Premier Rob Jetten sprak tijdens de opening van het VNG Jaarcongres voor een zaal met 3250 lokale bestuurders. Hij stond stil bij de samenwerkingsagenda van de 4 overheden en bij agressie en bedreigingen tegen lokale volksvertegenwoordigers en bestuurders.

‘Als je de Trêveszaal binnenloopt, dan klopt daar een warm hart voor het lokaal bestuur.’ Daarmee verwees Jetten naar de ruime gemeentelijke ervaring binnen het kabinet. Hij was zelf raadslid in Nijmegen en ook veel andere kabinetsleden hebben een achtergrond bij gemeenten.
Gemeenten zijn volgens hem ‘echt de eerste overheid’. Lokale bestuurders en politici werken dagelijks aan problemen die voor inwoners direct merkbaar zijn. Hij herkent dat uit zijn eigen jaren als raadslid. Het verschil met Den Haag is volgens hem groot: lokaal kun je soms letterlijk op de fiets stappen om te zien wat er speelt.
Die blik moet volgens hem ook terugkomen in de samenwerking tussen rijk, gemeenten, provincies en waterschappen. Met de samenwerkingsagenda willen de overheden een nieuwe start maken. De agenda gaat onder meer over jeugdzorg, woningbouw, infrastructuur, openbaar vervoer, natuur, verduurzaming, netcongestie, bestaanszekerheid en maatschappelijke weerbaarheid. Volgens Jetten is die nieuwe start hard nodig. De verhoudingen tussen het rijk en de medeoverheden waren de afgelopen jaren soms moeizaam. ‘Alle tijd en energie die we besteden aan onze onderlinge discussies kunnen we niet besteden aan het oplossen van concrete problemen.’
Jeugdzorg noemde Jetten als belangrijk voorbeeld. Gemeenten moeten de jeugdzorg doelmatig organiseren maar daar staat een verantwoordelijkheid van het rijk tegenover. De commissie onder leiding van Tamara van Ark komt begin 2027 met een advies over de jeugdzorg. Jetten zei dat dit advies zwaar zal wegen. De financiële gevolgen worden betrokken bij de voorjaarsbesluitvorming van het kabinet in 2027.
Ook breder willen de vier overheden verder vooruitkijken. Ze werken aan een gezamenlijke langetermijnvisie voor de komende 10 tot 20 jaar. Daarbij gaat het volgens Jetten niet om het overnemen van elkaars verantwoordelijkheden. ‘We gaan niet op elkaars stoel zitten, maar kijken wel hoe we onze energie, kennis en geld zo goed mogelijk kunnen bundelen.’
Jetten stond daarnaast uitgebreid stil bij agressie en bedreigingen tegen lokale volksvertegenwoordigers en bestuurders. Ongeveer een derde van de gemeenteraadsleden heeft daarmee inmiddels ervaring. Dat raakt volgens de premier niet alleen de mensen die worden bedreigd maar ook de lokale democratie.
Hij wees daarbij ook op de spanningen rond het asielvraagstuk. Rust rond migratie vraagt volgens hem om samenwerking tussen rijk en gemeenten bij onder meer reguliere opvang en integratie. Tegelijkertijd benadrukte hij dat discussie over dit onderwerp nooit een excuus kan zijn voor agressie of bedreiging.
Als strafrechtelijke grenzen worden overschreden moet worden opgetreden. Daarnaast is volgens Jetten steun vanuit de omgeving belangrijk, bijvoorbeeld door een luisterend oor te bieden of te helpen bij het doen van aangifte. ‘Als mensen zoals u zich niet meer 100% vrij voelen om uit te komen voor hun mening en op te komen voor het belang van hun kiezers en inwoners, verliezen we iets fundamenteels.’ Jetten riep mannelijke bestuurders later nog op om zich uit te spreken en op te komen voor hun vrouwelijke collega's.
Tot slot bedankte Jetten lokale bestuurders voor hun inzet. Ook richtte hij zich tot VNG-algemeen directeur Leonard Geluk die na dit Jaarcongres afscheid neemt. Hij bedankte Geluk voor zijn inzet om ‘het huis van Thorbecke overeind te houden en sterker te maken’.
