Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBROT:2026:7341

Verkoper levert trailer voor vervoer van een Rigid Inflatable Boat (RIB). Tijdens het vervoer van de RIB schiet de RIB van de trailer. UIt onderzoek blijkt dat lasnaden trailer ondeugdelijk waren. De trailer is non-conform (artikel 7:17 BW). Verkoper is gehouden de schade die daarvan het gevolg is te vergoeden (artikel 6:74 BW). Gedaagde voert aan dat schade het gevolg is van een te zware belad...

Rechtbank Rotterdam 1 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:7341 text/xml public 2026-07-01T15:32:08 2026-06-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-02-18 C/10/704163 / HA ZA 25-629 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7341 text/html public 2026-07-01T14:56:52 2026-07-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:7341 Rechtbank Rotterdam , 18-02-2026 / C/10/704163 / HA ZA 25-629
Verkoper levert trailer voor vervoer van een Rigid Inflatable Boat (RIB). Tijdens het vervoer van de RIB schiet de RIB van de trailer. UIt onderzoek blijkt dat lasnaden trailer ondeugdelijk waren. De trailer is non-conform (artikel 7:17 BW). Verkoper is gehouden de schade die daarvan het gevolg is te vergoeden (artikel 6:74 BW). Gedaagde voert aan dat schade het gevolg is van een te zware belading van de trailer en ook zou zijn ontstaan als de lasnaden deugdelijk waren geweest. Eisers hebben voldoende gemotiveerd gesteld dat de schade niet zou zijn ontstaan als de lasnaden deugdelijk waren geweest.
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/704163 / HA ZA 25-629

Vonnis van 18 februari 2026

in de zaak van
1CODE-ZERO B.V.,
te Aalsmeer,2. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERINGMIJ. N.V.,

te 's-Gravenhage,

eisende partijen,

hierna te noemen: Code-Zero en Nationale-Nederlanden,

advocaat: mr. V.R. Pool,

tegen

PEGA B.V.,

te Barendrecht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Pega,

advocaat: mr. R.H.J. Wildenburg.
1De zaak in het kort
Code-Zero heeft in augustus 2022 een trailer gekocht van Pega voor het vervoer van een zogeheten Rigid Inflatable Boat (hierna: RIB). Op 14 juni 2024 is de RIB tijdens het vervoer van de trailer geschoten. De trailer en de RIB zijn bij dit ongeval beschadigd. Code-Zero en haar verzekeraar Nationale-Nederlanden hebben Pega aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van het ongeval. Zij stellen dat de trailer niet voldeed aan de overeenkomst, omdat de lasnaden van de trailer ondeugdelijk waren, waardoor de trailer een lager laadvermogen had dan opgegeven. Pega is van mening dat een te zware belading van de trailer de oorzaak van het ongeval is. De rechtbank stelt Code-Zero en Nationale-Nederlanden in het gelijk.
2De procedure 2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 juni 2025 met producties E1-E10;- de conclusie van antwoord van 10 september 2025 met producties G1-G5- de brief van 23 september 2025 van de rechtbank waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

- de e-mail van 4 december 2025 van de rechtbank waarbij partijen nader zijn geïnformeerd over en zijn geïnstrueerd ten aanzien van de mondelinge behandeling;

- de akte houdende overlegging nadere producties van 8 januari van eiseressen met productie E11-E12;

- de akte houdende overlegging nadere productie van 8 januari 2026 van gedaagde met productie G6;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 januari 2026.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten 3.1.
Code-Zero en Pega hebben in december 2021 contact gehad over het ontwerp van een boottrailer voor het vervoer van de (nieuwe) RIB van Code-Zero. Code-Zero heeft Pega daarbij informatie verstrekt over de RIB. Vervolgens hebben Code-Zero en Pega mondeling een koopovereenkomst gesloten.
3.2.
Pega heeft de trailer in augustus 2022 aan Code-Zero geleverd. Pega heeft de trailer voor aflevering aan Code-Zero verlengd, zodat de RIB ermee vervoerd kon worden. Het bruto laadvermogen van de trailer was 3.500 kg. Het gewicht van de trailer was volgens de opgave van de fabrikant 925 kg. Pega heeft na verlenging van de trailer geen ander gewicht van de trailer aan Code-Zero opgegeven.
3.3.
Op 14 juni 2024 is de RIB op de Franse snelweg van de trailer geschoten. Daarbij is de RIB beschadigd. Ook de trailer is beschadigd bij het ongeval.
3.4.
Expertisebureau Arntz van Helden heeft in opdracht van de verzekeraar van Code-Zero, Nationale-Nederlanden, onderzoek gedaan naar de oorzaak van het ongeval en de omvang van de schade. Op 28 juni 2024 heeft de expert van Arntz van Helden namens Code-Zero en Nationale-Nederlanden Pega aansprakelijk gesteld voor de schade aan de trailer en de RIB. De aansprakelijkheidsverzekeraar van Pega heeft [naam] als expert ingeschakeld. Op basis van zijn tussenrapport heeft de verzekeraar van Pega op 9 oktober 2024 aansprakelijkheid van Pega afgewezen. Grond voor afwijzing is dat de schade volgens [naam] het gevolg is van onoordeelkundig gebruik.
3.5.
Arntz van Helden heeft EMHA B.V. gevraagd metallurgisch onderzoek te doen naar de trailer om de oorzaak van het breken van de dwarsliggers van de trailer van te stellen. EMHA komt in haar rapport van 7 november 2024 tot de volgende conclusie (p. 6):

