ECLI:NL:RBZWB:2026:4045
Intrekking exploitatievergunning. Noodzakelijk en evenwichtig.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 June 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:4045
text/xml
public
2026-06-02T09:00:42
2026-05-12
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-12
25/3686
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Breda
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4045
text/html
public
2026-06-01T10:28:13
2026-06-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:4045 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-05-2026 / 25/3686
Intrekking exploitatievergunning. Noodzakelijk en evenwichtig.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3686 GEMWT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. B. Çiçek),
en
de burgemeester van de gemeente Tilburg (de burgemeester), verweerder.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het besluit tot intrekking van de exploitatievergunning van eiser. Eiser is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester heeft kunnen besluiten tot intrekking van de exploitatievergunning. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
2. Eiser exploiteerde een coffeeshop aan de [adres] te [plaats] : [coffeeshop] (hierna: de coffeeshop). Hij had daarvoor een exploitatievergunning.
2.1
Sinds 2022 hebben er meerdere incidenten plaatsgevonden bij de coffeeshop. Sindsdien zijn er diverse maatregelen genomen om nieuwe incidenten te voorkomen. Desondanks hebben zich op 4 en 5 januari 2025 weer incidenten voorgedaan. Met een bevel van 4 januari 2025 heeft de burgemeester het pand aan de [adres] voor een maand gesloten (primair besluit I). Vervolgens heeft de burgemeester met een besluit van 29 januari 2025 (primair besluit II) de exploitatievergunning per direct ingetrokken. Met een besluit van 3 februari 2025 (primair besluit III) heeft de burgemeester primair besluit I met drie maanden verlengd.
2.2
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de drie primaire besluiten en hij heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht om schorsing van de besluiten tot intrekking van de exploitatievergunning en verlenging van de sluiting (primaire besluiten II en III). De voorzieningenrechter heeft deze verzoeken op 1 april 2025 afgewezen.
2.3
Met het bestreden besluit van 18 juni 2025 heeft de burgemeester eisers bezwaren tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard.
2.4
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, meer specifiek tegen (enkel) de intrekking van de exploitatievergunning.
2.5
De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.6
De rechtbank heeft het beroep op 14 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, [persoon] (zoon van eiser) en mr. G.D.A. Dellevoet en mr. F.M. van Zoest als gemachtigden van de burgemeester.
Beoordeling door de rechtbank
Wet- en regelgeving
3. De voor de beoordeling van het beroep relevante wet- en regelgeving is te vinden in een bijlage bij deze uitspraak.
Beroepsgronden
4. Eiser heeft aangevoerd dat dat de intrekking van de exploitatievergunning niet noodzakelijk is in het belang van de openbare orde. Eiser heeft zelf niet bijgedragen aan de verstoring van de openbare orde, hij is slachtoffer geworden van de aanslagen en heeft alles gedaan wat in zijn macht lag om de orde te handhaven. Door de intrekking van de vergunning heeft de agressor zijn doel bereikt. Ook stelt eiser dat de burgemeester te snel heeft gegrepen naar het zwaarste middel. Er waren minder ingrijpende alternatieven beschikbaar, zoals het plaatsen van een mobiele politiepost nabij de coffeeshop. Verder stelt eiser dat sprake is van schending van het evenredigheidsbeginsel. Bijzonder zwaar weegt dat eiser door de intrekking van de vergunning zijn levenswerk en inkomen verliest. Ook de financiële gevolgen zijn enorm, eiser heeft meer dan € 100.000,- aan schade geleden (onder meer kosten van de beveiliging van de coffeeshop). Ook is het huurcontract met de pandeigenaar ontbonden, zodat eiser zijn bedrijfsruimte kwijt is geraakt. Uit het besluit blijkt nauwelijks dat de burgemeester oog heeft gehad voor deze gevolgen voor eiser.
Beoordeling door de rechtbank
5. Volgens artikel 43, derde lid, onder b, van de APV Tilburg heeft de burgemeester de bevoegdheid een vergunning in te trekken als dit noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, daaronder ook begrepen de aantasting van het woon- en leefklimaat. Er is dus sprake van een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om gebruik te maken van deze bevoegdheid. De evenredigheidsbeoordeling bestaat uit een beoordeling van geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van de maatregel.
6. Uit wat eiser heeft aangevoerd leidt de rechtbank af dat de noodzaak en de evenwichtigheid van de intrekking van de exploitatievergunning in geschil zijn.
Was de intrekking noodzakelijk?
7. Bij de beoordeling van de noodzaak van de intrekking is de vraag aan de orde of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee kan worden bereikt. Naar het oordeel van de rechtbank kon het doel, bescherming van de openbare orde, in dit geval niet bereikt worden door een minder ingrijpende maatregel dan de intrekking van de exploitatievergunning. De burgemeester heeft er daarbij terecht op gewezen dat er sprake was van een geweldsspiraal die al drie jaar duurde, waarbij er in totaal tien incidenten hebben plaatsgevonden bij de coffeeshop. Met het laatste incident van 4 januari 2025 lijkt een grens te zijn overschreden en was er volgens de politie sprake van poging tot moord of doodslag: er is een brandend explosief in de richting van de coffeeshop gegooid en deze is tegen het been van een van de beveiligers van het pand aangekomen. De burgemeester heeft in die drie jaar tijd diverse maatregelen genomen, waaronder tijdelijke sluitingen van de coffeeshop en het stellen van extra voorwaarden aan de exploitatievergunning. Ook werd het pand met een camera extra in de gaten gehouden. Verder heeft er regelmatig overleg plaatsgevonden met de politie en het Openbaar Ministerie en is er extra politie-inzet geweest. Van 12 april 2024 tot 12 april 2025 is de [straat] en het gebied eromheen aangewezen als veiligheidsrisicogebied en hebben er preventieve fouilleeracties plaatsgevonden. Ook was de politie vaak aanwezig in de omgeving en werden er steekproefsgewijs controles gehouden bij de coffeeshop. Eiser heeft zelf ook diverse maatregelen genomen. Dit alles heeft er echter niet toe geleid dat er een einde kwam aan de incidenten. De burgemeester heeft ook gemotiveerd waarom een mobiele politiepost bij de coffeeshop geen reële optie was. Buiten het feit dat het niet alleen aan de burgemeester is om hiertoe te besluiten, is het onderzoek van de politie naar de aanleiding voor de incidenten nog altijd niet afgerond. Er was dan ook geen concreet zicht op een einde aan de incidenten. Dergelijke intensieve politie-inzet zonder einddatum kon niet gevergd worden.
Was de intrekking evenwichtig?
8. De intrekking van de exploitatievergunning is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval ook evenwichtig. In het bestreden besluit heeft de burgemeester er rekenschap van gegeven dat de intrekking van de exploitatievergunning verstrekkende gevolgen heeft voor eiser. Hij verliest zijn levenswerk en de bron van inkomsten voor hem en zijn familieleden, terwijl hij onbetwist niet de dader maar het slachtoffer is van de incidenten. Deze gevolgen heeft de burgemeester echter minder zwaar kunnen wegen dan het belang van de bescherming van de openbare orde en veiligheid. Daarbij is van belang dat niet alleen de bezoekers, medewerkers en beveiligers van de coffeeshop gevaar lopen door de incidenten, ook omwonenden en toevallige voorbijgangers kunnen hiervan het slachtoffer worden. Daarnaast kan er (grote) schade worden toegebracht aan het pand en aan het spoor dat vlak bij de coffeeshop loopt. Het woon- en leefklimaat was na de reeks van tien ernstige incidenten bovendien dusdanig aangetast dat de burgemeester in redelijkheid heeft besloten tot intrekking van de exploitatievergunning.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage: wet- en regelgeving
Gemeentewet
Artikel 174
1. De burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven.
2. De burgemeester is bevoegd bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, de bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn.
3. De burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht.
Algemene Plaatselijke Verordening [plaats]
Artikel 43
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4 kan een eenmaal verleende vergunning voor een inrichting waarin geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt worden ingetrokken, indien niet langer voldaan wordt aan één of meer van de in de artikelen 39 en 40 gestelde eisen of het bepaalde in artikel 44 APV niet in acht wordt genomen.
2. Een vergunning kan eveneens worden ingetrokken, indien voor de exploitatie tevens een drank- en horecavergunning is vereist en deze wordt ingetrokken omdat niet langer voldaan wordt aan de eisen zoals opgenomen in artikel 8 van de Alcoholwet respectievelijk het Alcoholbesluit.
3. De burgemeester kan de vergunning ook intrekken, indien:
aannemelijk is dat de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel 13b Opiumwet of bij activiteiten als bedoeld in artikel 34 van deze verordening
dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon-en leefklimaat daaronder begrepen.
4. Indien de vergunning ingetrokken is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, kan de burgemeester bepalen, dat een nieuwe vergunning voor dezelfde inrichting gedurende een bij de intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar kan worden geweigerd.
ECLI:NL:RBZWB:2025:1930.
De Algemene Plaatselijke Verordening [plaats] .
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922.