Het CIZ heeft 12.500 AWBZ-cliënten uit de groep 'Wlz-indiceerbaren' aangeschreven met het verzoek door middel van een antwoordkaart aan te geven dat zij met ingang van 1-1-2015 onder de Wlz willen vallen.
Inmiddels hebben 11.349 cliënten een aanvraag voor de Wlz gedaan (stand per 20 november). Daarnaast zijn 500 aanvragen binnengekomen via de Kinderdagcentra (KDC’s) .
Afspraken
Tijdens een
bestuurlijk overleg op 26 november tussen de bestuurlijke delegatie van de VNG en staatsecretaris Van Rijn (VWS) is afgesproken:
Op basis van gegevens over de groep Wlz-indiceerbaren zal het beroep op zorg en ondersteuning in het gemeentelijke domein en de Zvw afnemen met een bedrag van in totaal € 171 miljoen (€ 25 miljoen Wmo, € 109 miljoen Jeugdwet en € 37 miljoen Zvw). Dit betreft een voorlopige schatting op basis van gegevens van het CIZ over de cliënten die een brief van het CIZ hebben ontvangen waarmee zij rechtstreeks in de Wlz kunnen instromen (CIZ peildatum 1-10-2014: 12.782 personen).
Indien de totale groep onder het Wlz-regime wordt gebracht en daarmee ook de uitvoering bij de zorgkantoren belegd wordt, dan dienen de kaders voor gemeenten gecorrigeerd te worden met (maximaal) € 134 miljoen (€ 25 miljoen Wmo en € 109 miljoen Jeugd). Deze bedragen zijn netto bedragen, dat wil zeggen dat al rekening is gehouden met de kortingen zoals ook verwerkt in de bedragen van de meicirculaire 2014. Dit betekent dat het besparingsverlies ten opzichte van de werkelijke kosten (omdat cliënten in 2015 hun zorg zullen behouden) voor rekening van het Rijk zal komen.
De omvang van de noodzakelijke correctie wordt januari 2015 bepaald op basis van de realisatiegegevens per gemeente. Aan de hand van de geretourneerde antwoordkaarten en de aanvragen via de KDC’s zijn de gegevens beschikbaar van het aantal cliënten dat daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de overstapmogelijkheid. Het ministerie zal deze bedragen per gemeente zo snel als mogelijk bekend maken.
De feitelijke correctie (bijstelling budget behorend bij taken) zal vervolgens op het gemeentelijk budget 2015 per gemeente plaatsvinden bij de meicirculaire 2015 met als maximum de hiervoor genoemde bedragen.
Het maximum kan dus lager uitvallen en het risico dat de doelgroep groter blijkt, ligt bij het Rijk.
De VNG heeft de veronderstelling ingebracht dat sprake is van een groei van het aantal Wlz-indiceerbaren ten opzichte van het budget waarop het macrobudget is gebaseerd. VWS zal aan de hand van een analyse van de realisatiecijfers van de NZa over 2014 (februari 2015) bezien of het aantal Wlz indiceerbaren dat een brief heeft gekregen hoger is dan het bedrag dat aan gemeenten beschikbaar is gesteld op grond van de realisatiecijfers 2013 (inclusief groei). Dit kan tevens een neerwaarts effect hebben op de hoogte van de maximale uitname.
Risico
De VNG heeft aandacht gevraagd voor het risico dat de uitname uit het budget voor individuele gemeenten tot problemen kan leiden in de contractafspraken met aanbieders, ook voor het overige deel van de Wmo. Er kan immers voor een lager tarief zijn ingekocht dan de veronderstelde 11%. Het geld dat gemeenten hierdoor vrijspeelden is elders in contracten belegd.
Aantallen cliënten
Het CIZ heeft aangegeven niet in staat te zijn om op korte termijn een uitsplitsing in de aantallen cliënten te maken naar jeugd en Wmo. Aan de hand van de geretourneerde antwoordkaarten en de aanvragen via de KDC’s zijn in januari gegevens beschikbaar van het aantal cliënten per gemeente dat daadwerkelijk gebruik gemaakt heeft van de overstapmogelijkheid. Het ministerie van VWS maakt de bedragen per gemeente zo snel als mogelijk bekend.