“De trailer is bezweken ten gevolge van de slechte tot zeer slechte kwaliteit van de lasverbindingen van vermoedelijk, op basis van de visuele beoordeling, de meeste lassen in de constructie. In de lassen is sprake van onvoldoende doorlassing waardoor slechts gedeeltelijke hechting en dus zwakke verbindingen zijn gevormd. Onder invloed van de belasting (de boot op de trailer, rijden over ongelijk oppervlak, krachten tijdens versnellen, vertragen en bochten) is op een gegeven moment breuk opgetreden. Mogelijk is hierbij sprake geweest van enige scheurgroei door wisselende belasting (vermoeiing) maar dit is verder niet waargenomen.

Dat aanwezigheid van zink in de openingen onder de gedeeltelijk gevormde lassen toont aan dat deze zogenoemde bindingsfouten van begin af aan aanwezig zijn geweest.”
3.6.
In het expertiserapport van 6 maart 2025 van Arntz van Helden is het volgende opgenomen over de oorzaak van de schade (p. 11):

“De schade is ontstaan doordat de “RIB OFF” op de snelweg van de trailer is

geschoten en op het wegdek terecht is gekomen. Van een onverwachte manoeuvre

was volgens opgave geen sprake, de combinatie reed in een rechte lijn op de snelweg.

Klaarblijkelijk heeft de trailer het gewicht van het vaartuig niet kunnen weerstaan.

Het gewicht van de “RIB OFF” is volgens meting 2694 kilogram, wat binnen de

gewichtstoleranties van de trailer zou vallen.

Meest waarschijnlijk is een midden-balk van de trailer gebroken, waardoor de positie van de “RIB OFF” veranderde. De oplooprem van de trailer werd aangesproken doordat de afgebroken balk daarop terecht is gekomen. Door dynamische krachten en bewegingen die daarop vrijkwamen moet de “RIB OFF” van de trailer zijn gevallen en op snelheid op het asfalt en tegen de vangrail terecht zijn gekomen. De reden van het breken van de steunen is naar onze mening terug te voeren naar onvoldoende sterk uitgevoerde lasnaden.”
3.7.
In zijn eindrapport van 12 juni 2025 schijft [naam] over de oorzaak van de schade (p. 10):

“Verzekerde fabriceert trailers met een maximum bruto laadvermogen van 3.500 kg, het gewicht van de trailer is volgens het COC 925 kg. Hiermee blijft een netto laadvermogen van 3.500 - 925 = 2.575 kg over. Op het moment van het incident was het netto laadvermogen 2.724 kg en overschrijdt hiermee het toegestane gewicht.

Verzekerde is, na de oplevering van de trailer, niet bij het afstellen van de trailer betrokken geweest. Dit is door de huidige eigenaar in eigen beheer gedaan.

De schade is veroorzaakt door onoordeelkundig gebruik. De trailer is ernstig vervormd, ook de assen zijn vervormd.

Gezien de omvang en soort schade aan de trailer zijn wij van mening dat de trailer verkeerd is beladen waardoor deze fors is gaan slingeren over de weg. De krachten die hierbij vrijkomen zijn extreem groot. Dit verklaart de aanwezige schade zoals het ernstig vervormen van het frame, het krom raken van de assen zelf en het breken van diverse lassen. De lasbreuken zien wij niet als primaire oorzaak, maar als gevolg van de extreem hoge belasting op de combinatie die ontstaat tijdens het slingeren.

