levering blijkt dat het navigatiesysteem van de auto niet functioneert. De verkoper laat het probleem onderzoeken en het navigatiesysteem reperareren. Reparatie neemt twee maanden in beslag. Koper ontbindt in deze periode de koopovereenkomst wegens non-conformiteit. Het gebrek aan het navigatiesysteem maakt dat de auto non-conform is. Koper kan de koopovereenkomst niet ontbinden, omdat verkoper binnen redelijke termijn tot herstel is overgegaan.
RECHTBANK Rotterdam
locatie Rotterdam

zaaknummer: 12206606CV EXPL 26-11086

datum uitspraak: 22 mei 2026

vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaatsnaam],

eiser,

advocaat: mr. C.P. Bean,

tegen

MAR-AUTOMOTIVE B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

advocaat: mr. D.J. Moll.

Partijen worden hierna [eiser] en Mar-Automotive genoemd.
1De zaak in het kort
[eiser] heeft in mei 2025 een tweedehands Mercedes gekocht bij Mar-Automotive. Op 10 juni 2025 heeft [eiser] de auto opgehaald. Dezelfde dag heeft hij contact opgenomen met Mar-Automotive omdat de navigatie niet goed werkte. In overleg met Mar-Automotive is een afspraak gemaakt bij ASV, een officiële Mercedesdealer, om naar het probleem te kijken. In de periode tot de afspraak heeft [eiser] nog andere gebreken gemeld bij Mar-Automotive. Na de afspraak bij ASV op 24 juni 2025 heeft Mar-Automotive laten weten dat zij een tweede garagebedrijf wil laten kijken naar het probleem met de navigatie. Mar-Automotive heeft daarom de auto op 4 juli 2025 opgehaald bij [eiser] en [eiser] een leenauto gegeven. Op 29 juli 2025 heeft [eiser] advocaat de koopovereenkomst ontbonden vanwege non-conformiteit. Mar-Automotive heeft het navigatiesysteem op 22 augustus 2025 laten repareren door ASV. [eiser] heeft de auto niet opgehaald. In deze procedure vordert [eiser] een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst is ontbonden en veroordeling van Mar-Automotive tot terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van zijn schade als gevolg van de non-conformiteit van de auto. Mar-Automotive heeft aangevoerd dat van non-conformiteit geen sprake is althans dat zij de auto tijdig heeft hersteld en dat het gebrek aan de auto ontbinding niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] af en legt hierna uit waarom.
2De procedure 2.1.
De handelskamer van deze rechtbank heeft op 6 mei 2026 een tussenvonnis gewezen, waarin de zaak is verwezen naar de kamer voor kantonzaken omdat sprake is van een consumentenkoop. Het verloop van de procedure blijkt uit dit tussenvonnis en de daarin genoemde stukken.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten 3.1.
Op 29 mei 2025 koopt [eiser] een twee jaar oude Mercedes E63 AMG (hierna: de Mercedes) bij Mar-Automotive. De koopprijs is € 130.000,00. Op 10 juni 2025 haalt [eiser] de Mercedes op bij Mar-Automotive. Dezelfde dag neemt [eiser] contact op met Mar-Automotive en meldt dat de navigatie van de Mercedes blijft hangen. Partijen spreken af dat [eiser] de Mercedes naar ASV Automobielbedrijven B.V. (hierna: ASV) zal brengen om naar het navigatiesysteem te kijken. Er wordt een afspraak gemaakt voor 24 juni 2025. Op 12 juni 2025 stuurt [eiser] een Whatsappbericht aan Mar-Automotive waarin hij aangeeft dat hij de instellingen van de vorige eigenaar in de boordcomputer van de Mercedes niet kan verwijderen, dat het lampje boven de bestuurdersspiegel niet aangaat als de spiegel openklapt en er een klein deukje in de zijkant van de Mercedes zichtbaar is in de zon.
3.2.
Op 25 juni 2025 hebben [eiser] en Mar-Automotive per Whatsapp contact. [eiser] vraagt Mar-Automotive de Mercedes terug te nemen of alle onvolkomenheden te repareren en geeft aan dat hij de Mercedes pas terug wil als deze volledig gerepareerd is. Mar-Automotive laat weten dat zij contact opneemt met ASV en dan met [eiser]. [eiser] vraagt Mar-Automotive contact op te nemen met zijn echtgenote, [naam]. Op 27 juni 2025 hebben Mar-Automotive en [naam] contact over het brengen van de Mercedes naar Mar-Automotive en de beschikbaarheid van een leenauto.
3.3.
Op 30 juni 2025 stuurt [eiser] per Whatsapp een brief aan Mar-Automotive waarin hij de volgende gebreken aan de Mercedes noemt:

Een niet functionerende navigatie;

Niet verwijderbare persoonlijke instellingen in de boordcomputer;

Een niet werkend lampje boven een spiegel;

Een niet werkende parfumfunctie;

Een ventilatierooster dat niet kan worden gesloten;

Een verlijmd dashboard.

[eiser] verzoekt Mar-Automotive de Mercedes terug te nemen en geeft aan het contract te willen ontbinden.
3.4.
Op 1 juli 2025 hebben Mar-Automotive en [naam] telefonisch contact. Op 2 juli 2025 stuurt [naam] het volgende bericht aan Mar-Automotive:

“Je kunt morgen dus komen om de auto te ruilen? Dan maken we daar gebruik van maar wel in de hoop en het vertrouwen dat de auto netjes terug komt. Met originele onderdelen.

Gr. [naam]”

Mar-Automotive reageert daarop met:

“Weet dat de auto uiteraard netjes wordt gemaakt”

[naam] en Mar-Automotive spreken vervolgens af dat Mar-Automotive de Mercedes op 4 juli 2025 ophaalt en een leenauto ter beschikking stelt aan [eiser].
3.5.
Op 22 juli 2025 hebben [naam] en Mar-Automotive contact per Whatsapp. Mar-Automotive vraagt wanneer zij [naam] kan bellen, [naam] geeft aan in het buitenland te verblijven en stelt voor dat Mar-Automotive een spraakbericht stuurt. Dat doet Mar-Automotive op 23 juli 2025. In het spraakbericht informeert Mar-Automotive [naam] over wat er moet gebeuren om het navigatiesysteem te repareren en de planning hiervoor. Op 24 juli 2025 laat [naam] per WhatsApp aan Mar-Automotive weten dat de Mercedes bij Mar-Automotive blijft zolang deze niet in juiste staat is. Mar-Automotive laat dezelfde dag aan [naam] weten dat de Mercedes in de juiste staat is en dat enkel een onderdeel van de navigatie vervangen moet worden.
3.6.
Op 24 juli 2025 stuurt [eiser] advocaat, mr. Bean, een brief aan Mar-Automotive waarin hij Mar-Automotive vraagt uiterlijk 28 juli 2025 te bevestigen dat de gebreken aan de Mercedes uiterlijk 7 augustus 2025 worden hersteld. Op 29 juli 2025 stuurt mr. Bean een brief aan Mar-Automotive waarin hij de koopovereenkomst ontbindt. In deze brief geeft mr. Bean aan dat nu Mar-Automotive niet heeft gereageerd op de brief van 24 juli 2025, Mar-Automotive in verzuim is.
3.7.
Op 30 juli 2025 stuurt Mar-Automotive een Whatsappbericht aan [naam], waarin zij [naam] informeert over de voortgang van het herstel van het navigatiesysteem. In de periode daarna zoekt Mar-Automotive herhaaldelijk contact met [naam] om een afspraak te maken voor het omruilen van de leenauto voor de Mercedes, waarbij Mar-Automotive aangeeft dat ze de auto’s weer omruilen als de Mercedes naar de Mercedesdealer kan worden gebracht voor de reparatie. [naam] reageert niet. Ook [eiser] reageert niet op een verzoek van Mar-Automotive om contact op te nemen.
3.8.
Op 22 augustus 2025 voert ASV werkzaamheden uit aan de Mercedes ter reparatie van het navigatiesysteem.
3.9.
Op 3 september 2025 haalt Mar-Automotive de leenauto op bij [eiser]. De Mercedes blijft bij Mar-Automotive, omdat [eiser] de Mercedes niet terug wil.
4De (verdere) beoordeling
Grondslag vordering
4.1.
[eiser] vordert (onder meer) een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst die hij sloot met Mar-Automotive buitengerechtelijk is ontbonden. [eiser] stelt dat hij deze koopovereenkomst buitengerechtelijk mocht ontbinden omdat de Mercedes niet voldeed aan de daaraan op grond van artikel 7:17 BW te stellen eisen. [eiser] baseert de ontbindingsbevoegdheid primair op artikel 7:22 lid 1 sub a BW juncto artikel 7:22 lid 2 BW en subsidiair op artikel 6:265 BW. [eiser] stelt dat hij Mar-Automotive in de gelegenheid heeft gesteld om de gebreken aan de Mercedes binnen redelijke termijn en zonder ernstige overlast te herstellen, aan welke verplichting Mar-Automotive niet heeft voldaan. Naast ontbinding heeft [eiser] zijns inziens op grond van artikel 7:24 BW ook recht op vergoeding van de schade die hij heeft geleden doordat de Mercedes niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen.
4.2.
Mar-Automotive betwist dat de Mercedes niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Subsidiair voert Mar-Automotive aan dat zij heeft voldaan aan de verplichting tot herstel binnen redelijke termijn en dat de gebreken aan de Mercedes ontbinding van de koopovereenkomst niet rechtvaardigen
4.3.
Nu er sprake is van een consumentenkoop kan [eiser] een beroep doen op artikel 7:22 en 7:24 BW.

