Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:3496

Kort geding. Ontruiming van de woning toegewezen vanwege het veroorzaken van structureel ernstige overlast door huurder.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:3496 text/xml public 2026-05-27T09:02:29 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-29 12146509 VV EXPL 26-33 (E) Uitspraak Kort geding NL Tilburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3496 text/html public 2026-05-27T09:02:15 2026-05-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3496 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 29-04-2026 / 12146509 VV EXPL 26-33 (E)
Kort geding. Ontruiming van de woning toegewezen vanwege het veroorzaken van structureel ernstige overlast door huurder.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 12146509 VV EXPL 26-33

Vonnis in kort geding van 29 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. M.L.J. Bomers,

tegen
1 [gedaagde] ,
te [plaats 2] ,2. [bewindvoerder] B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde],

te [plaats 3] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. D. Marcus.

De zaak in het kort

[gedaagde] huurt een woning van [eiser] in [plaats 2] . [eiser] wil dat [gedaagde] de woning verlaat, omdat hij zich niet als goed huurder gedraagt door structureel ernstige overlast te veroorzaken voor omwonenden. Vooruitlopend op een bodemprocedure wordt in dit kort geding de ontruiming van de woning toegewezen.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 7 april 2026 met producties,

de producties van [gedaagde] ,

de producties van [eiser] (inclusief USB-stick),

de mondelinge behandeling van 15 april 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

de pleitnota van [eiser] ,

de pleitnota van [gedaagde] .
2De feiten 2.1.
Bij beschikking van 2 mei 2023 is [gedaagde] onder bewind gesteld van [bewindvoerder] B.V.
2.2.
Met ingang van 1 april 2010 huurt [gedaagde] een kamer op de bovenste etage van het pand aan [adres 1] . De huurovereenkomst is aangegaan met

A tot Z Vastgoed B.V. als verhuurder. In artikel 10 van de huurovereenkomst staat onder meer:

“- Het is verboden om drugs en overmatig alcohol te gebruiken in de woning/ gehuurde kamer/ studio etc.

- Het is verboden in het gehuurde om te dealen en te helen, bij constatering wordt direct de politie ingeschakeld en betreffende huurder met onmiddellijke ingang uit het gehuurde gezet.

- Na 22.00 uur mag er geen lawaai, herrie, kabaal etc. gemaakt worden.”.
2.3.
Op 16 juli 2025 heeft de burgemeester van [plaats 2] in een brief aan [gedaagde] laten weten dat de politie en gemeente [plaats 2] veel overlastmeldingen hebben ontvangen en dat deze overlast per direct moet stoppen.
2.4.
Op 14 augustus 2025 heeft [persoon 1] , bewoner van [adres 2] en directe buurman van [gedaagde] , aangifte gedaan van bedreiging door [gedaagde] .
2.5.
Op 3 september 2025 is [gedaagde] er door de (vorige) verhuurders [persoon 2] en [persoon 3] op gewezen dat de gemeente [plaats 2] en de politie vele politiemeldingen hebben ontvangen over overlast.
2.6.
Op 4 november 2025 is [gedaagde] er nogmaals namens (vorige) verhuurders op gewezen dat de overlast moet stoppen.
2.7.
Op 21 november 2025 is [eiser] eigenaar van het pand geworden.
2.8.
Op 6 maart 2026 heeft [eiser] aangifte gedaan bij de politie tegen [gedaagde] wegens bedreiging met een pistool.
2.9.
[persoon 4] , bewoner van [adres 3] , heeft bij de politie aangifte gedaan van een bedreiging met de dood door [gedaagde] op 27 maart 2026.
2.10.
Verschillende omwonenden hebben verklaard overlast te ervaren veroorzaakt door [gedaagde] . Enkele verklaringen zijn onder meer:

- [persoon 1] ( [adres 2] ):

“Ik heb twee kinderen (dochter van 13 en zoon van 15) die, na een bedreiging van dhr. [gedaagde] richting mijn zoon (nota bene in aanwezigheid van de politie) niet bij mij durven te verblijven sinds half januari 2026. Ik heb co- ouderschap waardoor zij eens in de twee weken een volledige week bij mij zouden moeten zijn. Voor hen is de gebroken nacht rust/ geen nachtrust en angst voor de buurman zo groot dat het hun school prestaties en sociaal leven beïnvloed. Zij verblijven nu fulltime bij hun moeder. Ik verblijf sinds half januari in een huurwoning elders in [plaats 2] . Omdat deze overlast echt wekelijks is, is het draaien van een huishouden en het opvoeden van mijn kinderen onmogelijk. Ook mijn werk lijd eronder.”

- [persoon 4] ( [adres 3] ):

“Het gedrag van [gedaagde] tegenover mij met betrekking tot de sexueel getinte opmerkingen is voor mij zeer grensoverschrijdend. Ik heb mij onder andere hierdoor nog geen dag veilig gevoeld, wetende dat [gedaagde] ergens in de buurt is. Als ik weg wil gaan, te voet of op de fiets, kijk ik altijd eerst op de camera’s om erachter te komen of [gedaagde] in huis of weg is. (…)

Naar mijn mening is [gedaagde] zeer opvliegend en komt hij zeer agressief over. [gedaagde] heeft de hele dag door een joint in zijn mond. Je ziet hem nooit zonder. De stank van zijn drugsgebruik ruik je tot bij ons in de tuin. Als [gedaagde] bezoek heeft wordt de geur alleen maar erger.

(…)

De extreme overlast van de afgelopen jaren en de dreigingen naar mij persoonlijk toe, hebben veel fysiek en mentale gevolgen gegeven. In 2023 ben ik in de wia terecht gekomen en ben ik helaas niet meer in staat te werken. De overlast en dreigingen hebben zowel fysiek als mentaal veel effect op mijn gezondheid. Fysiek ervaar ik meer lichamelijke pijn en migraines.”

[persoon 5] ( [adres 3] ):

“Vanaf de eerste dag dat wij hier zijn gaan wonen ervaren we overlast en bedreigingen van [gedaagde] . Niet van [persoon 6] , maar van [gedaagde] . De overlast is voornamelijk expliciete opmerkingen naar mijn vrouw en dochter, geluidsoverlast, vervuiling en stankoverlast door drugsgebruik en afval (zie foto 1) en onrechtmatig gebruik, lees parkeren van auto’s, op onze oprit en binnenterrein.(…)

Na de verplaatsing van de zittingsdatum 10 maart 2026 is [gedaagde] een tijdje zeer weinig op locatie geweest en is de overlast voor ons iets minder geweest. (…) Echter is [gedaagde] de laatste paar weken weer continu op locatie en de overlast gaat weer gewoon verder zoals voorheen. [gedaagde] heeft sinds eind maart (start rond 25 maart) [persoon 6] te logeren. De politie komt minimaal 1 keer per week. Zelf hebben wij 1 keer de politie gebeld, nadat [gedaagde] [persoon 6] op straat zette. Waarop [persoon 6] door de politie weer goedkeuring kreeg om terug naar binnen te gaan. [gedaagde] had haar tassen zelf naar binnen gebracht. [gedaagde] heeft eind maart mijn vrouw bedreigd zonder reden. Dit gebeurde toen zij de honden aan het uitlaten was. [persoon 6] en [gedaagde] kwamen naar buiten en [gedaagde] begon zonder toedracht te dreigen dat hij met een pistool naar ons huis zou komen en haar dood zou maken.”

