De digitale bank bunq heeft indirect gediscrimineerd door een man met dementie die onder bewind staat te weigeren voor een spaarrekening. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens na een klacht van diens zoon, die als bewindvoerder optreedt. De bank wees het verzoek af omdat zij geen rekeningen aanbiedt aan personen die onder bewind staan.

Volgens de zoon leidt dit beleid tot indirecte discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte. De bank sluit zonder goede reden mensen die onder bewind staan volledig uit, terwijl minderjarige klanten met een wettelijke vertegenwoordiger wél een rekening kunnen openen.
De bank bestrijdt dat sprake is van discriminatie en stelt dat het beleid - als er al sprake is van onderscheid - gerechtvaardigd is vanwege verhoogd frauderisico, (systeem)technische en financiële bezwaren.
Het College volgt dat standpunt niet. Volgens het College maakt de bank met haar beleid indirect onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. Het acceptatiebeleid treft in de praktijk mensen die vanwege een handicap of chronische ziekte, zoals dementie, onder bewind staan en sluit hen uit van financiële dienstverlening.
De bank slaagt er volgens het College niet in om te onderbouwen dat de algehele weigering noodzakelijk is. Het College wijst daarbij op drie punten:
Omdat een objectieve rechtvaardiging ontbreekt, concludeert het College dat de bank indirect discrimineert.
