Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:4096

2e RM

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:4096 text/xml public 2026-06-04T09:01:06 2026-05-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-13 C/02/446666 / FA RK 26-1673 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4096 text/html public 2026-06-03T16:57:47 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:4096 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-04-2026 / C/02/446666 / FA RK 26-1673
2e RM
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446666 / FA RK 26-1673

Datum uitspraak: 13 april 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

thans verblijvende in [locatie] te [plaats] ,

advocaat mr. R.T.K. Davidse uit Middelburg.
1Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 31 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Davidse;

de heer [physician assistent] , physician assistent, behandelaar;

[stagiair hbo-v] , stagiair hbo-v;

[verpleegkundige] , verpleegkundige.
2Wat vaststaat 2.1.
Door de rechtbank is aan betrokkene een rechterlijke machtiging verleend tot en met 28 mei 2026.
3Het verzoek 3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4De standpunten 4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij zijn verblijf in de instelling accepteert maar dat hij zich ernstig beperkt voelt in zijn vrijheid en autonomie. Hij ervaart de structuur en regels als betuttelend en wil zijn eigen regie terug. Volgens betrokkene is de situatie rondom zijn zelfzorg in het verleden overdreven negatief weergegeven. Betrokkene vindt dat hij goed in staat is om meer vrijheden aan te kunnen en geeft aan het liefst zo spoedig mogelijk terug naar zijn huis te willen.
4.2.
De advocaat van betrokkene verzoekt tijdens de zitting namens betrokkene om afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt de advocaat de duur van de machtiging te beperken tot zes maanden zodat op korte termijn opnieuw kan worden beoordeeld in hoeverre uitbreiding van vrijheden mogelijk is voor betrokkene. De advocaat merkt verder op dat betrokkene zich met name verzet tegen de inperking van zijn vrijheden en zijn privacy en niet zozeer tegen het verblijf zelf. Betrokkene wil meer zelfstandigheid zoals bijvoorbeeld een verblijf in een van de studio’s op het terrein. Ook wil hij zijn familie en vrienden meer kunnen bezoeken.
4.3.
De behandelaar stelt tijdens de zitting dat een voortzetting van de rechterlijke machtiging noodzakelijk is, waarbij wel ruimte wordt gezien om stapsgewijs meer vrijheden toe te kennen en de zelfstandigheid van betrokkene verder te ontwikkelen. Betrokkene is op dit moment onvoldoende in staat om zelfstandig de regie over zijn leven te voeren met name op het gebied van zelfzorg en medicatie-inname. Er is sprake van wisselend inzicht en gedrag waarbij beperkingen regelmatig leiden tot agitatie. De behandelaar voorziet grote risico’s voor betrokkene indien hij nu weer naar huis zou gaan.
4.4.
De verpleegkundige geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene baat heeft bij structuur maar zich hier regelmatig tegen verzet en dan met name bij afspraken rondom de dagelijkse verzorging. In het verleden kwam het voor dat betrokkene uit protest weigerde te eten al is dat recent niet meer aan de orde. Tegelijkertijd benadrukt de verpleegkundige dat er steeds meer mogelijkheden worden geboden voor verlof en contact met familie waarbij in overleg veel geregeld kan worden. De 24 uurs zorg en begeleiding blijft echter noodzakelijk om de gemaakte afspraken en dagelijkse structuur voor betrokkene te kunnen waarborgen.
5De beoordeling 5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Het resterende deel van het verzoek wordt afgewezen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een ziekte of aandoening die op grond van artikel 1, vierde lid van de Wet zorg en dwang (Wzd) gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap. Bij betrokkene is namelijk sprake van een neurocognitieve stoornis op basis van het syndroom van Korsakov. Er is sprake van desoriëntatie in tijd, geheugenstoornissen, confabuleren, in herhaling vallen en een beperkt ziekte-inzicht. Daarnaast heeft betrokkene in het verleden een herseninfarct doorgemaakt.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene door zijn psychische toestandsbeeld onvoldoende voor zichzelf kan zorgen. Betrokkene heeft moeite met overzicht en eigen regie waardoor basale zaken zoals eten, douchen en het innemen van medicatie niet goed verlopen. In het verleden heeft dit al geleid tot ondervoeding en slechte hygiëne en ook nu is nog steeds begeleiding nodig waarbij betrokkene zich soms verzet. Als betrokkene zonder deze zorg terug naar huis gaat, is het risico groot dat hij opnieuw in een situatie van verwaarlozing terechtkomt met mogelijke schade voor zijn gezondheid en zijn dagelijks functioneren. Daarnaast is betrokkene in de thuissituatie niet goed in staat gebleken zijn financiën te beheren en zichzelf te beschermen tegen misbruik door anderen.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene vindt dat hij in zijn vrijheid wordt beperkt en voelt zich behandeld als een kind. Het verlies van zijn woning en zijn auto versterkt zijn frustratie en verzet.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24 uurs zorg en begeleiding nodig die hem in de thuissituatie niet geboden kan worden.
5.7.
De rechtbank ziet aanleiding om de verzochte rechterlijke machtiging voor de duur van een jaar te beperken tot zes maanden. Binnen deze termijn moet duidelijk worden welke woonplek het meest passend is voor betrokkene en in hoeverre de benodigde zorg op vrijwillige basis kan plaatsvinden.
5.8.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 oktober 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders gevorderde.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 23 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen