Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Zelfredzaamheid kun je niet opleggen

Eigen kracht lijkt nog steeds het toverwoord in het transitieproces. We gaan eerst kijken wat u zelf kunt alvorens we u ondersteunen met faciliteiten of zorg. Het recht op zorg vervalt. Dit is een goed uitgangspunt; we moeten echter niet vergeten om mensen te begeleiden naar deze verandering.

18 September 2014

Recent werd ik benaderd door een groep ouders van kinderen in het speciaal basisonderwijs, die dit schooljaar ineens niet meer mee mochten met het aangepaste leerlingenvervoer. In plaats daarvan konden ze een ov-kaart krijgen om zelfstandig naar school te reizen. Ik maak me zorgen over het gemak waarmee we denken dat mensen (in dit geval ouders) overschakelen van “het wordt voor u geregeld” naar “u mag het zelf regelen”.

In ere herstellen
Zelfredzaamheid is een uitgangspunt dat we in de loop der tijd uit het oog zijn verloren. Mensen werden in toenemende mate afhankelijk van zorg en faciliteiten en rekenden er – terecht – op dat deze faciliteiten altijd toegankelijk voor hen zouden zijn. Nu moeten we zelfredzaamheid weer in ere herstellen. Want als hulpverlener moet je nooit voor mensen doen, wat ze zelf kunnen doen. Daar help je ze niet werkelijk mee.

Begeleiding
Maar het bepalen wat iemand zelf kan, welke hulpbronnen hij kan aanboren en welk traject richting zelfredzaamheid hij nodig heeft, moeten we met zorg begeleiden. Overbelaste gezinnen hebben vaak geen zicht op hun hulpbronnen, of durven uit schaamte niet om hulp te vragen aan familie of buren. Natuurlijk is het mooi als we in de toekomst weer meer naar elkaar omzien, maar opleggen kun je het niet. Wel faciliteren. In dit kader ben ik erg enthousiast over de mogelijkheden van het oplossingsgericht werken, waarbij je mensen gericht helpt te onderzoeken wanneer iets wel lukt en welke hulpbronnen zij daarbij kunnen inzetten. Ook het Familiegroepsplan is een goed instrument om mensen te helpen hun hulpbronnen beter te benutten.

Persoonlijk vervoersplan
In het voorbeeld uit het leerlingenvervoer is een dergelijke voorziening beperkt beschikbaar in de vorm van een persoonlijk vervoersplan (PVP). In een PVP wordt gericht met ouders besproken welke stappen in het traject nodig zijn en in welk tempo, om het kind te leren zelfstandig te reizen. Daarbij wordt waar nodig gerichte ondersteuning en/of voorziening geboden. Ik heb ervoor gepleit om deze voorziening uit te breiden en actief aan te bieden aan de doelgroep van speciaal (basis)onderwijs, om ze te begeleiden naar zelfstandig reizen. Zonder deze begeleiding komt er namelijk weinig terecht van het zelfstandig reizen. Bijna de helft van de ouders heeft de ov-kaart ingeleverd en brengt het kind nu zelf naar school. Dit is ook een vorm van zelfredzaamheid, maar het beleid schiet zijn doel (leer het kind zelfstandig reizen) voorbij. Daarnaast moet bij de beoordeling van de mobiliteit niet slechts het probleem van het kind centraal staan, maar ook gezinsfactoren en hulpbronnen in de omgeving. Als ouders en gezinnen door het wegvallen van een dergelijke voorziening zwaar onder druk komen te staan, vallen ze namelijk wellicht weer terug op andere vormen van (duurdere) jeugdhulp. En dat willen we juist voorkomen.

Kortom: als zelfredzaamheid ons doel is, moeten we mensen ondersteunen bij het ontdekken wat ze zelf kunnen en hoe ze hun competenties en hulpbronnen kunnen benutten. Ook hierin lijkt de transitie ingezet, terwijl de transformatie uitblijft.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.