Op 5 november 2014 zullen de Groninger gemeenten contracten ondertekenen met instellingen voor de uitvoering van verschillende jeugdhulptaken. Daarmee is er voor de Groninger jeugd definitief zekerheid dat zij ook in 2015 de zorg ontvangen die ze nodig hebben.De contracten worden afgesloten met 35 grotere aanbieders. De kleinere aanbieders (omzet 2013 kleiner dan 100 duizend euro) kunnen in 2015 op basis van een tarief declareren.

De afgelopen periode zijn gesprekken met de grote aanbieders gevoerd op basis van een concept contract. Dit concept is opgesteld in overleg met controllers van drie instellingen die de compartimenten in de jeugdzorg vertegenwoordigen: provinciaal en landelijk gebudgetteerde zorg, zorg gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) en zorg gefinancierd vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
De gesprekken verliepen constructief en leverden een aantal suggesties op, die zijn verwerkt in een nieuwe versie van het contract. Ook zijn er veel vragen gesteld, die zijn beantwoord in een nota van inlichtingen. Een zorg die bij de instellingen leeft gaat over ICT en de geautomatiseerde verwerking van zorgtoewijzingen, declaraties en betalingen. Hier wordt op dit moment hard aan gewerkt. Afgesproken is om de instellingen hierbij te betrekken, om tijdig tot een goede oplossing te komen.
Deze week wordt voor elke instelling een addendum bij het standaardcontract opgesteld. Hierin staan de afspraken die specifiek voor die instelling gelden, over welke activiteiten de instelling gaat ondernemen om vorm te geven aan de transformatie. De 23 Groninger gemeenten zetten in 2015 namelijk niet alleen in op continuïteit, maar starten ook al met de noodzakelijke omslag die in het jeugdstelsel moet worden gemaakt. Deze transformatie moet leiden tot preventie en uitgaan van eigen kracht van jeugdigen, ouders en het sociale netwerk, minder snel medicaliseren, meer ontzorgen en normaliseren, eerder (jeugd)hulp op maat voor kwetsbare kinderen, integrale hulp met betere samenwerking rond gezinnen: één gezin, één plan, één regisseur en meer ruimte voor jeugdprofessionals en vermindering van regeldruk. Voor de transformatie hebben de Groninger gemeenten 10% van het budget voor de instellingen gereserveerd. In de gesprekken reageren de instellingen er zonder uitzondering positief op dat hier in deze fase al een begin mee wordt gemaakt.
De kleinere aanbieders (omzet 2013 < 100 duizend euro) kunnen in 2015 op basis van een tarief declareren. Aan deze instellingen wordt binnenkort gevraagd bij de programmaorganisatie TJZG te melden hoeveel kinderen ze in zorg hebben tegen welk tarief. Daarbij moeten zij de overeenkomst met hun huidige financier voor 2014 overleggen, inclusief prijs- en productieafspraken. Op basis daarvan wordt voor elke instelling een budgetplafond bepaald. Dit bestaat uit hun plafond of omzet in 2014 minus de korting die in dat compartiment geldt.
De kortingspercentages voor de drie compartimenten zijn:
Provinciaal en landelijk gebudgetteerde zorg: 6,1%
AWBZ gefinancierde zorg: 15,0%
Zvw gefinancierde zorg: 10,8%
Op basis hiervan kunnen de betreffende instellingen zelf uitrekenen op welk budget zij kunnen rekenen. Uiterlijk eind november krijgen zij een bevestiging van het tarief voor 2015 en wordt een overeenkomst gesloten op basis van deze gegevens. In de loop van 2015 zal bezien worden of een verschuiving tussen instellingen mogelijk of noodzakelijk is.
