ECLI:NL:RBZWB:2026:6730
text/xml
public
2026-08-03T08:00:24
2026-07-22
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-07-22
BRE 25/3586
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Breda
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6730
text/html
public
2026-07-30T09:00:08
2026-08-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:6730 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-07-2026 / BRE 25/3586
PKV
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3586
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., statutair gevestigd te [plaats], verzoekster
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar bezwaar tegen het besluit van 7 juni 2024.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat het UWV de proceskosten ter hoogte van € 453,50 en het griffierecht van € 385,- zo spoedig mogelijk zal overmaken aan de gemachtigde van verzoekster.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 21 juli 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen het besluit van 7 juni 2024. Verzoekster heeft het beroep zonder motivering ingetrokken onder de voorwaarde van proceskostenvergoeding. De rechtbank begrijpt deze mededeling als een verzoek om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
Het is de rechtbank niet duidelijk of en zo ja, wanneer het UWV een besluit heeft genomen. Uit de brief van 16 maart 2026 blijkt dat het UWV instemt met de veroordeling tot betaling van de proceskosten en dat het griffierecht zal worden vergoed. De rechtbank begrijpt hieruit dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen en zal het verzoek dan ook toewijzen.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
5.1.
De rechtbank veroordeelt het UWV in een hoger bedrag dan het UWV zelf heeft aangegeven, omdat op 1 januari 2026 het Besluit proceskosten bestuursrecht is aangepast. Het bedrag dat het UWV noemt in de brief van 16 maart 2026 is de (standaard) proceskostenveroordeling in een zaak niet tijdig beslissen uit 2025.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.Het UWV heeft dit al toegezegd.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 22 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.