Non-conformiteit
4.4.
Partijen zijn het erover eens dat het navigatiesysteem van de Mercedes gebreken vertoonde en dat deze gebreken bij aflevering aanwezig waren. Daarmee staat vast dat de Mercedes bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. De koper van een auto uitgerust met een navigatiesysteem mag, ook al is het navigatiesysteem niet doorslaggevend bij de keuze voor een auto, verwachten dat het navigatiesysteem werkt. Zeker als de auto twee jaar oud is en in een hogere prijsklasse valt. Dat de meeste mensen beschikken over een telefoon met navigatie maakt dit niet anders, ook niet als deze navigatie kan worden afgespeeld op het multimediasysteem van de auto. Dat relativeert wel het belang van het navigatiesysteem.
4.5.
[eiser] stelt dat er naast het niet functioneren van het navigatiesysteem bij aflevering nog andere gebreken waren aan de Mercedes, te weten dat het lampje bij de bestuurdersspiegel en de parfumfunctie niet werkten, een ventilatierooster niet gesloten kon worden en het dashboard verlijmd was. Mar-Automotive heeft deze gebreken betwist. Mar-Automotive voert aan dat het lampje boven de bestuurdersspiegel en de parfumfunctie waren uitgeschakeld in het menu van de Mercedes en na inschakeling werkten. Het ventilatierooster functioneerde naar behoren en het verlijmde dashboard hoort bij de uitvoering die [eiser] kocht.
4.6.
Het is aan [eiser] om de gebreken aan de Mercedes te stellen en zo nodig te bewijzen. Het had gelet op de betwisting door Mar-Automotive van de andere gebreken dan het gebrek aan de navigatie van [eiser] mogen worden verwacht dat hij deze gebreken nader zou onderbouwen, bijvoorbeeld door middel van een schriftelijke verklaring van een medewerker van ASV of een andere automonteur die de Mercedes heeft onderzocht. Nu [eiser] dat heeft nagelaten, gaat de kantonrechter voorbij aan de stellingen van [eiser] over de overige gebreken aan de Mercedes. Aan het opdragen van bewijs komt de kantonrechter niet toe.

