Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:4101

Toewijzing RM - 6 maanden

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:4101 text/xml public 2026-06-04T08:58:36 2026-05-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-13 C/02/446739 / FA RK 26-1700 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4101 text/html public 2026-06-03T16:17:38 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:4101 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-04-2026 / C/02/446739 / FA RK 26-1700
Toewijzing RM - 6 maanden
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446739 / FA RK 26-1700

Datum uitspraak: 13 april 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

advocaat mr. R.T.A.G. Keller uit Tilburg.
1Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

mevrouw [echtgenote] , echtgenote;

de zoon van betrokkene;

mevrouw [schoondochter] , schoondochter

mevrouw [casemanager] , casemanager.
2Het verzoek 2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3De standpunten 3.1.
Betrokkene geeft aan dat hij prettig met zijn echtgenote samenwoont. Zolang als het kan, wil hij graag nog thuis blijven wonen.
3.2.
De casemanager brengt, samengevat, naar voren dat de cognitieve achteruitgang duidelijk zichtbaar is bij betrokkene. Er worden op dit moment vanuit de ziekte meer concrete gevolgen gezien in het gedrag van betrokkene, zoals het hebben van waanbeelden en het weglopen. Het korte termijngeheugen is sterk achteruitgegaan en de echtgenote is ernstig overbelast. Door zorgweigering is het niet gelukt om de echtgenote te ontlasten.
3.3.
De echtgenote geeft aan dat zij moe is en de zorg draagt voor haar echtgenoot, maar dit inmiddels niet meer kan.
3.4.
De zoon van betrokkene geeft aan dat het met name de overbelasting is van zijn moeder, die nu het meest speelt. Het is niet alleen de (fysieke) zorg, maar ook de waanbeelden die betrokkene heeft en zijn angstige en soms verbaal dreigende gedrag dat hieruit voortkomt. De zoon ziet dat zijn moeder op haar laatste benen loopt en medicatie slikt om rustiger te blijven.
3.5.
De schoondochter verklaart dat er twee uur per week huishoudelijke hulp komt en dat dit wordt geaccepteerd door betrokkene.
3.6.
De advocaat bepleit primair afwijzing omdat betrokkene het niet eens is met het verzoek. Subsidiair refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.
4De beoordeling 4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten gevorderde dementie.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene de laatste tijd regelmatig buiten dwaalt en de weg niet meer kan terugvinden. Daarnaast is er sprake van verbale agressie en escalaties tussen betrokkene en zijn echtgenote. De echtgenote is fors overbelast en kampt hierdoor met uitputting en mentale problemen. Betrokkene accepteert namelijk enkel hulp bij zelfzorg van zijn echtgenote. Hij drinkt en eet niet meer uit zichzelf en neemt geen enkel initiatief tot zelfzorg.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.
4.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft herhaaldelijk aan niet in een verpleeghuis te willen wonen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. De inzet van thuiszorg en dagbesteding zijn in het verleden geprobeerd in te zetten, maar worden pertinent door betrokkene geweigerd. Inmiddels weigert betrokkene ook de huishoudelijke hulp en de casemanager. Er is dan geen ander alternatief dan opname van betrokkene.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
5De beslissing
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 oktober 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 23 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen