Vanaf 1 oktober 2014 kunnen organisaties die jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering uitvoeren, subsidie aanvragen voor bijzondere kosten die zij moeten maken door de transitie naar het nieuwe jeugdstelsel. De Jeugdwet, die de grondslag vormt voor de transitie, treedt op 1 januari 2015 in werking.

Organisaties kunnen subsidie aanvragen in de volgende gevallen :
Voor de onvermijdbare kosten die een organisatie moet maken om in 2015 een voorziening te kunnen voortzetten die continuïteit van zorg garandeert of continuïteit in de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering.
Voor de onvermijdbare kosten die een organisatie moet maken door langdurige verplichtingen die vóór 1 januari 2014 zijn aangegaan voor een voorziening die door een gemeente niet of in mindere mate ingekocht gaat worden.
Voor de kosten die een organisatie, die voor de bekostiging of bevoorschotting van een voorziening afhankelijk is van een groot aantal gemeenten, in 2015 moet maken om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen, indien die bekostiging – vanwege het grote aantal betrokken gemeenten – gedurende enige tijd op zich laat wachten. Van een groot aantal betrokkenen is sprake wanneer een organisatie zowel in tenminste tien samenwerkingsregio’s in 2013 een omzet heeft behaald van tenminste 2 procent per regio als ten hoogste twee samenwerkingsregio’s in 2013 een omzet van ten hoogste 30 procent per regio heeft behaald en in alle andere regio’s in 2013 een omzet van ten hoogste 20 procent per regio heeft behaald.
Een beschrijving van de subsidiabele kosten vindt u in de Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet. De oorspronkelijke gronden waarop subsidie kan worden toegekend, komen overeen met de gronden zoals die zijn opgenomen in de Staatscourant van 29 juli 2014. Inmiddels is er een actualisatie van de regeling opgenomen in de Staatscourant van 29 september 2014 (nr. 21189). In deze actualisatie wordt de terminologie van de regeling in overeenstemming gebracht met de – in voor subsidies geldende wet- en regelgeving – gebruikelijke termen en wordt ervoor gezorgd dat de procedure van aanvraag en toekenning is afgestemd op binnen het subsidieproces geldende voorschriften.
Zodoende blijft materieel de regeling intact. De kring van belanghebbenden is dezelfde en de aanspraken die de organisaties kunnen maken, blijven onaangetast met uitzondering van een punt, namelijk het criterium van de jaaromzet. In de regeling die op 17 juli jl. is vastgesteld (Staatscourant 29 juli 2014, nr. 21189), is de jaaromzet in 2014 bepalend voor de maximale hoogte van de subsidieverstrekking. Omdat niet met zekerheid kan worden gesteld dat deze gegevens beschikbaar en definitief zijn op het moment van aanvraag, waardoor de uitvoering van de regeling zou kunnen worden belemmerd, is besloten de jaaromzet in 2013 te hanteren.
Vanaf 1 oktober 2014 vindt u op de subsidiepagina van Rijksoverheid.nl meer informatie over het aanvragen van subsidie op grond van de regeling ‘Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet’. Hier vindt u ook meer informatie over de Beleidsregels zelf.