- De eigenaar van [bedrijf 1] ( [adres 4] ) en de eigenaar van horecazaak ’ [bedrijf 2] ( [adres 5] ) verklaren overlast te ervaren van [gedaagde] en dat hun klanten daar ook last van ondervinden.
2.11.
Omwonenden [persoon 4] ( [adres 3] ), [persoon 1] ( [adres 2] ), [persoon 2] (vorige eigenaar [adres 1] ) en [persoon 7] (wijkregisseur gemeente [plaats 2] ) hebben in een WhatsApp-groep onder meer de volgende berichten naar elkaar gestuurd:

“25-08-2025 07:41 - [persoon 1] : Goedemorgen beide. Het is vanmorgen weer goed uit de hand gelopen op [adres 1] . Gegil en geweld. Politie 112 is gebeld.

25-08-2025 07:42 - [persoon 1] : [gedaagde] hing uit het dakraam met een voorwerp en [persoon 6] gilde. (…)

02-09-2025 07:05 - [persoon 1] : Goedemorgen [persoon 7] en [persoon 2] , vanmorgen 4.50 uur weer veel last van [persoon 6] en [gedaagde] . Schreeuwen, ruzie gooien met deuren, etcetera. 112 gebeld. Hier twee bange kinderen in huis die een halve nacht rust hebben gehad en nu naar school moeten.

02-09-2025 07:06 - [persoon 1] : Wat is de stand van zaken in deze situatie. Ik denk dat we onderhand wel iets moeten voordat ik zo wanhopig wordt dat ik het zelf oplos met alle gevolgen van dien!

(…)

03-09-2025 13:47 - [persoon 1] : Nog even ter update: vandaag rond om 11 uur weer politie geweest. Geweld in huis tussen [gedaagde] en [persoon 6] . Veel getuigen op straat.

(…)

03-11-2025 18:50 – [persoon 1] : Dag [persoon 7] , het is helemaal uit de hand gelopen. [persoon 6] heeft zojuist de achterruit uit de deur geslagen op [adres 1] . Politie is weer aanwezig.

03-11-2025 18:53 [persoon 4] Buurvrouw: Ambulance komt er ook aan. 2e keer politie vandaag en [persoon 6] is voor de 3e keer op [adres 1] .

(…)

10-12-2025 14:01 [persoon 4] Buurvrouw: Vannacht heeft [persoon 6] op [adres 1] geslapen. Heden ochtend hadden ze weer ruzie.

(…)

05-01-2026 19:13 - [persoon 1] : Dag [persoon 7] en [persoon 4] ,

Gisteren avond en vannacht is het weer mis gegaan. [persoon 6] is mee genomen door de politie en [gedaagde] heeft de hele nacht bezoek gehad. Er verblijven meerdere vrienden van hem op de [adres 1]

(…)

05-01-2026 19:16 - [persoon 1] : Even eerlijk aan jou [persoon 7] , voor mij bereiken we een eindpunt. De kans dat het echt mis gaat en er slachtoffers vallen nadert. Als ik me moet verantwoorden voor de rechter ga ik echt aangeven dat zowel politie, justitie en de gemeente van alles wisten en voldoende op de hoogte zijn gebracht! Dit is meer dan een roep om hulp.

05-01-2026 19:18 - [persoon 4] Buurvrouw: Wij sluiten ons hier volledig bij aan!”
2.12.
Omwonende [persoon 1] en de vorige eigenaar van [adres 1] [persoon 2] hebben onder meer de volgende berichten naar elkaar gestuurd via WhatsApp:

“11-08-2025 13:39 – [persoon 2] : Ha [persoon 1] , ter info. Aangifte bij de politie net gedaan. Gr. [persoon 2]

11-08-2025 14:00 - [persoon 1] : Dank je wel. Heb je voor mij een aangiften nummer dan kan ik ze donderdag samen laten voegen of naar verwijzen.

(…)

01-09-2025 14:38 - [persoon 1] : Dag [persoon 2] , ik weet niet of je al op de hoogte bent maar [persoon 6] is de hele week en het hele weekend op de [adres 1] verbleven. Ze lijkt er permanent te zijn. Groet [persoon 1]

01-09-2025 14:40 - [persoon 2] : Ha [persoon 1] , nee daar was ik niet van op de hoogte. Heb hem onlangs verteld dat ik niet wil dat [persoon 6] op de [adres 2] verblijft, zeker niet na de overlast en vernielingen, maar zoals vaker, heeft hij daar kennelijk weinig boodschap aan….. nog overlast geweest?

01-09-2025 14:42 - [persoon 1] : Gisteren voor de tweede keer aangiften gedaan van bedreiging door [gedaagde] . Dus helaas is het niet voorbij.

(…)

01-09-2025 14:54 - [persoon 1] : Helaas wel. Pas nog 112 in ochtend gebeld van wegen echt veel schreeuwen en gillen. [gedaagde] stond met een voorwerp uit het raam te te zwaaien. Het is bekend bij de politie
2.13.
De wijkregisseur [persoon 7] heeft een overzicht bijgehouden van overlastmeldingen over de periode vanaf april 2025 tot en met januari 2026. Hieruit volgen verschillende meldingen van overlast die bestaan uit ruzie, hard schreeuwen, wietlucht, bedreigingen en vernielingen.
2.14.
Op 25 februari 2026 heeft de Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant een bestuurlijke rapportage opgesteld naar aanleiding van aanhoudende en veelvuldige overlastsituaties rondom het pand [adres 1] en de daaruit voortkomende meldingen van onveiligheid die buurtbewoners ervaren. Hierin zijn 17 mutaties opgenomen over de periode 5 augustus 2025 tot en met 25 februari 2026. De politie geeft aan zich ernstige zorgen te maken om de openbare orde en veiligheid en de gezondheid en gemoedstoestand van zowel de buurtbewoners als de bewoners op dit adres.
3Het geschil 3.1.
[eiser] vordert samengevat - ontruiming van de woning aan [adres 1] . Hij legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Er is sprake van een ernstige tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst en [gedaagde] heeft zich niet als goed huurder gedragen door het structureel veroorzaken van ernstige overlast. Deze situatie kan niet langer voortduren en [gedaagde] moet daarom de woning verlaten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . [gedaagde] voert – samengevat – het volgende aan. Allereerst betwist [gedaagde] dat sprake is van een contractuele relatie tussen partijen, omdat [gedaagde] een huurovereenkomst is aangegaan met A tot Z Vastgoed B.V. en er geen sprake is geweest van een geldige cessie. Voor zover er een beroep wordt gedaan op de algemene voorwaarden voert [gedaagde] aan dat deze niet van toepassing zijn nu deze niet ter hand zijn gesteld. Verder betwist [gedaagde] dat sprake is van een spoedeisend belang en ook dat sprake is van ernstige en structurele overlast die een ontbinding van de huurovereenkomst zou rechtvaardigen. Hij voert aan dat zijn belang om in de woning te blijven wonen zwaarder weegt dan het belang van [eiser] bij ontruiming van de woning.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling
Formele procespartij
4.1.
De goederen van [gedaagde] staan onder bewind. Tijdens het bewind vertegenwoordigt [bewindvoerder] B.V. bij de vervulling van haar taak [gedaagde] in en buiten rechte. Dat betekent dat de bewindvoerder hier als formele procespartij geldt en de vorderingen moeten worden ingesteld tegen de bewindvoerder.

[eiser] is daarom niet-ontvankelijk in zijn vorderingen voor zover deze zijn gericht tegen [gedaagde] .