Herstel binnen redelijke termijn
4.7.
[eiser] heeft (terecht) niet gesteld dat de niet functionerende navigatie een dusdanig ernstig gebrek was dat onmiddellijke ontbinding van de koopovereenkomst gerechtvaardigd was. Dit betekent dat de koopovereenkomst alleen ontbonden kan worden als Mar-Automotive is verzocht over te gaan tot herstel en daaraan niet binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor [eiser] gevolg heeft gegeven (artikel 7:22 BW juncto artikel 7:21 lid 3 BW).
4.8.
Mar-Automotive heeft onbetwist gesteld dat het navigatiesysteem op 22 augustus 2025 op kosten van Mar-Automotive is hersteld. Anders dan [eiser] stelt heeft Mar-Automotive hiermee in de gegeven omstandigheden voldaan aan de verplichting tot herstel binnen redelijke termijn en zonder ernstige overlast. Dit betekent dat ontbinding van de koopovereenkomst op grond van artikel 7:22 BW niet mogelijk is.
4.9.
De termijn waarbinnen de verkoper tot herstel of vervanging dient over te gaan, alsmede de mate van overlast die de koper daarbij moet accepteren, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Het herstel van het navigatiesysteem heeft tweeëneenhalve maand geduurd. Dat is lang, maar in de gegeven omstandigheden niet onredelijk lang of te bezwarend voor [eiser]. De kantonrechter neemt in dit oordeel mee dat voordat tot herstel kon worden overgegaan, moest worden onderzocht wat de oorzaak was van het probleem. Daarna moest een onderdeel worden besteld en na ontvangst van dit onderdeel moest de reparatie uitgevoerd worden. Door de zomerperiode lieten de levering van het onderdeel en het uitvoeren van de reparatie langer op zich wachten dan gebruikelijk. Mar-Automotive heeft [eiser] op 23 juli 2025 met een spraakbericht geïnformeerd over de wijze van herstel van de navigatie en de daarmee gemoeide tijd. Op 30 juli 2025 heeft Mar-Automotive dit ook in een whatsappbericht aan [naam] laten weten. Daarbij heeft Mar-Automotive vanaf 4 juli 2025 tot 2 september 2025 een leenauto ter beschikking gesteld aan [eiser], waarmee Mar-Automotive de overlast voor [eiser] heeft beperkt. Dat deze leenauto maar geschikt was voor twee passagiers doet hier niet aan af. Dat het feit dat de auto maar geschikt was voor twee passagiers voor [eiser] belastend was, heeft [eiser] niet eerder dan tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht. Mar-Automotive heeft [eiser] op 2 juli 2025 laten weten dat de leenauto maar over twee voorstoelen beschikte. [naam] heeft in reactie hierop laten weten dat dit akkoord was. Daarbij komt dat de Mercedes in afwachting van de reparatie gebruikt kon worden. Mar-Automotive heeft op 30 juli 2025 aan [eiser] voorgesteld in afwachting van de reparatie van de Mercedes de leenauto op te halen en de Mercedes af te leveren bij [eiser]. [eiser] heeft van dit voorstel geen gebruik gemaakt, ondanks dat – ook al werkte de navigatie niet – veilig met de Mercedes gereden kon worden.
4.10.
[eiser] heeft nog gesteld dat de reparatie onredelijk lang heeft geduurd doordat Mar-Automotive na het onderzoek door ASV op 24 juni 2025, de auto nog door een ander garagebedrijf wilde laten onderzoeken om kosten te besparen. Mar-Automotive heeft in reactie hierop aangevoerd dat zij de kosten van de reparatie als begroot door ASV inderdaad fors vond en dat dit reden voor haar was om een tweede garagebedrijf om hersteladvies te vragen, maar dat hierbij ook een rol heeft gespeeld dat ASV had aangegeven er niet zeker van te zijn dat de voorgestelde reparatie het probleem zou oplossen. Gelet op dit laatste acht de kantonrechter het niet onredelijk dat Mar-Automotive nog een ander garagebedrijf naar de auto wilde laten kijken voordat tot reparatie zou worden overgegaan. De kantonrechter is het met [eiser] eens dat deze second opinion lang heeft geduurd. Er zit namelijk vier weken tussen het onderzoek door ASV op 24 juni 2025 en het spraakbericht van Mar-Automotive aan [naam] van 23 juli 2025, waarin Mar-Automotive informeert over de uit te voeren reparatie. Maar daar staat tegenover dat de second opinion plaatsvond in de zomervakantie en dat [eiser] gedurende deze tijd de beschikking had over een leenauto. Het laten uitvoeren van een second opinion en de tijd die hiermee gemoeid was, maakt in de gegeven omstandigheden dan ook niet dat Mar-Automotive niet binnen een redelijke termijn tot herstel is overgegaan.

