Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Rotterdamse aanpak werk loont

De Rotterdamse aanpak WerkLoont is bewezen effectief. De aanpak leidt tot 12% minder aanmeldingen voor een uitkering en verhoogt de uitstroomkans na 12 maanden met 7%. Dat blijkt uit een wetenschappelijk experiment.

Divosa, 12 januari 2015 12 January 2015

De Rotterdamse aanpak start met een zoekperiode van vier weken. Daarna moeten deelnemers 1 dag per week werken en is er een intensief programma gericht op matching en (zonodig) het aanleren van sollicitatievaardigheden. Mensen die een uitkering aanvragen en naar WerkLoont worden doorgestuurd, besluiten significant vaker af te zien van een uitkering (hoewel de helft daarvan later alsnog instroomt). Ook stromen deelnemers aan WerkLoont significant sneller uit de uitkering dan gelijksoortige mensen die niet aan het traject meedoen (de controlegroep). Dit blijkt uit onderzoek naar de netto-effectiviteit van re-integratie dat is uitgevoerd door SEOR en Regioplan in opdracht van het ministerie van SZW.

Onderzoek naar effectiviteit re-integratie lastig uit te voeren
Effectiviteitsonderzoek is lastig uit te voeren, stellen de onderzoekers. Het Rotterdamse experiment was een van de weinige uitgevoerde experimenten naar re-integratie met significante resultaten. De onderzoekers hebben 9 experimenten uit laten voeren. Bij 6 experimenten konden zij voldoende betrouwbare resultaten verzamelen. Bij 2 daarvan waren de resultaten significant, wat inhoudt dat ze daadwerkelijk de invloed van het traject hebben kunnen meten.

Het blijkt in de praktijk moeilijk om het onderzoek zuiver uit te voeren doordat mensen meestal een cocktail van instrumenten krijgen toegekend. Verder loopt het in de praktijk mis met zaken als uitval en de verlokking om mensen die in de controlegroep horen toch een traject aan te bieden waardoor het effect van geen traject volgen niet meer te meten is.

De onderzoekers wijzen er ook op dat er voor gemeenten barrières zijn om aan dit soort onderzoek mee te werken. Soms gaat het om praktische zaken: een experiment vraagt om minimaal 150 mensen die een traject volgen en een even grote controlegroep. Dat zijn aantallen die veel gemeenten niet halen. Verder zagen gemeenten ook af van deelname vanwege de tijd die het kost en het financiële risico. Bij een experiment krijgt een deel van de klanten immers geen traject waar ze dat anders wel hadden gekregen. Dat betekent dat een gemeente die in de eigen aanpak gelooft, minder uitstroom denkt te genereren. Tot slot waren er ethische bezwaren omdat de controlegroep in een experiment geen traject krijgt.

Kennisontwikkeling voor gemeenten
Staatssecretaris Klijnsma wil de komende jaren inzetten op kennisontwikkeling voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Ze wil samen met VNG, Divosa en het Kennisplatform voor Werk & Inkomen een programma opzetten met als doel het systematisch en programmatisch kennis ontwikkelen die aansluit bij de behoefte van gemeenten zelf. De vertaling van kennis naar de praktijk moet daar een belangrijke rol in spelen.

Meer informatie
Meer informatie in de kamerbrief en het onderzoek: www.rijksoverheid.nl

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.