ECLI:NL:RBZWB:2026:3868
Ontbinding en ontruiming huurwoning. Afspraken vastgelegd in vonnis.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 June 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3868
text/xml
public
2026-06-02T14:59:15
2026-05-08
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-15
11925795 CV EXPL 25-3396 (E)
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Breda
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3868
text/html
public
2026-06-01T14:20:07
2026-06-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:3868 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-04-2026 / 11925795 CV EXPL 25-3396 (E)
Ontbinding en ontruiming huurwoning. Afspraken vastgelegd in vonnis.
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11925795 CV EXPL 25-3396
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
STICHTING THUISVESTER,
te Oosterhout,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: Stichting Thuisvester,
gemachtigde: mr. M.C.E. Wirken,
tegen
[huurder]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [huurder] ,
gemachtigde: mr. M.M. van der Marel.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde vanwege (gestelde) tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst. In overleg met elkaar zijn partijen een datum voor ontbinding en ontruiming overeengekomen. De kantonrechter zal dienovereenkomstig beslissen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in (voorwaardelijke) reconventie
- de conclusie van antwoord in (voorwaardelijk) reconventie- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 10 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Stichting Thuisvester verhuurt met ingang van 6 oktober 2010 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 846,33 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Met ingang van 2018 woont de zus van [huurder] ook op dit adres. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
3Het geschil
3.1.
Stichting Thuisvester vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde met nevenvorderingen.
3.2.
Stichting Thuisvester legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten door zijn zus en haar gezin in het gehuurde te laten wonen zonder daarvoor voorafgaand aan verhuurder toestemming te vragen, door een handelshoeveelheid hennep in de bij de woning horende schuur te hebben en door niet zijn hoofdverblijf in het gehuurde te hebben. Deze tekortkomingen rechtvaardigen volgens Stichting Thuisvester de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[huurder] voert in conventie verweer. [huurder] voert aan dat Stichting Thuisvester wetenschap had van het feit dat zijn zus en haar gezin bij hem wonen en door dit te laten voortduren het medehuurderschap van de zus daarmee feitelijk heeft aanvaard. Voorts voert [huurder] aan dat hij geen wetenschap had van de hennep en dat hij zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft. Subsidiair verzoekt [huurder] om een langere ontruimingstermijn te bepalen. Als voorwaardelijke eis in reconventie vordert [huurder] te bepalen dat zijn zus medehuurder is van de woning, althans dat Thuisvester de huurovereenkomst met zijn [zus] dient voort te zetten voor onbepaalde tijd.
3.4
Stichting Thuisvester voert in voorwaardelijke reconventie verweer. Zij stelt dat nimmer een gezamenlijk verzoek tot medehuurderschap bij haar is ingediend en dat dit ook niet gezamenlijk aan de kantonrechter is verzocht, zodat [huurder] hierin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Verder stelt Stichting Thuisvester zich op het standpunt dat geen sprake is van een duurzame gemeenschappelijke en op de toekomst gerichte huishouding tussen [huurder] en zijn zus.
4De beoordeling
4.1.
Na bespreking van de zaak verklaren partijen het eens te zijn geworden over het volgende:
a) de tussen Stichting Thuisvester en [huurder] gesloten huurovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 31 juli 2026;
b) het gehuurde wordt uiterlijk op 31 juli 2026 ontruimd;
c) voor elke maand of deel van de maand dat [huurder] het gehuurde niet ontruimt na 31 juli 2026 is hij een gebruiksvergoeding van € 846,33 per maand verschuldigd;
d) partijen dragen ieder de eigen kosten van deze procedure;
e) het tussen partijen te wijzen vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4.2.
Stichting Thuisvester en [huurder] wijzigen hun vorderingen tot hetgeen waartoe [huurder] krachtens deze afspraken gehouden is.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] met ingang van 31 juli 2026,
5.2.
veroordeelt [huurder] om uiterlijk 31 juli 2026 het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Stichting Thuisvester zijn, en de sleutels af te geven aan Stichting Thuisvester,
5.3.
veroordeelt [huurder] om aan Stichting Thuisvester te betalen een bedrag van € 846,33 per maand als gebruiksvergoeding, voor iedere ingegane maand vanaf 31 juli 2026 tot de feitelijke ontruiming van het gehuurde,
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.