De samenwerkende jeugdinspecties onderzochten in vier Nederlandse gemeenten de hulp aan multiprobleemgezinnen in de praktijk. In de onderzochte gemeenten wordt over het algemeen verantwoorde zorg en ondersteuning geboden. Toch kunnen er nog punten verbeterd worden. Zo bepleiten de inspecties dat gemeenten en netwerkpartners werken volgens het principe 1 gezin 1 plan 1 regisseur, het sociale netwerk meer betrekken en vaker gebruik maken van drang en dwang.

Vanaf 1 januari 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van alle jeugdhulp. Hierdoor kan beter samengewerkt worden op lokaal niveau met andere hulpverleningsinstanties. Voor gezinnen met een combinatie van complexe problemen (gezinnen met geringe sociale redzaamheid - GGSR) betekent dit dat onder meer jeugdhulp, (school)maatschappelijk werk, (jeugd)psychiatrische zorg en schuldhulpverlening tezamen de zorg en ondersteuning verzorgen volgens het principe van 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur.
Onderzoek
De samenwerkende jeugdinspecties onderzochten eerder in 21 (middel)grote gemeenten hoe de zorg en ondersteuning van gezinnen met geringe sociale redzaamheid beleidsmatig gestalte krijgt. Daarna werd in de vier gemeenten die beleidsmatig het best voor de dag kwamen, Delft, Zwolle, Maastricht en Lelystad, een vervolgonderzoek uitgevoerd naar de praktijk van de hulpverlening. Worden alle beleidsvoornemens op papier ook in de praktijk gerealiseerd?
Conclusies
De samenwerkende jeugdinspecties constateren dat er in de onderzochte gemeenten sterk ingezet wordt op een effectieve hulp aan multiprobleemgezinnen. De werkwijze verschilt echter per gemeente. Zo werken vier van de vijf aanpakken niet consequent volgens het principe 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. De aanpak in de gemeente Delft werkt juist wel volgens dit principe, maar zou - evenals enkele andere gemeenten - wat meer nadruk kunnen gaan leggen op de vervolgfase van de hulp: door meer aandacht te besteden aan het vergroten van de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van het gezin, alsook het organiseren van een goede nazorg, kan de kans dat het gezin terugvalt aanzienlijk kleiner worden gemaakt. Bij de uitvoering van de hulp zou - zoals in Maastricht - meer gebruik kunnen worden gemaakt van de mogelijkheden tot dwang en drang. Veel multiprobleemgezinnen mijden zorg of hulp en kunnen vaak wel tot medewerking worden verleid wanneer hen een betere situatie in het vooruitzicht wordt gesteld. Of wanneer medewerking ervoor zorgt dat een ernstigere maatregel voorkomen kan worden (drang). Levert dit geen resultaat op, dan kan overwogen worden om dwang in te zetten in de vorm van bijvoorbeeld een proces-verbaal van de leerplichtambtenaar, een melding bij het AMHK of een korting op kinderbijslag en/of uitkering.
Verbeteringen in aanpak
De samenwerkende jeugdinspecties hebben de onderzochte gemeenten op de hoogte gebracht van de onderzoeksresultaten en de aanbevelingen, zodat deze meegenomen kunnen worden bij de verbetering van de hulp aan multiprobleemgezinnen. Medio 2015 zullen de inspecties bij de vier gemeenten navraag doen in hoeverre de aanbevolen verbeteringen zijn gerealiseerd.
De nota's van bevindingen per gemeente zijn te vinden op www.toezichtggsr.nl.