Gezien het zwaartepunt van de RIB aan de achterzijde ligt, is de combinatie gevoelig voor slingeren bij hogere snelheden. Ook de aanwezigheid van een flinke hoeveelheid brandstof heeft de stabiliteit van de combinatie negatief beïnvloed.”
3.8.
Arntz van Helden heeft de schade aan de trailer en de RIB begroot op € 104.232,52. Nationale-Nederlanden heeft dit bedrag minus het eigen risico van € 2.500,00 aan Code-Zero vergoed.
3.9.
[naam] schrijft over de omvang van de schade:

“De noodreparatie a € 39.979,62 inclusief btw heeft niet volledig bijgedragen aan het definitieve herstel. De totale herstelkosten zijn om deze reden discutabel.

Als de boot in één keer juist was hersteld dan hadden de reparatiekosten € 92.142,74 inclusief btw bedragen.”
4Het geschil 4.1.
Code-Zero en Nationale-Nederlanden vorderen om, uitvoerbaar bij voorraad, Pega te veroordelen om aan Nationale-Nederlanden, althans aan Nationale-Nederlanden en Code-Zero, te vergoeden:

1. een bedrag van € 104.132,06, te vermeerderen met de wettelijke rente van vanaf 28 juni 2024, zijnde de dag waarop Pega hiervoor voor het eerst aansprakelijk is gesteld, dan wel vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

2. een bedrag van € 8.356,02 aan expertisekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de factuurdatum 6 maart 2025, dan wel vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

3. een bedrag van € 1.885,37 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding en in de nakosten, te voldoen aan Nationale-Nederlanden, althans eiseressen, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
4.2.
Pega voert verweer. Pega concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Code-Zero en Nationale-Nederlanden, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Code-Zero en Nationale-Nederlanden, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Code-Zero en Nationale-Nederlanden in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
Beantwoordde de trailer aan de overeenkomst?
5.1.
Code-Zero en Nationale-Nederlanden leggen aan hun vordering ten grondslag dat de trailer niet beschikte over de eigenschappen die Code-Zero op grond van de overeenkomst mocht verwachten (artikel 7:17 BW), wat betekent dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst als bedoeld in artikel 6:74 BW. De schade die het gevolg is van deze tekortkoming moet Pega vergoeden. Code-Zero en Nationale-Nederlanden hebben hun stelling dat de trailer niet beschikt over de eigenschappen die Code-Zero op grond van de overeenkomst mocht verwachten, als volgt onderbouwd: Pega heeft de trailer ontworpen voor de RIB van Code-Zero, zodat Code-Zero mocht verwachten dat de trailer de RIB met motoren zou kunnen dragen. Dat kon de trailer niet zo blijkt uit het ongeval. Dat de trailer onvoldoende sterk was om de RIB te dragen, is te wijten aan onvoldoende sterk uitgevoerde lasnaden, zoals blijkt uit het rapport van EMHA.
5.2.
Pega betwist dat de trailer niet beschikte over de eigenschappen die Code-Zero op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Pega voert ter onderbouwing hiervan aan dat het kromraken en breken van de assen van de trailer het gevolg is van het te zwaar beladen van de trailer. De trailer had een bruto laadvermogen van 3.500 kg, dat is inclusief het gewicht van de trailer van 925 kg. Dan blijft een netto laadvermogen over van 2.575 kg. Het gewicht van de boot met de motoren ten tijde van het ongeval was tenminste 2.724 kg en daarmee hoger dan het netto laadvermogen. Subsidiair voert Pega aan dat als de trailer niet de eigenschappen bezat die Code-Zero op grond van de overeenkomst mocht verwachten, het causaal verband tussen de tekortkoming en de schade ontbreekt omdat niet vaststaat dat de schade ook zou zijn ontstaan als Code-Zero het maximaal toegestane laadvermogen niet overschreden had.