Spoedeisend belang
4.2.
[eiser] heeft gesteld dat sprake is van ernstige en structurele overlast voor omwonenden en dat op hem als verhuurder de verantwoordelijkheid rust om te zorgen voor het rustig woongenot van de medehuurder(s) en omwonenden. Anders dan [gedaagde] heeft aangevoerd is ook recentelijk nog gebleken dat sprake is geweest van structurele en ernstige overlast.
4.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende onderbouwd dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de door hem gevorderde ontruiming van het gehuurde. De ernst van de gestelde tekortkoming en de invloed ervan op de omgeving rechtvaardigen dat [eiser] een bodemprocedure niet hoeft af te wachten en zijn vorderingen in deze kort geding procedure ter beoordeling kan voorleggen.

Toetsingskader
4.4.
Een ontruiming is een maatregel die diep ingrijpt in het woonrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Met de beoordeling van een vordering tot ontruiming in kort geding moet daarom terughoudend worden omgegaan, omdat in deze procedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding. Ontruiming is alleen gerechtvaardigd als met grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten is dat in een bodemprocedure de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt toegewezen.
4.5.
In dit kort geding is het de vraag of het in hoge mate waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat sprake is van een tekortkoming van [gedaagde] die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigt en of hierop vooruitlopend de vordering tot ontruiming in dit kort geding moet worden toegewezen.

Een tekortkoming van een partij geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

Huurovereenkomst tussen partijen
4.6.
Tussen A tot Z Vastgoed B.V. en [gedaagde] bestaat sinds 2010 een huurovereenkomst voor de kamer in het pand aan [adres 1] . [eiser] stelt dat hij op 21 november 2025 eigenaar van de woning is geworden en daarmee ook verhuurder van [gedaagde] . Anders dan [gedaagde] heeft aangevoerd is voor deze contractuele relatie tussen partijen geen geldige cessie vereist. Tussen partijen bestaat dus een huurovereenkomst. In de huurovereenkomst is onder meer opgenomen dat na 22:00 uur geen lawaai, herrie, kabaal etc. gemaakt mag worden. Het in strijd handelen daarmee levert een tekortkoming op in de nakoming van de huurovereenkomst. Daarnaast heeft [gedaagde] ook op grond van de wet de verplichting om zich als goed huurder te gedragen.

Ernstige structurele overlast
4.7.
De kantonrechter is voorshands van oordeel dat [eiser] voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat sprake is van ernstige en structurele overlast veroorzaakt door [gedaagde] . Dit volgt uit de door [eiser] overgelegde meldingen die zowel [eiser] als de wijkregisseur en de politie hebben ontvangen van verschillende omwonenden. Uit die meldingen volgt dat meerdere omwonenden klagen over overlast, bestaande uit onder meer schreeuwen, ruzies met mevrouw [persoon 6] , het uiten van bedreigingen, schelden, geluidsoverlast door het rommelen met blikjes en stankoverlast door het roken van joints, afkomstig uit de woning van [gedaagde] . De overlast vindt overdag, maar ook ’s nachts of in de vroege ochtend plaats. De kantonrechter is van oordeel dat die hoeveelheid de grenzen van wat buren van elkaar moeten accepteren stelstelmatig te buiten gaat. Ook is de mate en aard van de overlast, met name in het licht van de meerdere waarschuwingen die zijn gegeven door zowel [eiser] als de vorige verhuurder en de gemeente [plaats 2] , ernstig. Daarnaast blijkt uit het tijdsverloop van de meldingen dat het gaat om frequente over een langere periode steeds terugkerende klachten van overlast.
4.8.
Dat de situatie voor omwonenden inmiddels onhoudbaar is geworden volgt naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk uit de WhatsApp-berichten die omwonenden naar elkaar hebben gestuurd. Omwonenden ondervinden psychische klachten en spanningen en voelen zich niet meer veilig in hun eigen woonomgeving door deze overlast, wat ook onderbouwd wordt met verklaringen van een psycholoog en psychiater. Een van de omwonenden durft momenteel zelfs niet meer met zijn kinderen in zijn woning te wonen vanwege de huidige overlastsituatie. Verder is gebleken dat meerdere omwonenden afzonderlijk van elkaar aangifte hebben gedaan van bedreiging door [gedaagde] . Uit een bestuurlijke rapportage volgt dat de politie zich ook zorgen maakt om de situatie gelet op de vele meldingen die zij heeft ontvangen.
4.9.
Op de verschillende videobeelden die [eiser] heeft overgelegd is te zien dat veel overlast wordt veroorzaakt door ruzies die [gedaagde] telkens heeft met mevrouw [persoon 6] , waarbij er op straat naar elkaar wordt geschreeuwd. [gedaagde] heeft in dit kader aangevoerd dat hij inmiddels stappen heeft genomen om deze overlast te doen stoppen. Zo heeft hij om een contact- en straatverbod tegen mevrouw [persoon 6] gevraagd. Hoewel dit een stap in de goede richting lijkt, blijkt dit in de praktijk iets anders te liggen. Ter zitting heeft [gedaagde] immers verklaard dat hij ook na zijn verzoek om een contact- en straatverbod en gedurende deze aanhangige procedure mevrouw [persoon 6] nog steeds meerdere keren per week binnen heeft gelaten in de woning, omdat hij vindt dat zij er mag verblijven. Dit geeft naar het oordeel van de kantonrechter geen zicht op verbetering.

