ECLI:NL:RBZWB:2026:5381
Zorgmachtiging, betrokkene stemt in, bij decompensatie weigert zij zorg
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 July 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5381
text/xml
public
2026-07-08T11:47:17
2026-06-19
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-19
C/02/447840 / FA RK 26-2307
Uitspraak
Rekestprocedure
NL
Breda
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5381
text/html
public
2026-07-07T09:38:25
2026-07-08
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:5381 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-05-2026 / C/02/447840 / FA RK 26-2307
Zorgmachtiging, betrokkene stemt in, bij decompensatie weigert zij zorg
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447840 / FA RK 26-2307
Datum uitspraak: 19 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats]
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene (telefonisch), bijgestaan door haar advocaat, mr. Bronsveld;
mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist in opleiding, behandelaar;
mevrouw [persoon 2] , gz psycholoog,
mevrouw [persoon 3] , verpleegkundig specialist,
de moeder en stiefvader van betrokkene;
een begeleidster van de instelling van betrokkene.
2Wat vaststaat
2.1.
Door de rechtbank is op1 december 2025 een zorgmachtiging aan betrokkene verleend tot en met 1 juni 2026.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting telefonisch aan akkoord te zijn met een verlenging van de zorgmachtiging. Voor het overige heeft betrokkene geen nadere opmerkingen.
4.2.
De advocaat voert aan dat aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging wordt voldaan en dat betrokkene zelf ook aangeeft de verplichte zorg nodig te hebben. Hij verzoekt wel om in het geval van toewijzing van het verzoek de vorm van verplichte zorg “medische controles” af te wijzen, omdat de noodzaak daarvan op dit moment onvoldoende concreet is.
4.3.
De behandelaar van betrokkene licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake is van angstklachten, stemmingswisselingen, psychotische kenmerken en problemen in de zelfzorg passend bij een bipolaire stoornis. Wanneer betrokkene langer met verlof is en haar medicatie onvoldoende inneemt, nemen de psychotische klachten en angsten toe. Volgens de behandelaar is toezicht op de medicatie-inname noodzakelijk en moet de mogelijkheid van klinische opname beschikbaar blijven gelet op het terugkerende risico op decompensatie bij middelengebruik. Betrokkene is aangemeld voor een verblijf bij [accommodatie] , wat ook haar wens is.
4.4.
De ouders van betrokkene hebben naar voren gebracht dat betrokkene zich op haar huidige verblijfplaats niet veilig voelt en graag wil worden opgenomen bij [accommodatie] om af te kicken van de middelen. De ouders benadrukken dat middelengebruik thuis niet wordt toegestaan en dat zij streng toezien op de medicatie-inname van betrokkene.
5De beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een chronisch psychotisch toestandsbeeld waarbij in het verleden al de diagnose bipolaire stoornis, type schizo-affectieve stoornis, is vastgesteld.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene in het verleden meerdere malen is opgenomen vanwege psychotische decompensaties. Tijdens deze periodes was er sprake van ernstige zelfverwaarlozing en verwaarlozing van de woonomgeving van betrokkene waarbij zij ook geagiteerd kan reageren richting haar omgeving. Op dit moment verblijft betrokkene in een instelling waar het vermoeden bestaat dat zij seksuele contacten aangaat met medebewoners om in haar drugsgebruik te kunnen voorzien.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene heeft aangegeven in te stemmen met een verlenging van de zorgmachtiging, is het de rechtbank onvoldoende gebleken dat betrokkene vrijwillig en duurzaam bereid is de noodzakelijke zorg en behandeling te accepteren. Daarbij heeft betrokkene zich in het verleden meerdere keren aan de zorg onttrokken, haar medicatie niet adequaat ingenomen en zich onvoldoende gehouden aan gemaakte afspraken. Daarnaast ontbreekt ziektebesef en -inzicht waardoor niet kan worden vertrouwd op vrijwillige voortzetting van de behandeling. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
De door de officier verzochte vorm van verplichte zorg “medische controles” wordt door de rechtbank afgewezen, omdat deze niet noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 mei 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier, en op schrift gesteld op 1 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.