Non-conformiteit
5.3.
Op grond van de hoofdregel van het bewijsrecht rust op Code-Zero en Nationale-Nederlanden en als eiseressen de stelplicht en bewijslast van de stelling dat de trailer niet aan de overeenkomst beantwoordde. Ter onderbouwing van hun stelling dat de lasverbindingen van de trailer ondeugdelijk waren, hebben Nationale-Nederlanden en Code-Zero hebben zich beroepen op het metallurgisch rapport van EMHA. Op basis van visueel en microscopisch onderzoek van de trailer heeft de expert van EMHA vastgesteld dat op veel plaatsen sprake was van onvoldoende doorlassing waardoor zwakke verbindingen zijn gevormd. Uit het feit dat in de openingen onder de gedeeltelijk gevormde lassen zink aanwezig is, concludeert de expert van EMHA dat deze bindingsfouten van begin af aan aanwezig zijn geweest en niet gerelateerd zijn aan scheurvorming door belasting.
5.4.
Voor zover Pega heeft bedoeld te betwisten dat de lasverbindingen gebrekkig waren, is dat tevergeefs. [naam], de expert van Pega, gaat in zijn rapport niet in op de bevindingen van EMHA zoals hiervoor onder 5.3 samengevat. In de conclusie van antwoord weerlegt Pega evenmin gemotiveerd de bevindingen van EMHA over de onvoldoende kwaliteit van de lasnaden. Dit had wel op de weg van Pega gelegen. Zij had een tegenonderzoek kunnen doen om haar betwisting van de bevindingen van de expert van EMHA over de onvoldoende kwaliteit van de lasnaden handen en voeten te geven, althans in ieder geval nader moeten toelichten waarom deze bevindingen onjuist zijn. Nu Pega dit heeft nagelaten staat als onvoldoende gemotiveerd betwist vast dat de lasnaden van de trailer ondeugdelijk waren.

Causaal verband
5.5.
Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of de ondeugdelijke lasnaden de oorzaak zijn van de schade. Code-Zero en Nationale-Nederlanden moeten stellen (en bewijzen) dat tussen de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust en de schade een condicio sine qua non-verband bestaat. Zij moeten voldoende feiten en omstandigheden stellen (en zo nodig bewijzen), waaruit afgeleid kan worden dat de schade niet zou zijn ontstaan als de lasnaden niet gebrekkig zouden zijn geweest.
5.6.
Code-Zero en Nationale-Nederlanden beroepen zich ter onderbouwing van het causaal verband tussen de ondeugdelijke lasnaden en de schade op het rapport van EMHA. EMHA schrijft over het causaal verband tussen de ondeugdelijke lasnaden en de schade:

“De trailer is bezweken ten gevolge van de slechte tot zeer slechte kwaliteit van de lasverbindingen van vermoedelijk, op basis van de visuele beoordeling, de meeste lassen in de constructie. (…) Onder invloed van de belasting (de boot op de trailer, rijden over ongelijk oppervlak, krachten tijdens versnellen, vertragen en bochten) is op een gegeven moment breuk opgetreden (…).

Dat aanwezigheid van zink in de openingen onder de gedeeltelijk gevormde lassen toont aan dat deze zogenoemde bindingsfouten van begin af aan aanwezig zijn geweest.”

Code-Zero en Nationale-Nederlanden hebben hiermee gemotiveerd gesteld dat de schade niet zou zijn ontstaan als de lasnaden deugdelijk waren geweest.
5.7.
Pega voert aan dat niet vaststaat dat de schade het gevolg is van ondeugdelijke lasnaden, omdat Code-Zero de trailer te zwaar heeft beladen en aannemelijk is de trailer dat het maximaal toegestane laadvermogen wel had aangekund. Pega beroept zich hierbij op het rapport van [naam]. Deze betwisting door Pega van het causaal verband tussen de normschending en de schade, is zonder resultaat, nu Pega (ook) deze betwisting onvoldoende onderbouwt. Met het rapport van [naam] kan namelijk niet aannemelijk worden gemaakt dat de schade ondanks de gebrekkige lasnaden, niet zou zijn ontstaan als het bruto laadvermogen niet zou zijn overschreden. [naam] stelt dat de lasbreuken het gevolg zijn van de belasting op de trailer. Op de vraag of de schade zou zijn ontstaan uitgaande van gebrekkige lasnaden, maar de overbelasting wegdenkend, gaat [naam] niet in. De stelling van Pega dat, ondanks de gebrekkige lasnaden, de schade niet zou zijn ontstaan als het bruto laadvermogen niet zou zijn overschreden, acht de rechtbank uitermate onaannemelijk. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om zich op dit punt nog nader te doen voorlichten door een door de rechtbank te benoemen deskundige. Dat er waarschijnlijk sprake is geweest van enige overschrijding van het bruto laadvermogen bij gebruik van de trailer (zie 5.2) brengt niet mee dat in dit geval aannemelijk is dat dit een relevante factor is geweest bij, laat staan de oorzaak van, het ongeval en van de lasbreuken. Immers, het is evident dat gebrekkige lasnaden invloed hebben op het draagvermogen van de trailer. Waarom de trailer ondanks dit ernstige gebrek toch bestand zou zijn geweest tegen het toegestane bruto laadvermogen legt Pega niet uit.
5.8.
Het causaal verband tussen de gebrekkige lasnaden en de schade staat daarmee vast.

Schade, wettelijke rente en expertisekosten
5.9.
Pega heeft tijdens de mondelinge behandeling haar verweer over de omvang van de schade grotendeels laten vallen. Ook de betwisting dat Nationale-Nederlanden de schade daadwerkelijk aan Code-Zero heeft vergoed, heeft Pega tijdens de mondelinge behandeling laten vallen. Partijen verschillen alleen nog van mening over de vraag of de noodreparatie volledig heeft bijgedragen aan het definitieve herstel. Code-Zero heeft ter zitting toegelicht dat de noodreparatie nodig was, omdat zij voor het ongeval contractuele verplichtingen was aangegaan waarvoor zij de RIB nodig had. Om die reden moest de RIB zo snel mogelijk weer vaarklaar zijn. Daarbij heeft Code-Zero er ook op gewezen dat het enige tijd duurde voordat de expert van Pega de schade kwam opnemen, zodat de noodreparatie niet met hem afgestemd kon worden. Pega heeft dit niet weersproken. Nu Pega evenmin heeft toegelicht waarom en in welke mate de noodreparatie niet volledig heeft bijgedragen aan het definitieve herstel, gaat de rechtbank voorbij aan het verweer van Pega dat de noodreparatie niet volledig aan het definitieve herstel heeft bijdragen en daarom niet volledig voor vergoeding in aanmerking komt.
5.10.
Het gevorderde bedrag van € 104.132,06 aan bergingskosten, kosten (tijdelijk) herstel en kosten van een nieuwe trailer, wijst de rechtbank daarom toe.
5.11.
Code-Zero en Nationale-Nederlanden vorderen vergoeding van wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 28 juni 2024, dat is de dag waarop Code-Zero en Nationale-Nederlanden Pega aansprakelijk hebben gesteld. Wettelijke rente is verschuldigd met ingang van de dag waarop de schuldenaar in verzuim is. Ingevolge artikel 6:83 sub b BW is bij een verbintenis die strekt tot vergoeding van schade die het gevolg is van een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst, sprake van verzuim wanneer de verbintenis niet terstond wordt nagekomen. Dat betekent dat de rente toewijsbaar is met ingang van 28 juni 2024.
5.12.
Code-Zero en Nationale-Nederlanden vorderen verder vergoeding van de expertisekosten ad € 8.356,32. Dit zijn de kosten van Arntz van Helden en EMHA. De rechtbank wijst dit bedrag toe. De gevorderde expertisekosten kunnen de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 1 sub b BW doorstaan; het was redelijk was de kosten te maken en de hoogte van de kosten is redelijk. Nu Pega betwiste dat de kwaliteit van de lasnaden de oorzaak was van de schade, is het redelijk dat Code-Zero en Nationale-Nederlanden niet alleen Arntz van Helden inschakelde, maar ook EMHA een metallurgisch onderzoek liet doen. De expertisekosten vallen buiten de verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding inhoudt.

Buitengerechtelijke incassokosten
5.13.
Code-Zero en Nationale-Nederlanden maken aanspraak op vergoeding van een bedrag van € 1.885,37 aan buitengerechtelijke incassokosten. Op de vordering van Code-Zero en Nationale-Nederlanden is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten niet van toepassing, hetgeen betekent dat Code-Zero en Nationale-Nederlanden moeten stellen (en bewijzen) dat de kosten waarvan vergoeding wordt gevorderd daadwerkelijk zijn gemaakt en zijn aan te merken als kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub c BW. Nu Code-Zero en Nationale-Nederlanden niet hebben onderbouwd welke buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht die vallen buiten de werkzaamheden waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding inhoudt, wijst de rechtbank de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten af.

Proceskostenveroordeling
5.14.
Pega is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Code-Zero en Nationale-Nederlanden worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



122,35

- griffierecht



6.861,00

- salaris advocaat



4.102,00

(2 punten × € 2.051,00)

- nakosten



189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



11.274,35
5.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De rechtbank
6.1.
veroordeelt Pega om aan Code-Zero en Nationale-Nederlanden te betalen een bedrag van € 104.132,06, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 juni 2024, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Pega om aan Code-Zero en Nationale-Nederlanden te betalen een bedrag van € 8.356,32 aan expertisekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt Pega in de proceskosten van € 11.274,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Pega niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt Pega tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Baetsen. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.

[1729;3979]

Artikel delen