Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Een thuis voor alle ouderen, juist bij intensieve zorgbehoeften

Er is momenteel een tekort aan passende woonvormen voor ouderen die intensieve zorg nodig hebben. Dit zorgt voor onnodig leed in het dagelijks leven. Het strikte onderscheid tussen thuiszorg en verpleeghuiszorg werkt hierbij belemmerend. Er is een behoefte aan nieuwe, alternatieve vormen van wonen met intensieve zorgverlening die het thuisgevoel, de eigen regie en identiteit ondersteunen, 24 uur per dag als het nodig is. Wat kan het dagelijks leven voor ouderen positief beïnvloeden?

13 april 2022

Thuis

Idealiter is het huis waar je woont ook je thuis. Thuis is namelijk vooral een gevoel: je voelt je ergens thuis. Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar wat maakt wanneer je je thuis voelt en dit is ook specifiek onderzocht bij ouderen. Thuisgevoel betekent onafhankelijkheid, je eigen keuzes kunnen maken en controle uitoefenen over situaties. Thuis betekent ook veiligheid: enerzijds de afwezigheid van potentieel gevaar en anderzijds de aanwezigheid van bescherming en beschutting. Een thuisgevoel is heel persoonlijk en ontstaat vanuit de interactie die je hebt met je omgeving. Het ontwikkelt zich met de tijd.

Thuis is gerelateerd aan je identiteit, wie je bent als persoon. Ouderen aarzelen daarom vaker om te verhuizen dan jongere leeftijdsgroepen. Ze houden vast aan hun huis vanwege hun herinneringen. Daarbij hechten ouderen sterker aan bestaande sociale netwerken in de eigen buurt.

We houden nog te lang vast aan het idee van thuis als de woning waar je altijd gewoond hebt. Onze wensen en behoeften omtrent leefomgeving veranderen, afhankelijk van je levensfase. Ouderen willen in een omgeving wonen waarin ze zich thuis voelen, waar de zorg zodanig georganiseerd is dat die past bij hun levensgeschiedenis, voorkeuren en behoeften. Een omgeving die ondersteunt wat men nog wel kan en dat versterkt kan worden. Redenen om te verhuizen zijn nu nog teveel ingestoken vanuit onaangename gebeurtenissen die ervoor zorgen dat ouderen hun woning willen verlaten, oftewel push-factoren. Maar verhuizen kan ook aantrekkelijk zijn. Ouderen geven zelf aan dat wanneer ze sterker afhankelijk worden van anderen, hun woonwensen ook veranderen. Deze zogenaamde pull-factoren liggen vooral op het gebied van sociale voordelen, zoals dichter bij voorzieningen en sociale contacten wonen, veiligheid en bekendheid met de nieuwe woning en de wens tot een meer passende woning.

Zorgomgeving draagt bij aan het dagelijks leven

De omgeving vormt ons gedrag en is bepalend voor het functioneren in het dagelijks leven. Het ontwerp van de zorgomgeving dient de agency, het vermogen om te handelen te versterken. De zorgomgeving bestaat uit drie componenten: fysieke, sociale en organisatorische. De fysieke omgeving bestaat uit de architectuur, hoe de gebouwde omgeving eruitziet, de lay-out van het gebouw, de inrichting of decor en buitenruimte, zoals een tuin. Een goede fysieke omgeving betekent echter niet dat deze ook automatisch goed gebruikt wordt. Een persoon kan niet gescheiden worden van zijn of haar omgeving en bestaat door de relaties met anderen en de betekenis die je daaraan geeft. De sociale omgeving bestaat uit de interacties die je aangaat met anderen. Dit zijn bijvoorbeeld medebewoners, familie en naasten, vrienden, vrijwilligers en kinderen. En het bredere sociale netwerk, de context waarin je woont, zoals de buurt, scholen, ondernemers, verenigingen.

De organisatorische component wordt vaak vergeten in de zorgomgeving, terwijl deze uiteindelijk beïnvloedt hoe de fysieke en sociale aspecten van de omgeving tot uiting komen. Belangrijk hierbij is de organisatiecultuur: de gedachten, aannames, visie en waarden die medewerkers hebben en onderliggend zijn aan het gedrag om de zorg- en dienstverlening te realiseren. Om het functioneren in het dagelijks leven daadwerkelijk te veranderen, dienen de fysieke, sociale én organisatorische componenten van een zorgomgeving met elkaar in overeenstemming te zijn.

Reguliere verpleeghuizen zijn vaak onvoldoende ingericht om een betekenisvol bestaan, sociale betrokkenheid, uitgaande van de autonomie van ouderen te realiseren. Bestaande tradities, denkbeelden, werkwijzen en de inrichting van werkprocessen staan vernieuwing en verandering in de weg. Ritmes en routines van de organisatie bepalen nog voor een groot gedeelte het handelen van medewerkers en het dagelijks leven van ouderen. Bewoners komen niet of nauwelijks buiten. Ouderen met dementie verblijven onnodig vaak in een gesloten afdeling, omdat we denken dat dat veilig is. Terwijl open instellingen, waar ouderen vrijuit kunnen bewegen, ook mogelijk zijn en hen meer activeren en stimuleren. Mits de zorgomgeving goed is ingericht.

Dit vraagt om een organisatie die zich continu aanpast en dus beschikt over zogenaamde dynamische vaardigheden in haar strategische benadering. Kansen zien en herkennen wanneer kansen zich in de zorgomgeving voordoen. Vervolgens bronnen mobiliseren om de kansen te benutten en in waarde te vangen voor ouderen, hun naasten en medewerkers. Daarnaast vraagt het om continu te blijven vernieuwen om daadwerkelijke veranderingen te bereiken. Ik denk dat dit aanknopingspunten biedt voor de ouderenzorg, waar deze inzichten nog nauwelijks onderzocht zijn.

Innovatieve vormen van wonen met zorg zijn noodzakelijk

Zowel nationaal als internationaal worden innovatieve woonzorgconcepten ontwikkeld, waarbij men experimenteert met radicale veranderingen in de fysieke, sociale én organisatorische omgeving. Voorbeelden zijn divers, net als hun initiatiefnemers. Zo zijn er initiatieven van burgers zelf, vanuit ondernemers, veelal op kleine schaal. Ook woningbouwcorporaties, gemeenten en reguliere zorgaanbieders werken met elkaar aan nieuwe initiatieven, vanuit een breder maatschappelijk perspectief.

Een voorbeeld waar ons wetenschappelijk onderzoek positieve resultaten laat zien zijn zorgboerderijen die 24uurs zorg bieden aan ouderen met dementie. Deze bewoners hebben actiever dagelijks leven dan vergelijkbare bewoners van reguliere verpleeghuizen. Ze hebben meer sociale interacties en komen vaker buiten. Deze factoren hangen samen met een betere kwaliteit van leven. De kwaliteit van de zorg lijkt niet te verschillen van reguliere zorg en naasten zijn vaak positiever over de mate waarin zorgverlening wordt afgestemd op persoonlijke voorkeuren en behoeften.

Dit onderzoek laat zien dat de zorgomgeving het dagelijks voor ouderen positief kan beïnvloeden. Meer kennis is echter hard nodig, vooral om het risico op oude wijn in nieuwe zakken te verkleinen. Welke elementen uit de zorgomgeving zijn succesvol? Hoe hangen ze met elkaar samen? En op welke wijze beïnvloeden ze het functioneren van ouderen, hun naasten en medewerkers? Daarnaast is inzicht nodig in de impact van innovatieve woonzorgvoorzieningen: op direct betrokkenen én de wijk als geheel.

N.b. Dit artikel is gebaseerd op de inaugurele rede “Een huis een thuis? Hoe de zorgomgeving bijdraagt aan het dagelijks leven van kwetsbare ouderen” ter aanvaarding van de leerstoel Zorgomgeving voor kwetsbare ouderen aan de Universiteit Maastricht. De leerstoel is mede ingesteld door Meandergroep Zuid-Limburg.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

KENNISPARTNER

Lieke van de Camp