ECLI:NL:RBZWB:2026:4808
Verlenging ondertoezichtstelling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 June 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:4808
text/xml
public
2026-06-26T11:44:45
2026-06-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-01
C/02/446593 / JE RK 26-543
Uitspraak
Rekestprocedure
Beschikking
NL
Breda
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4808
text/html
public
2026-06-26T11:43:25
2026-06-26
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:4808 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-05-2026 / C/02/446593 / JE RK 26-543
Verlenging ondertoezichtstelling
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446593 / JE RK 26-543
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
gevestigd te Tilburg,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.M. van der Marel uit Eindhoven,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
2De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont de ene week bij de moeder en de andere week bij de vader.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 21 juli 2023 is [minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna telkens verlengd, voor het laatst tot 9 mei 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1
Namens de GI wordt aangevoerd dat een regiefunctie vanuit de GI nog steeds noodzakelijk is om het welzijn van [minderjarige] te kunnen continueren en te stabiliseren, waarbij [minderjarige] opgroeit in twee huizen. De afgelopen maanden is de GI meer achterover gaan leunen, zodat de ouders gedwongen worden vragen aan elkaar te stellen via de e-mail. Wanneer de GI alles maar blijft doorspelen tussen de ouders, wordt ook niet gezien waar het botst. De ouders moeten de noodzaak gaan voelen om verandering aan te brengen in de situatie. De communicatie tussen de ouders heeft ook nog de nodige aandacht nodig. Er zullen goede en duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over de invulling van de zorg- en opvoedingstaken. De GI wil gaan werken met de ‘kamertje in, kamertje uit’ methode. Het doel van de GI is dat de ouders zo min mogelijk met elkaar hoeven te overleggen, maar dat er wel duidelijke afspraken op papier komen te staan. Er zijn twee jeugdbeschermers bij het gezin betrokken, één voor de moeder en één voor de vader. De GI gaat secuur te werk in deze zaak. Afronding van de ondertoezichtstelling binnen zes maanden is niet mogelijk. De GI handhaaft dan ook het verzoek.
4.2
De vader stemt in met het verzoek van de GI. Hij vraagt zich af of de ondertoezichtstelling ooit kan eindigen. Zolang de GI betrokken is, werkt de moeder mee. De vader ervaart een goede samenwerking met de GI. Hij denkt dat de ‘kamertje in, kamertje uit’ methode het hoogst haalbare is.
4.3
Namens de moeder wordt ingestemd met een verlenging van de ondertoezichtstelling, maar uitsluitend voor de duur van zes maanden. De advocaat hoort de GI zeggen dat zij meer achterover zijn gaan leunen om de ouders meer met elkaar te laten communiceren, maar dat doet geen recht aan de zaken die er spelen. Wanneer de moeder iets meldt bij haar jeugdbeschermer dan wordt er niets mee gedaan. Er wordt nu gestart met de ‘kamertje in, kamertje uit’ methode en het is goed om over zes maanden te kijken hoe het dan gaat.
De GI heeft geen concrete zorgen over [minderjarige] en lijkt in te zetten op een omgangsondertoezichtstelling. De moeder benoemt al langer dat [minderjarige] in een loyaliteitsconflict zit, maar de GI doet hier niets mee. Alles wat de moeder bespreekbaar maakt wordt door de GI afgehouden. De moeder heeft alle hulp die is aangeboden, gezocht, gevonden en omarmd. De moeder heeft alleen ongenoegen over de samenwerking met de jeugdbeschermers. De moeder zal haar medewerking verlenen aan de ‘kamertje in, kamertje uit’ methode en hoopt op deze wijze tot duidelijke afspraken te komen. Als dat lukt is er niet langer een rol weggelegd voor de GI. De moeder verzoekt dan ook de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van zes maanden, zodat dan kan worden bekeken wat de stand van zaken is.
5De beoordeling
5.1.
Op grond van artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.
5.2.
Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.3.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de zorgen over [minderjarige] in de afgelopen periode niet zijn afgenomen en de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] nog onverminderd aanwezig is. De ouders zitten nog altijd fors in hun ex-partnerstrijd. Zij diskwalificeren elkaar en belasten [minderjarige] (daardoor) met volwassenzaken. Er lijkt inmiddels sprake van een loyaliteitsconflict bij [minderjarige] . De grootste zorg die de kinderrechter heeft, is dat bij het wegvallen van de ondertoezichtstelling de ouders meteen terugvallen in hun oude patronen en de belangen van [minderjarige] niet langer gewaarborgd zijn. Ook lukt het ouders niet om hun gezamenlijk gezag over [minderjarige] vorm te geven. Een recent voorbeeld daarvan is de inschrijving van [minderjarige] op de basisschool waarvoor een rechterlijke uitspraak nodig was. Het is daarom noodzakelijk dat de regiefunctie ook het komende jaar bij de GI blijft liggen. De ouders hebben de GI nog hard nodig om tot duidelijke afspraken te komen die kunnen worden vastgelegd in een ouderschapsplan. Hiervoor, maar ook voor de toekomst, is een minimale vorm van communicatie tussen de ouders benodigd. De kinderrechter heeft er geen vertrouwen in dat partijen dit zonder tussenkomst van de GI gaat lukken. Er zijn zelfs twee jeugdbeschermers betrokken, één voor de moeder en één voor de vader, om de uitvoering van de ondertoezichtstelling mogelijk te maken.
5.4.
Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] . De kinderrechter zal het verzoek, zoals verzocht, toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen met ingang van 9 mei 2026 tot 9 mei 2027. De doelen waaraan binnen de ondertoezichtstelling moet worden gewerkt zijn:
- de ouders laten zien dat [minderjarige] met beide ouders prettig contact heeft en zij met beide ouders een veilige, ontspannen en gezonde (hechting)relatie ervaart, waarbij verschillen mogen bestaan tussen de ouders in hoe zij opvoedings- en ontwikkelingstaken vormgeven en stimuleren;
- de ouders laten zien dat zij (op minimale wijze) met elkaar kunnen communiceren en afspraken kunnen maken waarbij eenieder invulling kan geven aan zijn of haar gezag ten behoeve van [minderjarige] .
5.5.
De kinderrechter zal, gelet op de aard van de maatregel, de toegewezen beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dit betekent dat die beslissingen alvast moet worden gevolgd, ook als daartegen hoger beroep wordt ingesteld.
5.6.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 9 mei 2026 tot 9 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier, en op schrift gesteld op 11 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.