ECLI:NL:RBROT:2026:9608
WHOA zaak. Opheffen afkoelingsperiode.
Rechtbank Rotterdam 5 August 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9608
text/xml
public
2026-08-05T11:52:00
2026-08-05
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Rotterdam
2026-02-02
C/10/712342 HO RK 25/2249
Uitspraak
Eerste en enige aanleg
NL
Rotterdam
Civiel recht; Insolventierecht
Faillissementswet 376
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9608
text/html
public
2026-08-05T11:51:33
2026-08-05
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBROT:2026:9608 Rechtbank Rotterdam , 02-02-2026 / C/10/712342 HO RK 25/2249
WHOA zaak. Opheffen afkoelingsperiode.
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Insolventie – meervoudige kamer
opheffen afkoelingsperiode
rekestnummer: C/10/712342 HO RK 25-2249
uitspraakdatum: 2 februari 2026
beschikking in de (besloten) akkoordprocedure van:
[schuldenaar]
,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: schuldenaar,
advocaat: mr. Chr. Giljam.
1De procedure
1.1.
Schuldenaar heeft op 10 december 2025 een verklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) ter griffie gedeponeerd. Schuldenaar heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement. Bij beschikking van 19 januari 2026 heeft de rechtbank een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw afgekondigd, machtiging gegeven voor rechtshandelingen ex artikel 42a Fw en een observator aangesteld ex artikel 376 lid 9 Fw.
1.2.
De observator heeft de rechtbank op 23 januari 2026 en op 29 januari 2026 brieven gestuurd. In zijn brief van 29 januari 2026 informeert de observator de rechtbank dat de aandeelhouder van schuldenaar niet langer bereid is financiering te verstrekken en dat schuldenaar feitelijk verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen als er geen noodfinanciering is.
1.3.
De rechtbank constateert dat niet langer wordt voldaan aan het eerste en het vierde lid van artikel 376 Fw
1.4.
Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat schuldenaar op 30 januari 2026 een eigen aangifte tot faillietverklaring heeft ingediend. Vanwege de schorsende werking van de afkoelingsperiode (artikel 376 lid 2 onder c Fw) is opheffing van de afkoelingsperiode nodig. Gelet op de eigen aangifte zal schuldenaar niet in de gelegenheid hoeven te worden gesteld om nog te worden gehoord.
1.5.
De rechtbank zal op de voet van artikel 376 lid 11 Fw ambtshalve de afkoelingsperiode opheffen.
2De beslissing
De rechtbank:
- heft de bij beschikking van 19 januari 2026 afgekondigde afkoelingsperiode op.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Aukema, voorzitter, mr. J.C.A.T. Frima en
mr. V.G.T. van Emstede, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026, 09:15 uur.