Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:5338

Voortzetting IBS - zes weken

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:5338 text/xml public 2026-07-07T11:56:06 2026-06-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-18 C/02/448132 / FA RK 26-2461 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5338 text/html public 2026-07-07T09:29:48 2026-07-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:5338 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-05-2026 / C/02/448132 / FA RK 26-2461
Voortzetting IBS - zes weken
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448132 / FA RK 26-2461

Datum uitspraak: 18 mei 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats] ,

verblijvende in een [accommodatie] te [plaats] ,

advocaat mr. H. van der Sluis-Westerlaan uit Oosterhout.
1Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

mevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;

mevrouw [persoon 2] , dochter van betrokkene.
2Wat vaststaat 2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie] te [plaats] . De burgemeester van de gemeente Breda heeft de inbewaringstelling op 12 mei 2026 afgegeven.
3Het verzoek 3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4De standpunten 4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het prima met haar gaat en zij gewoon naar huis wil. Volgens betrokkene is er niks met haar aan de hand en geneest de wond vanzelf weer. Zij herhaalt een aantal keer, met stemverheffing, dat zij gewoon naar huis gaat en absoluut niet wil verblijven in de instelling.
4.2.
De specialist ouderengeneeskunde verklaart dat het redelijk met betrokkene gaat. Betrokkene wil met momenten weg, uit dit verbaal, echter daarbij maakt zij geen aanstalten daadwerkelijk te vertrekken. Verder laat betrokkene zich moeilijk verzorgen, hetgeen ook het grootste probleem in de thuissituatie was. Voorts geeft de specialist ouderengeneeskunde aan dat de huidige afdeling waar betrokkene verblijft een tijdelijke plek is om te kijken waar betrokkene terecht kan gezien haar lichamelijke staat. Dit kan een hospice of een andere afdeling zijn omdat betrokkene stervende is.
4.3.
De dochter van betrokkene verklaart dat betrokkene een heel zelfstandig type is. De dochter is zich ervan bewust dat haar moeder in een stervensfase zit en daarbij is zorg heel belangrijk. Tevens wil de dochter de wens van haar moeder respecteren zodat zij haar laatste tijd thuis kan verblijven.
4.4.
De advocaat bepleit primair afwijzing van het verzoek omdat duidelijk is dat betrokkene naar huis wil. Aan de andere kant begrijpt de advocaat heel goed dat het nadeel zo ernstig is dat dit niet kan.
5De beoordeling 5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene ontkent een wond te hebben, deze niet verzorgt of laat verzorgen, terwijl ze beweert dit wel te doen of niet nodig te vinden. Daarnaast houdt betrokkene dagenlang dezelfde kleding aan, verschoont zich niet en vergeet te eten. Betrokkene houdt alle hulp af, waarbij de thuisverpleging verbaal agressief wordt bejegend tot deze weggaat. Dit heeft er inmiddels toe geleid dat de wond reeds maden en tekenen van necrose bevat, waarbij betrokkene het risico loopt te overlijden ten gevolge van sepsis.
5.3.
Thans wordt vermoed dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening, te weten Alzheimer.
5.4.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene houdt in de thuissituatie alle hulp af. Het niet met regelmaat laten verzorgen van de wond onder haar arm verhoogt het risico om te overlijden ten gevolge van sepsis. Door de wond te verzorgen in een gedwongen kader wordt het risico op sepsis vermeden. Ook kan betrokkene begeleiding krijgen bij de zelfzorg, zoals persoonlijke verzorging en het eten. Zodra betrokkene stabiel functioneert zal gekeken worden of zij naar huis of hospice kan gaan om daar haar laatste levensfase door te brengen.
5.6.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft aan dat er niets aan de hand is en geen hulp nodig te hebben. Betrokkene blijft aangeven naar huis te willen.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene houdt alle hulp af.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 juni 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen