Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:7910

Spoedmachtiging en aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp. Gedragswetenschapper heeft ingestemd met verzoek obv het dossier; dit is op dit moment in het belang van de jeugdige. Instemmingsverklaring obv gesprek met jeugdige nog wel vereist.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 October 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:7910 text/xml public 2026-10-01T08:54:38 2026-08-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-07-20 450530 JE RK 26-1304 en 450531 JE RK 26-1305 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7910 text/html public 2026-10-01T08:54:08 2026-10-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7910 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-07-2026 / 450530 JE RK 26-1304 en 450531 JE RK 26-1305
Spoedmachtiging en aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp. Gedragswetenschapper heeft ingestemd met verzoek obv het dossier; dit is op dit moment in het belang van de jeugdige. Instemmingsverklaring obv gesprek met jeugdige nog wel vereist.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummers:

C/02/450530 / JE RK 26-1304 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp)

C/02/450531 / JE RK 26-1305 (aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp)

Datum uitspraak: 20 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] ,

advocaat mr. C.J.M. Jansen uit Tilburg.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[minderjarige] ,

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1Het verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 20 juli 2026;

- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 20 juli 2026.
1.2.
Aan [minderjarige] is ambtshalve als advocaat toegevoegd mr. C.J.M. Jansen te Tilburg.
2De feiten 2.1.
Bij beschikking van 31 oktober 2018 heeft de rechtbank het ouderlijk gezag van de moeder beëindigd en is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de GI.
2.2.
De vader heeft [minderjarige] erkend. Tussen de ouders is nooit sprake geweest van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap. Uit het gezagsregister blijkt niet dat de vader het (gezamenlijk) gezag over [minderjarige] uitoefent.
2.3.
[minderjarige] verblijft, naar de rechtbank begrijpt, op een woongroep van [zorgorganisatie] .
2.4.
Bij beschikking van 24 juni 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 24 juni 2026 tot 8 juli 2026. Het resterende deel van het spoedverzoek en de beslissing over het verzoek om een aansluitende (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen is aangehouden.
2.5.
Bij nadere beschikking van 2 juli 2026 / 17 juli 2026 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige] voor het resterende deel van het verzoek strekkende tot een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 8 juli 2026 tot 22 juli (2026). Het (aansluitende) reguliere verzoek is afgewezen.
3De verzoeken
In de zaak C/02/450530 / JE RK 26-1304
3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

In de zaak C/02/450531 / JE RK 26-1305
3.2.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [persoon] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] .
3.3.
De onafhankelijke gedragswetenschapper, [gedragswetenschapper] , heeft op basis van dossieronderzoek en zonder de jeugdige daaraan voorafgaande feitelijk te hebben onderzocht, op 20 juli 2026 ingestemd met de verklaring van de GI dat gesloten jeugdhulp voor de jeugdige noodzakelijk is.
4De beoordeling 4.1.
In artikel 6.1.2. van de Jeugdwet staat dat de kinderrechter op verzoek een machtiging kan verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Een machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:

a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;

b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en

c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
4.2.
In artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet staat dat de kinderrechter, indien een machtiging niet kan worden afgewacht, een spoedmachtiging kan verlenen. Dan moet onmiddellijke verlening van jeugdzorg noodzakelijk zijn. In beide gevallen, spoed of geen spoed, is een instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper nodig die de jeugdige met het oog op die instemming kort tevoren heeft onderzocht, tenzij onderzoek feitelijk onmogelijk is.
4.3.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen.

[minderjarige] is een jongen van 17 jaar met een licht verstandelijke beperking die erg kwetsbaar is. Sociaal-emotioneel functioneert hij op het niveau van een kind van 1,5 - 3 jaar. [minderjarige] loopt al sinds zijn zesde levensjaar veelvuldig weg, waarbij de aanleiding onduidelijk blijft.

Er zijn grote zorgen over dat [minderjarige] betrokken is bij mensenhandel. De mannen waarmee [minderjarige] in contact zou zijn geweest bevinden zich volgens de politie in een pedofiel netwerk. Door deze mannen is [minderjarige] vorig jaar ook slachtoffer geworden van seksueel geweld. [minderjarige] begeeft zich herhaaldelijk in risicovolle situaties, onderhoudt contact met

mogelijk criminele (jong)volwassen mannen en onttrekt zich structureel aan toezicht. Hierdoor is sprake van een reëel en actueel veiligheidsrisico, met ernstige vermoedens van uitbuiting. De huidige open setting en ingezette hulpverlening blijken onvoldoende toereikend om deze risico’s te beperken. Een gesloten plaatsing wordt daarom noodzakelijk geacht om de fysieke en emotionele veiligheid van [minderjarige] te waarborgen en verdere ontregeling te voorkomen. Vanuit deze meer begrensde setting kan toegewerkt worden naar passende behandeling, waaronder behandeling gericht op zijn seksuele ontwikkeling en traumatische ervaringen.

Nadat [minderjarige] uiteindelijk op 14 juli 2026 in een zorgelijke situatie is aangetroffen in [plaats] door de politie, is [minderjarige] vervolgens teruggekeerd naar de groep bij [zorgorganisatie] , omdat er geen plek binnen gesloten jeugdzorg beschikbaar was. Dit is tot op

heden nog steeds het geval, wat de situatie schrijnend maakt. [minderjarige] doet namelijk uitspraken dat hij weer zal weglopen en genoeg mensen in de omgeving heeft die hem hierbij kunnen helpen. Hij spreekt ook over een 'baas' waar hij dingen van zou moeten stelen. Verder blijft het onduidelijk wat de exacte situatie is waarin hij de afgelopen weken heeft verkeerd en hoe het netwerk om hem heen eruitziet. Het feit blijft dat het enorm zorgelijk is en dat [minderjarige] in veiligheid moet worden gebracht binnen een gesloten setting.

Daarnaast meent de GI dat de behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige.

Gezien het aanhoudende weglooprisico en de directe blootstelling aan ernstige veiligheidsrisico’s wordt een spoedprocedure noodzakelijk geacht. De politie heeft eerder kenbaar gemaakt pas weer actief naar [minderjarige] te zoeken als hier een gesloten machtiging onder ligt. Vanuit de reactieve hechtingsproblematiek wordt gezien dat [minderjarige] onvoldoende in staat lijkt om risico’s en veiligheid in sociale situaties adequaat in te schatten. Zijn interne alarmsysteem is onvoldoende afgestemd op gevaar, waardoor hij zichzelf onvoldoende kan beschermen en keuzes maakt die hem verder in onveilige situaties brengen. Het is daarom noodzakelijk dat [minderjarige] actief beschermd wordt. Doordat de huidige machtiging gesloten jeugdhulp loopt tot 22 juli 2026 is de GI genoodzaakt om opnieuw een spoedverzoek in te dienen. Hoewel er op dit moment nog geen plek voor [minderjarige] beschikbaar is, wordt er nog altijd met man en macht naar gezocht. Dit is iets wat niet meer zal gebeuren op het moment dat er geen geldige machtiging gesloten jeugdhulp ligt. Het is dan ook noodzakelijk dat er opnieuw een spoed machtiging gesloten jeugdhulp wordt uitgesproken. De gedragswetenschapper heeft in haar verklaring, op basis van dossieronderzoek ingestemd met het verzoek. Zij heeft [minderjarige] niet persoonlijk gesproken en onderzocht wegens het hoge risico op weglopen.
4.4.
Bij het verzoek ontbreekt een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper, die de jeugdige met het oog op die instemming kort tevoren heeft onderzocht. De kinderrechter heeft zich ervan vergewist dat, zoals hiervoor al gebleken is, de gedragswetenschapper [minderjarige] niet persoonlijk gesproken en onderzocht heeft wegens het hoge weglooprisico. Wel heeft een gekwalificeerde gedragswetenschapper ingestemd met het spoedverzoek op basis van voorliggende stukken. Gelet op de huidige zeer zorgelijk en spoedeisende situatie is dat op dit moment voldoende.
4.5.
De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor opname en verblijf van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp en dat een mondelinge behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . De GI en [minderjarige] en zijn advocaat worden in de gelegenheid gesteld om hun mening over de verzoeken te geven tijdens de hierna te noemen zitting. In afwachting daarvan zal een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van twee weken worden verleend, te weten met ingang van 22 juli 2026 en tot

5 augustus 2026. Verdere beslissingen op het resterende verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.
4.6.
[minderjarige] dient zo spoedig mogelijk alsnog door een gekwalificeerde gedragswetenschapper in persoon te worden gesproken, die op basis van het gesprek met [minderjarige] al dan niet instemt met het (resterende) verzoek. De GI wordt verzocht een instemmende verklaring bij de rechtbank in te dienen en naar de belanghebbende(n) te sturen, vóór de in het dictum te melden zitting, uiterlijk op 30 juli 2026.
4.7.
Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de GI berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist.
4.8.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5De beslissing
De kinderrechter:

In de zaak C/02/450530 / JE RK 26-1304
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 juli 2026 tot 5 augustus 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

In de zaak C/02/450531 / JE RK 26-1305
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek aan;

In de zaken C/02/450530 / JE RK 26-1304 en C/02/450531 / JE RK 26-1305
5.4.
roept de Raad, de GI en [minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting van

mr. Maandag op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
5.5.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor die zitting voor de Raad, de GI en [minderjarige] en zijn advocaat;
5.6.
vraagt de griffier de vader en de moeder in hun hoedanigheid als informanten op te roepen voor die zitting;
5.7.
bepaalt dat de GI uiterlijk op 30 juli 2026 de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bij de rechtbank indient en naar de belanghebbende stuurt;
5.8.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 6.1.2, derde lid, Jw.

Artikel delen