Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:5005

Wvggz - zorgmachtiging - 9 maanden i.p.v. 12 maanden - periode gebruiken om afbouw van medicatie te onderzoeken - het gaat langere tijd goed met betrokkene.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:5005 text/xml public 2026-07-02T14:58:15 2026-06-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-08 C/02/447329 / FA RK 26-2034 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5005 text/html public 2026-07-02T14:57:47 2026-07-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:5005 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-05-2026 / C/02/447329 / FA RK 26-2034
Wvggz - zorgmachtiging - 9 maanden i.p.v. 12 maanden - periode gebruiken om afbouw van medicatie te onderzoeken - het gaat langere tijd goed met betrokkene.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/447329 / FA RK 26-2034

Datum uitspraak: 8 mei 2026

Beschikking zorgmachtiging op zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats] ,

advocaat: mr. V.C. Andeweg uit Breda.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026 bij de [accommodatie] aan [adres] te [plaats] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:

betrokkene (telefonisch gehoord), bijgestaan door haar advocaat;

behandelaar, de heer [persoon] .

Hoewel daartoe correct opgeroepen is de broer van betrokkene, tevens curator, niet bij de zitting verschenen.
1.3.
Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat betrokkene telefonisch aan de zitting heeft deelgenomen. De advocaat van betrokkene liet bij aanvang van de zitting weten dat betrokkene niet fysiek zou verschijnen.
<nr>2</nr>Wat vaststaat 2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 6 juni 2026.
2.2.
Betrokkene is onder curatele gesteld.
<nr>3</nr>Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij op dit moment zorgen heeft over haar moeder, die in het ziekenhuis ligt. Dit maakt dat het met betrokkene niet geweldig gaat. Volgens betrokkene gaat het wel ‘goed genoeg’. Betrokkene verklaart liever zonder medicatie te willen leven. Haar wordt niet de kans gegeven om te laten zien dat het ook zonder medicatie kan. Volgens betrokkene zijn er in het afgelopen jaar geen problemen met haar geweest. Zij houdt zich aan afspraken met GGZ en slikt ook haar somatische medicatie. Betrokkene is onder controle bij de cardioloog. Ook op dat gebied zijn er geen problemen. Betrokkene benadrukt dat er in het dossier oude informatie staat die haar steeds blijft achtervolgen. Hetgeen geschreven is over de buren is verleden tijd. Ook is van schreeuwen in de nacht geen sprake meer. De dingen die in het verleden zijn gebeurd, krijgt betrokkene steeds naar haar hoofd geslingerd en dat moet stoppen. Betrokkene zou blij zijn als zij een kans krijgt om medicatie af te bouwen. Het liefste zou zij dat doen in een vrijwillig kader.
4.2.
De behandelaar verklaart, samengevat, dat het ‘geweldig goed’ gaat met betrokkene. Betrokkene is goed in contact, is opener, vertelt dingen uit zichzelf en houdt zich aan afspraken. Betrokkene krijgt nu drie keer per week haar medicatie. De behandelaar beaamt dat er op dit moment geen sprake is van ernstig nadeel. De onafhankelijk psychiater heeft er in de medische verklaring voor gekozen om ‘oude’ informatie op te nemen over het ernstig nadeel. In het zorgplan staat dit niet. In zoverre begrijpt de behandelaar de frustratie van betrokkene daarover. Toch blijft een zorgmachtiging nodig. De behandelaar is ervan overtuigd dat betrokkene zal stoppen met haar medicatie als er geen zorgmachtiging meer is. Dit is uit het verleden gebleken. Ook zal zij zich niet meer aan afspraken met GGZ gaan houden. Wanneer betrokkene haar medicatie stopt, dan is het de vraag of het goed met haar blijft gaan. Zij zal dan naar verwachting ook stoppen met de medicatie voor haar hartfalen, met alle gevolgen van dien. Betrokkene is niet overtuigd van de noodzaak van medicatie, terwijl de medicatie haar juist psychosevrij houdt. Wanneer de zorgmachtiging wordt verleend, kan bekeken worden of de medicatie kan worden afgebouwd. De behandelaar staat er ook voor open om te bekijken hoe het met betrokkene gaat als zij geen medicatie meer gebruikt. Het is hierbij belangrijk dat dit kan gebeuren onder de paraplu van de zorgmachtiging.
4.3.
De advocaat bepleit, samengevat, primair om afwijzing van het verzoek. Door de behandelaar wordt beaamd dat het goed gaat met betrokkene. Zij neemt haar medicatie in en komt op afspraken. Het stoort dat er oude informatie wordt gebruikt om het ernstig nadeel mee in te kunnen vullen. De informatie is niet alleen verleden tijd, maar ook niet kloppend. Zo is de woning van betrokkene altijd netjes, opgeruimd en schoon. De advocaat kan zich voorstellen dat betrokkene er moeite mee heeft om steeds weer met oude gebeurtenissen te worden geconfronteerd. De advocaat roept GGZ en de officier van justitie op om hier anders mee om te gaan. De informatie in een verzoekschrift moet kloppen en dat is hier niet het geval. Betrokkene heeft haar leven nu op orde. De vraag is hoe dit behouden blijft. Enerzijds wil betrokkene een stukje autonomie. Anderzijds wordt ook begrepen dat GGZ het spannend vindt om medicatie af te bouwen. Hoe dan ook is de advocaat namens betrokkene blij dat de behandelaar nu aangeeft mee te willen denken in het afbouwen van medicatie. Hiervoor kan de komende periode worden benut.
4.4.
Betrokkene wil dit liever niet met een zorgmachtiging en daarom wordt primair om een afwijzing verzocht. Subsidiair, wanneer de rechtbank een zorgmachtiging toch nodig acht, wordt verzocht deze in duur te beperken tot zes maanden. Binnen die periode kan met een afbouw van medicatie worden gestart en kan bekeken worden welk effect dit op betrokkene heeft.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Hoewel betrokkene door de onafhankelijk psychiater niet in persoon is onderzocht, heeft de rechtbank geen reden om aan de stoornis te twijfelen. Betrokkene is al langere tijd bij GGZ bekend met een recidiverende psychotische stoornis. De rechtbank overweegt hier nog dat door de onafhankelijk psychiater op verschillende wijze is geprobeerd om met betrokkene in contact te komen, middels een aangekondigd huisbezoek, met een afspraak op een locatie van GGZ en bij het ophalen van de medicatie door betrokkene. Betrokkene heeft daarbij aangegeven niet te zullen komen en de deur voor de onafhankelijk psychiater niet open te zullen doen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de onafhankelijk psychiater daarmee gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden om het vereiste onderzoek te doen plaatsvinden.
5.2.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar.
5.3.
Gelet op hetgeen tijdens de zitting is besproken, zal de rechtbank enkel als ernstig nadeel aanmerken ‘levensgevaar’. De rechtbank benadrukt daarbij dat deze vorm van ernstig nadeel nu niet speelt, maar er een risico is dat dit ernstig nadeel zich wel zal openbaren als er geen zorgmachtiging meer is. De rechtbank volgt hierin hetgeen de behandelaar heeft verklaard; wanneer betrokkene haar medicatie zal staken is de verwachting dat zij ook haar somatische medicatie zal verwaarlozen, met alle gevolgen van dien. Betrokkene is bekend met hartfalen. Wanneer zij haar medicatie niet of niet goed zal innemen, worden de overlevingskansen van betrokkene als laag inschat. Betrokkene is in het (recente) verleden eerder gestopt met haar somatische medicatie, wat maakt dat dit een reëel risico is.

Tijdens de zitting is uitvoerig besproken dat de in de medische verklaring en het verzoekschrift genoemde informatie over problemen met de buren, nachtelijk schreeuwen en het verwaarlozen van de woning geen sprake meer is. Dit zijn gebeurtenissen uit het verleden. Deze vormen van ernstig nadeel zijn dan ook niet meer meegenomen in de beoordeling van het verzoek.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank heeft, gelet op het verleden en de opvatting van betrokkene over de medicatie, geen vertrouwen in dat er met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader. Wanneer er geen zorgmachtiging is, is er een reëel risico dat betrokkene met haar medicatie stopt en uit contact treedt met haar behandelaar. Juist nu de behandelaar heeft aangeven open te staan om een afbouw van medicatie te onderzoeken, is het van belang om goed contact met betrokkene te houden.

Daarnaast geldt dat wanneer een afbouw spaak loopt, bijvoorbeeld omdat blijkt dat het niet goed gaat met betrokkene, moet kunnen worden ingegrepen. Bij een afbouw van medicatie hoort zorgvuldigheid. Daarom dient dit te gebeuren in een gedwongen kader, en dat maakt dat verplichte zorg nodig is.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.6.1
De rechtbank bepaalt daarbij dat onder ‘het aanbrengen van beperkingen

in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet noodzakelijk.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
5.9.
In afwijking van het verzoek zal de zorgmachtiging worden verleend voor de duur van negen maanden. De rechtbank acht dit een passende periode om de afbouw van medicatie te onderzoeken en te evalueren. De subsidiair door de advocaat verzochte periode van zes maanden acht de rechtbank hiervoor te kort. Afbouw van medicatie vraagt om zorgvuldigheid en dient in kleine stapjes te gebeuren. Hiervoor is tijd en ruimte nodig.
5.10.
Tot slot merkt de rechtbank nog het volgende op. Indien en voor zover een verlenging van de zorgmachtiging nodig is, verwacht de rechtbank dat wordt onderbouwd waarom een afbouw van medicatie al dan niet is gelukt en welke stappen hierin zijn gezet.
5.11.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
<nr>6</nr>De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is overwogen in rechtsoverweging 5.6.1.;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 februari 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 26 mei 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen