De decentralisaties (jeugdhulp, ondersteuning, arbeidsparticipatie) zijn sinds 1 januari een feit. Veel mensen hebben hiermee te maken. Daarom is het essentieel dat burgers vertrouwen hebben in hun gemeenten. Maar dat gaat zeker niet vanzelf in een tijd waarin het vertrouwen in de democratie beperkt is, aldus Job Cohen tijdens zijn oratie 'De vierde D'. Op 9 januari 2015 aanvaardde oud-burgemeester Job Cohen zijn benoeming als bijzonder hoogleraar op de Thorbecke-leerstoel gemeenterecht/ gemeentekunde aan de Universiteit Leiden.

De vierde D
Drie grote decentralisaties zijn sinds 1 januari een feit en stellen de Nederlandse gemeenten voor een grote opgave: op de terreinen van de jeugdzorg, grote delen van de ouderenzorg en de arbeidsparticipatie dragen zij verantwoordelijkheid. Dat zijn gebieden die voor heel veel mensen van groot belang zijn. Daarom is het essentieel dat burgers vertrouwen hebben in hun gemeenten. Dat gaat niet vanzelf, zeker niet in een tijd van grote veranderingen, die nog eens voor extra onzekerheid zorgen.
Vertrouwen in democratie beperkt
Het gaat zeker niet moeiteloos in een tijd waarin het vertrouwen in de democratie beperkt is. Daarom hield Job Cohen een pleidooi om de lokale - en provinciale - democratie te versterken met wat in de wandelgangen inmiddels een G1000 wordt genoemd: een bijeenkomst waarin een flink aantal burgers die door loting bij elkaar gebracht zijn, met elkaar de belangrijkste vragen voor hun gemeente formuleren en van een richtinggevend antwoord voorzien. Loting is daarbij essentieel om te garanderen dat vanuit alle lagen van de bevolking wordt deelgenomen. Het is dan aan provinciaal en gemeentelijk bestuur om die antwoorden in beleid om te zetten. Zo kan de afstand tussen burger en bestuur verkleind worden en het vertrouwen in de vierde D, de democratie, versterkt.
Volledige tekst oratie Job Cohen
