Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:4624

Voorlopige voorziening | mantelzorgwoningen | geen spoedeisend belang

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:4624 text/xml public 2026-06-01T09:00:02 2026-05-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-26 26/2204 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Breda Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4624 text/html public 2026-05-28T11:07:53 2026-06-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:4624 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-05-2026 / 26/2204
Voorlopige voorziening | mantelzorgwoningen | geen spoedeisend belang

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/2204
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 mei 2026 in de zaak tussen
[verzoekers] , uit [woonplaats] , verzoekers
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena, het college
(gemachtigde: mr. A.A. Kammer).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] uit [woonplaats] (vergunninghouder).
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over een verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een mantelzorgwoning op het perceel [adres 1] te [woonplaats] . Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Vergunninghouder heeft ook schriftelijk gereageerd.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekers, vergunninghouder én de gemachtigde van het college samen met mr. M.A.R. van Vuuren, [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] .

Waar gaat deze zaak over?

2. Verzoekers wonen op het perceel [adres 2] te [woonplaats] . Op het buurperceel – [adres 1] te [woonplaats] – wil vergunninghouder twee mantelzorgwoningen plaatsen. De woningen zijn bedoeld voor haar moeder en haar schoonouders die mantelzorg nodig hebben. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat één mantelzorgwoning vergunningvrij kan worden geplaatst en dat voor de tweede woning een omgevingsvergunning vereist is.
2.1.
Op 11 februari 2026 heeft vergunninghouder een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. Bij bestreden besluit van 26 februari 2026 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het tijdelijk – voor de duur van 20 jaar – plaatsen van een bijgebouw ten behoeve van mantelzorg op de locatie [adres 1] te [woonplaats].
2.2.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt.
2.3.
Vergunninghouder heeft begin februari 2026 een houtopstand geveld. Op 10 april 2026 is gestart met verder voorbereidende werkzaamheden. Op 16 april 2026 zijn de twee (gehuurde) mantelzorgwoningen op het perceel geplaatst. Ter zitting is duidelijk geworden dat één mantelzorgwoning al wordt bewoond door de moeder van vergunninghouder. De tweede woning zal per 1 juni aanstaande worden betrokken door de schoonouders van vergunninghouder.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.

Omvang van het geding

4. Allereerst ziet de voorzieningenrechter aanleiding om af te bakenen wat gelet op de verleende omgevingsvergunning onder het verzoek om voorlopige voorziening kan vallen, de zogenaamde omvang van het geding. Aan haar ligt een verzoek om schorsing van de verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van één mantelzorgwoning voor. Dat betekent dat gronden die zien op het al dan niet vergunningsvrij bouwen en gebruiken van de andere – volgens het college – vergunningsvrije mantelzorgwoning, het kappen van de houtopstand op de locatie van en in de directe nabijheid van de mantelzorgwoningen en het aanleggen van een uitrit zonder eventueel benodigde omgevingsvergunning in deze procedure geen rol kunnen spelen. De omgevingsvergunning die ter beoordeling voorligt, ziet alleen op de bouw/plaatsing van een mantelzorgwoning..

Spoedeisend belang

5. Verzoekers hebben aangevoerd dat zij een spoedeisend belang hebben bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat hun privacy door het in gebruik nemen van mantelzorgwoningen ernstig wordt geschonden. Doordat vergunninghouder groenvoorzieningen heeft verwijderd, is er sprake van onbelemmerd permanent zicht vanuit de mantelzorgwoningen in hun tuin en woning. Schorsing van de omgevingsvergunning is nodig om deze inbreuk te voorkomen totdat meer duidelijkheid bestaat over hun bezwaar.
5.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de woningen in één dag geplaatst zijn. Het zijn gehuurde units die ook op eenvoudige wijze weer te verwijderen zijn. Uit de stukken blijkt – en dit is ter zitting bevestigd – dat de ramen aan de achterzijde van de mantelzorgwoningen (slaapkamers) inmiddels voorzien zijn van een zichtwerende folie. Hierdoor is inkijk in de tuin en woning van verzoekers vanuit de mantelzorgwoningen niet meer mogelijk is. Ook heeft vergunninghouder ter zitting verklaard dat een hekwerk met een zogenaamd privacy-doek zal worden geplaatst langs de erfgrens met het perceel van verzoekers. Dit hekwerk is besteld en is sinds 18 mei 2026 onderweg naar vergunninghouder. Vergunninghouder heeft toegezegd dit hekwerk na ontvangst zo spoedig mogelijk te zullen plaatsen. Zij heeft daarbij aangegeven dat zij deze maatregelen heeft genomen vanwege het voor haar zwaarwegende belang om de mantelzorgwoningen zo snel mogelijk door haar moeder en schoonouders te kunnen laten bewonen.
5.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat door deze getroffen maatregelen de privacy van verzoekers in afwachting van de beslissing op bezwaar voldoende gewaarborgd is. Het college heeft ter zitting aangegeven dat het verwacht in augustus een beslissing op bezwaar te kunnen nemen. Dit is een overzienbare periode. Bovendien is gebruik van één van de mantelzorgwoningen sowieso mogelijk, nu daarvoor volgens het college geen vergunning nodig is en die beoordeling buiten de omvang van dit geding valt.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is gelet op deze omstandigheden tezamen geen sprake van een spoedeisend belang.
Conclusie en gevolgen
6. Gelet op het bovenstaande wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 26 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
De omgevingsvergunning ziet ook op het legaliseren van vierentwintig op de grond staande zonnepanelen. Het verzoek om voorlopige voorziening ziet niet op dit onderdeel van de omgevingsvergunning.

Vergunninghouder heeft aangegeven dat met de plaatsing van het hekwerk – gelet op de lengte waarover dit moet gebeuren – waarschijnlijk meerdere dagen gemoeid zullen zijn.

Artikel delen