ECLI:NL:RBZWB:2026:5890
Klaagschriftprocedure ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering. Onderzoek Durmstrang. Verdenking witwassen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 August 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5890
text/xml
public
2026-08-04T11:51:37
2026-07-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-07-02
25018442
Uitspraak
Raadkamer
NL
Breda
Strafrecht; Materieel strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5890
text/html
public
2026-08-04T10:15:30
2026-08-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:5890 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-07-2026 / 25018442
Klaagschriftprocedure ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering. Onderzoek Durmstrang. Verdenking witwassen.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-085673-23
raadkamernummer : 25-018442
datum : 02 juli 2026
beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[de klaagster] B.V.
vertegenwoordigd door de heer [persoon 1],
gevestigd aan de [adres]
mr. J.N.A. Kilian, advocaat te Tilburg,
hierna te noemen: de klaagster.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 16 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 15 december 2025 in het strafvorderlijk onderzoek tegen [persoon 2] in beslag is genomen: een Ford Bronco met kenteken [kenteken 1] en een Hymer Grand Canyon S Camper met Duits kenteken [kenteken 2];
het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 23 december 2025;
de reactie van de officier van justitie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 4 juni 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis, de heer [persoon 1] (klager) en mr. Kilian als raadsman van klaagster gehoord.
De belanghebbende, de heer [persoon 2], tevens verdachte, is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Wel is verschenen zijn raadsman mr. A.J.C.M. de Graaf, advocaat te Breda.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Namens klaagster is een pleitnota overgelegd. De inhoud van deze pleitnota kan hier als ingelast worden beschouwd en zal als bijlage bij deze beslissing worden gevoegd. Aanvullend is namens klaagster verklaard dat de Ford Bronco waarover thans wordt geklaagd, is aangekocht door [bedrijf 1].
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel klaagster als zijn vertegenwoordiger de heer [persoon 1], verdachten zijn. Er is sprake van een schijnconstructie tussen klager en [persoon 2]. Onder die omstandigheden is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend tot verbeurdverklaring van de Ford komt.
Mr. A.C.J.M. de Graaf heeft verklaart:
Mijn cliënt wil dat klaagster de Ford en de Hymer terugkrijgt.
2De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
Er is één klaagschrift ingediend op naam van [bedrijf 1] B.V., en [de klaagster] B.V., die beiden klagen over de teruggave van de Ford Bronco en [bedrijf 2] BVBA, die klaagt over de Hymer Grand Canyon S. Camper. De rechtbank zal, gelet hierop, in drie separate beslissingen op het klaagschrift beslissen, namelijk ten behoeve van [bedrijf 1] B.V. en [de klaagster] B.V. over de Ford Bronco en voor [bedrijf 2] BVBA over de Hymer Grand Canyon S. Camper.
In deze klaagschriftprocedure is dus aan de orde het beslag op de Ford Bronco.
Nu namens klaagster is gesteld dat de inbeslaggenomen Ford Bronco aan [bedrijf 1] B.V. toebehoort, kan [de klaagster] B.V. niet als belanghebbende worden aangemerkt. Om die reden zal de rechtbank klaagster niet-ontvankelijk verklaren in haar beklag.
3De beslissing
De rechtbank verklaart:
- klaagster niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 2 juli 2026 genomen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors en mr. K. Verschueren, rechter, in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop,
griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 juli 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).
Bijlage:
-de pleitnota, overgelegd op de zitting van 4 juni 2026.