[gedaagde] moet de woning verlaten
4.10.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voorshands van oordeel dat in een bodemprocedure op basis van de nu vaststaande feiten zeer waarschijnlijk zal worden geoordeeld dat sprake is van ernstige structurele overlast in de vorm van schreeuwen, ruzies, bedreigingen, stank (in de vorm van wietlucht)- en geluidsoverlast die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde in beginsel rechtvaardigt. Dit levert namelijk een tekortkoming op in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. Ook handelt [gedaagde] hiermee in strijd met de verplichting op grond van de wet om zich als goed huurder te gedragen.
4.11.
[gedaagde] heeft weliswaar nog aangevoerd dat het gelet op de huidige woningmarkt onredelijk en onbillijk is om over te gaan tot ontruiming. Hier tegenover staat het belang dat [eiser] heeft bij ontruiming ter bescherming van het woon- en leefklimaat van andere huurders en omwonenden, zodat zij zich weer veilig voelen en hun woongenot niet meer ernstig wordt aangetast. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat het zeer waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het belang dat [eiser] heeft bij ontruiming van de woning hier zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij behoud van de woning.

De vordering om vooruitlopend op de bodemprocedure in dit kort geding de woning te ontruimen wordt daarom toegewezen. De kantonrechter acht daarbij een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis een redelijke termijn.

Geen dwangsom en machtiging
4.12.
[eiser] heeft ook een dwangsom gevorderd van € 200,00 per dag dat [gedaagde] in gebreke blijft met ontruiming van de woning. Deze dwangsom wordt niet toegewezen, omdat [eiser] met de toewijzing van de veroordeling tot ontruiming al een titel heeft om zelf, via de weg van de reële executie, tot gedwongen ontruiming over te gaan.
4.13.
Ook de gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie en politie zal worden afgewezen, omdat dit overbodig is. Een ontruiming moet altijd door de deurwaarder gebeuren. De deurwaarder heeft geen machtiging nodig om de veroordeling tot ontruiming ten uitvoer te leggen en hij kan, als hij dit nodig vindt, de hulp van de politie inroepen.

De proceskosten
4.14.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



155,67

- griffierecht



93,00

- salaris gemachtigde



577,00

- nakosten



144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



969,67
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [bewindvoerder] B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres 1] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser] ,
5.2.
veroordeelt [bewindvoerder] B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] in de proceskosten van € 969,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [bewindvoerder] B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.

Artikel 1:441 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

Hoge Raad 7 maart 2014 ECLI:NL:HR:2014:525

Artikel 6:265 BW

Artikel 7:226 BW

Artikel 7:213 BW

Artikel 556 lid 1 en 557 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Artikel delen