Ontbinding op grond van artikel 6:265 BW?
4.11.
Voor zover [eiser] naast een beroep op artikel 7:22 BW ook een beroep doet op artikel 6:265 BW geldt het volgende. Artikel 6:265 BW bepaalt dat een overeenkomst kan worden ontbonden indien sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Ontbinding is in beginsel pas mogelijk als de schuldenaar in verzuim is. Verzuim vereist een ingebrekestelling waarin een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld (artikel 6:81 BW). [eiser] beroept zich op de brief van mr. Bean van 24 juli 2025 en stelt dat nu Mar-Automotive niet uiterlijk 28 juli 2025 heeft bevestigd dat Mar-Automotive de gebreken aan de auto uiterlijk 7 augustus 2025 zou herstellen, Mar-Automotive op 29 juli 2025 in verzuim is geraakt. Mar-Automotive betwist dat sprake is van verzuim, omdat zij nooit nalatig is geweest met herstel of vervanging van het navigatiesysteem en [eiser] hierover informeerde. De kantonrechter begrijpt dit verweer van Mar-Automotive zo dat Mar-Automotive aanvoert dat de in de brief van 24 juli 2025 gegeven termijn voor herstel geen redelijke termijn is als bedoeld in artikel 6:82 lid 2 BW.
4.12.
De kantonrechter volgt Mar-Automotive hierin. Gelet op hetgeen hiervoor in 4.9 en 4.10 is overwogen, is de termijn van twee weken voor nakoming niet redelijk.
4.13.
Daar komt bij dat de brief waarmee de overeenkomst is ontbonden, is verstuurd op 29 juli 2025, dus voor het verstrijken van de voor herstel gegeven termijn. Dit is kennelijk ingegeven door het verstrijken van de tweede in de brief van 24 juli 2025 genoemde termijn, te weten een termijn van vier dagen om te bevestigen dat de Mercedes binnen twee weken zou worden hersteld. De kantonrechter oordeelt dat zich hier niet de situatie voordoet waarin redelijkheid en billijkheid meebrengen dat verzuim intreedt wanneer de schuldenaar niet reageert op een verzoek van de schuldeiser om binnen een redelijke termijn toe te zeggen dat hij gebreken binnen een redelijke termijn zal herstellen. Mar-Automotive hield [eiser] op de hoogte van de voortgang van het herstel van het navigatiesysteem. Op 21 juli 2025 heeft Mar-Automotive [naam] gevraagd of zij telefonisch contact konden hebben op 22 juli 2025. Toen [naam] liet weten dat dit niet uitkwam en verzocht om een spraakbericht te sturen, heeft Mar-Automotive op 23 juli 2025 aan dit verzoek voldaan. Op 24 juli 2025 heeft Mar-Automotive voorgesteld dat zij contact zou opnemen met [eiser]. [naam] heeft hier afwijzend op gereageerd. Er was gelet op deze gang van zaken geen reden om uit het uitblijven van een reactie van Mar-Automotive op de brief van mr. Bean van 24 juli 2025 af te leiden dat Mar-Automotive het gebrek niet zou herstellen. Daarbij is ook van belang dat Mar-Automotive op 2 juli 2025 per Whatsapp aan [naam] heeft laten weten dat zij de auto zou herstellen.

Conclusie en proceskostenveroordeling
4.14.
Dit betekent dat [eiser] op 29 juli 2025 niet bevoegd was tot ontbinding van de koopovereenkomst die hij sloot met Mar-Automotive. Mar-Automotive is niet tekort geschoten is in haar verplichting om het gebrek aan het navigatiesysteem binnen redelijke termijn en zonder ernstige overlast te herstellen en van verzuim is evenmin sprake (geweest). Met de brief van [eiser] advocaat van 29 juli 2025 is de koopovereenkomst dan ook niet ontbonden. Dit betekent dat de vorderingen van [eiser] niet voor toewijzing in aanmerking komen.
4.15.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser], omdat [eiser] is in het ongelijk is gesteld. De kantonrechter begroot de kosten op € 4.102,00 aan salaris (2 punten x € 2.051,00 en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 4.246,00.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten die aan de kant van Mar-Automotive worden begroot op € 4.246,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Baetsen en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.

375;66768

HR 11 oktober 2019, ECLI:N:HR:219:1581.

Artikel delen