Op 6 november 2014 is er een belangrijke mijlpaal bereikt: Amsterdamse aanbieders van ambulante ondersteuning en dagbesteding hebben van de gemeente hun startbudget Wmo 2015 ontvangen. Organisaties ontvangen dit budget onder de voorwaarde dat zij minimaal hetzelfde aantal cliënten als in 2013 ondersteuning bieden én dat voor alle huidige cliënten het overgangsrecht wordt geregeld. Dit betekent dat de huidige cliënten hun voorzieningen behouden tot en met het einde van de indicatie, uiterlijk tot eind 2015.

Het uitgangspunt van de gemeente Amsterdam was in eerste instantie om de bezuiniging van het Rijk van 11,4% (op basis van 2013) door te berekenen aan de aanbieders van deze ondersteuning. Tijdens het inkoopproces bleek echter dat er meer zorg en ondersteuning nodig was dan er was gebudgetteerd. De gemeente Amsterdam heeft daarom ruim €8 miljoen aan eigen middelen ingezet om dit verschil te compenseren.
Amsterdamse aanbieders van de ondersteuning geven aan dat zij in 2014 meer cliënten ondersteuning of dagbesteding bieden dan in 2013. Dit heeft te maken met de afbouw van plekken in de langdurig zorg, bijvoorbeeld door het sluiten van verzorgingshuizen. Het is reëel om te verwachten dat deze trend zich voortzet en er sprake blijft van een stijgende behoefte aan voorzieningen zoals ambulante ondersteuning en dagbesteding. De gemeente gaat de aanspraken op deze voorzieningen goed in de gaten houden en heeft een fonds ingesteld om eventuele knelpunten op te lossen zoals wachtlijsten.
De gemeente Amsterdam heeft er voor 2015 voor gekozen om met de huidige AWBZ-aanbiederscontracten aan te gaan. Dit doen we omdat de kennis van de huidige aanbieders en professionals noodzakelijk is om de continuïteit van zorg voor cliënten te blijven waarborgen. Ook zorgt dit ervoor dat de zorg zich kan blijven ontwikkelen en dat de transitie van AWBZ naar WMO op een zorgvuldige manier verloopt.
