Nederland is dol op realistische tv. Programma's gevuld met blije mensen die elkaar na vele jaren terugvinden, dan wel treurig in de camera kijken vanwege een zeldzame ziekte of ander ongeluk.
De behoefte aan realistische verhalen van ‘echte’ en liefst zo gewoon mogelijke mensen is gekoppeld aan een behoefte aan een positieve insteek. Het verhaal moet een positieve wending nemen. Of te midden van een indrukwekkend menselijk drama moet degene die in de ellende verkeert op zijn minst toch één positieve bijkomstigheid weten te benoemen. Dat getuigt van kracht en roept waardering op. Zo iemand wil je helpen. Je kunt je warmen aan de kracht van die persoon. Zo iemand is inspirerend.
Zo ontstaat de indruk dat het eigenlijk best tof is om je eigen begrafenis voor te bereiden, of dat een ernstige ziekte automatisch leidt tot grote levenswijsheid en onvermoede inzichten. Of dat je kracht moet tonen, voor je recht op waardering hebt.
Geloof in je eigen kracht!
Is dat wel realistisch? Nee, natuurlijk niet. Toch is deze zienswijze ook te herkennen in de vormgeving van de huidige transities. Kijk bijvoorbeeld eens naar de Participatiewet. Ook daarin overheerst de gedachte dat het helemaal niet zo’n probleem is om een beperking te hebben. Je moet er wat van willen makenIn de Participatiewet overheerst de gedachte dat het helemaal niet zo’n probleem is om een beperking te hebben. Geloof in je eigen kracht en in je eigen netwerk! Lukt het niet, dan duidt dat op een gebrek aan wilskracht en inzet. Alleen voor wie écht niet kan, is de overheid beschikbaar.
Inderdaad zijn er jongeren die hun eigen kracht op opmerkelijke wijze weten te mobiliseren. Vaak zijn zij intelligent en zij kunnen goed bedenken wat zij willen en hoe zij dat gaan bereiken. Bovenal zijn zij opgegroeid in een gezin dat hen steunde en uitdaagde. Of ze zijn zo sterk van karakter dat zij iedere belemmering ontstijgen. Voor hen biedt de Participatiewet meer mogelijkheden om ten minste gedeeltelijk een eigen bestaan vorm te geven.
Kwetsbare jongeren
Maar hoe ziet het eruit voor andere jongeren? Kwetsbare jongeren zijn voor het overgrote deel niet voorzien van makkelijk aan te boren ‘eigen kracht’ en netwerken. Juist daarom zijn ze kwetsbaar. Welk alternatief hebben zij voor een niet te mobiliseren, want feitelijk niet bestaand netwerk? Hoe ga je de wereld te lijf wanneer je cognitieve vermogens beperkt zijn en je daarnaast ook andere problemen hebt?
Voor deze jongeren ziet de toekomst er minder positief uit. Velen zullen blijvend in armoede terecht komen. Daar horen we echter weinig over, omdat het ons positieve beeld verstoort van een maakbare samenleving waarin iedereen zelf de verantwoordelijkheid kan nemen voor het eigen welzijn. Bovendien is het een groep die in de publieke opinie weinig warme gevoelens oproept. Pieter Winsemius schreef ooit een rapportage over hen onder de veelzeggende titel ‘Niemand houdt van ze’ (pdf).
Vanaf 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het toeleiden naar werk van deze jongeren, samen met onder meer het speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. Deze jongeren krijgen bovendien te maken met de transities in de zorg, de AWBZ en de sociale zekerheid. Het is de vraag hoe positief-realistisch dit voor hen zal uitpakken. Daar zou ik graag eens een realistisch tv-programma over zien.
