Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:4992

afwijzen ZM

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:4992 text/xml public 2026-07-02T14:58:44 2026-06-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-08 C/02/447810 / FA RK 26-2292 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4992 text/html public 2026-07-02T14:50:54 2026-07-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:4992 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-05-2026 / C/02/447810 / FA RK 26-2292
afwijzen ZM
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/447810 / FA RK 26-2292

Datum uitspraak: 8 mei 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1962 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

wonend te [plaats 1] ,

thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,

advocaat: mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Yeral;

mevrouw [persoon 1] , behandelaar;

[persoon 1] , arts i.o.;

de heer [persoon 2] , arts van de afdeling;

een begeleider van de afdeling.
<nr>2</nr>Wat vaststaat 2.1.
De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 5 mei 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in een accommodatie van [accommodatie] te [plaats 2] .
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
Betrokkene heeft tijdens de zitting verklaard dat de opname voor hem noodzakelijk is geweest, maar dat hij inmiddels meer innerlijke rust heeft gevonden. Betrokkene is geen voorstander is van medicatie maar merkt wel dat de huidige medicatie hem helpt, met name bij het slapen. Verder is betrokkene bereid de medicatie vrijwillig te blijven gebruiken en mee te werken aan begeleiding en nazorg. Daarnaast heeft betrokkene aangegeven te zijn gestopt met middelengebruik en vertrouwen te hebben in de ondersteuning vanuit zijn woonbegeleiding. Volgens betrokkene kan de verdere behandeling daarom binnen een vrijwillig kader plaatsvinden.
4.2.
De advocaat verzoekt namens betrokkene tijdens de zitting om afwijzing van het verzoek omdat niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor verplichte zorg. Betrokkene toont geen verzet tegen verdere behandeling, neemt zijn medicatie vrijwillig in en is bereid mee te werken aan verdere begeleiding en zorg. Volgens de advocaat bestaan voldoende mogelijkheden om de nadere behandeling en begeleiding op vrijwillige basis voort te zetten.
4.3.
De behandelaar heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat er bij betrokkene inmiddels sprake is van ziektebesef en behandelbereidheid. Betrokkene accepteert de voorgeschreven medicatie vrijwillig, staat open voor begeleiding en heeft aangegeven gemotiveerd te zijn om abstinent te blijven van middelengebruik. Volgens de behandelaar is er voldoende vertrouwen dat de verdere behandeling binnen een vrijwillig kader kan plaatsvinden, mede gelet op de aanwezige woonbegeleiding, de inzet van het regioteam en de betrokkenheid van Novadic-Kentron. Daarbij heeft de behandelaar verder nog toegelicht dat passende nazorg en ambulante ondersteuning zullen worden ingezet om de overgang naar huis zorgvuldig te laten verlopen.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

ernstige financiële schade;

ernstige verwaarlozing;

maatschappelijke teloorgang;

ernstige verstoorde ontwikkeling;

bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
Dit ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene vertoont namelijk een paranoïde psychotisch toestandsbeeld dat vermoedelijk al jaren bestaan heeft, maar waarvan nog niet duidelijk is in welk kader. Daarnaast is er ook sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis. Op dit moment is er nog een uitgesproken waansysteem bij betrokkene aanwezig.
5.4.
Uit hetgeen betrokkene en de behandelaar hebben verklaard tijdens de zitting is de rechtbank gebleken dat bij betrokkene sprake is van enig ziekte-inzicht en ziektebesef en dat er geen sprake meer zal zijn van verzet tegen een voortzetting van een behandeling. Ook is er op dit moment geen sprake meer van ernstig nadeel. Een gedwongen maatregel zou niet proportioneel zijn. De behandelaar heeft ook aangegeven dat zij voldoende vertrouwen heeft dat de vrijwilligheid van betrokkene voldoende duurzaam en bestendig is. Nu niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria zal de rechtbank het verzoek om zorgmachtiging dan ook afwijzen.
<nr>6</nr>De beslissing
De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. Van Eck, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 22 mei 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen